Al qua hoesontwerp ziet het er uit of Jim Kirkwood een bezoekje heeft gebracht in Drenthe om de hunebedden te bezichtigen. Maar dat is niet waar, op de foto staat het Kits Coty House wat te vinden is in de nabijheid van Kent. En een snelle blik in de Wikipedia leert me dat hunebedden niet typisch iets Drents zijn. Ze komen ook voor in onder andere Zuid Korea en Rusland. Verder dateren de Standing stones die in het Verenigd Koninkrijk zijn te vinden ook uit diezelfde periode. Kortom; de fraaie foto op de hoes geeft een aardig stukje geschiedenisles.
The Spirits of Windmill Hilll begint erg sfeervol. Het geeft me al snel een gevoel van hoog op een berg te zitten en ijle lucht op te snuiven. Verder roept het een koude sfeer op. Muzikaal bezien zijn het fraai golvende tonen uit de electronica winkel die ook in het begin van de jaren zeventig van de vorige eeuw gemaakt hadden kunnen worden. Het is dus een soort warme deken die over je heen valt. Daarnaast krijg ik het gevoel of het erg vroeg in de morgen is. Geluiden die uit een cello lijken te komen versterken dat beeld nog eens. Gaande het stuk voel ik me steeds meer op mijn gemak en moet denken aan het gevoel wat ik had toen ik albums als Pheadra, Rubycon van Tangerine Dream voor het eerst hoorde. Niet gelijk te plaatsen muziek, maar door de mysterieuze sfeer een genot om naar te luisteren. De combinatie van kosmische klanken en de warme tonen die lijken of ze van een cello afkomstige zijn pakken hier goed uit. De geesten van Windmill Hill lijken dus goed gestemd en willen geen vlieg kwaad doen. Als ik mijn ogen sluit waan ik me in een kathedraal waar subtiele muziek klinkt. Maar wat is dat jammer aan het einde van het stuk muziek. Het stopt erg abrupt waardoor ik het gevoel krijg of Jim Kirkwood met een stroomstoring te kampen had. Heel jammer dus dit euvel, want ik blijf nu wat zitten met een leegte die niet nodig had hoeven zijn. De geest is uit de fles zeg maar, terwijl je nog zin had in een afzakkertje.
De tweede track, Coldrum Longbarrow, is al qua naam er mooi. Het handelt hier over graftombes in de Medway Valley die er al vele eeuwen staan en waar onze oervaders een laatste rustplaats vonden. De muziek van Jim Kirkwood begint heel in de verte en ontwikkeld zich gaandeweg tot een sfeervol klanktapijt. Veel lijkt er compositorisch niet te gebeuren, wel roept het een gevoel op of de tijd is blijven stilstaan en je terugneemt naar een periode voor de jaartelling. Halverwege het stuk is er een subtiele verandering te horen, maar wat blijft is klanken cq sfeer die mee terugnemen naar het bestaan van de eerste mens die zijn eerste schreden op aarde zette en de dood met de nodige symboliek een plaats gaf. Het heeft iets tijdloos hoe vreemd het mag klinken. De zware bassen aan het eind van het stuk versteken deze sfeer nog eens. Het heeft iets beklemmends, maar geeft ook aan dat het leven wel doorgaat.
Monolith is een berg die er ineens is in een landschap. Zoiets als de Kilimanjaro zeg maar. Het muziekstuk begint met een donderklap waardoor het lijkt of de berg er ineens is. Daarna wordt de muziek al snel sferisch. Gevoelsmatig zie ik het grootte gesteente bloot staan aan alle weersinvloeden. De klanken die Kirkwood uit de electronica winkel tovert ademen een eenzame sfeer. Je voelt als het ware dat de berg het nodige in zijn bestaan heeft meegemaakt, maar deze informatie niet kan delen. En als de sfeervolle muziek aan het einde van het stuk langzaam maar zeker wegebt blijft het gesteente eenzaam achter om nog eeuwen en eeuwen te blijven staan en langzaam van vorm veranderd door de weersinvloeden die hem de baas worden en uiteindelijk tot zand laten verworden.
Ja en dan is daar al veel te snel de laatste track. The Giants of Baalbek begint met duistere klanken en de nodige spannende geluiden. Het roept bij mij iets op van getuige te zijn van de oerknal die het universum liet ontstaan. In het echt zijn de Giganten van Baalbek grootte mysterieuze bouwsels die in Libanon te vinden. Gebouwen die de vraag oproepen hoe ze zijn gebouwd zonder gebruik van een hijskraan bijvoorbeeld. En de wat minder leuke vraag: Hoeveel mensenlevens heeft de realisatie ervan gekost? De muziek van Jim Kirkwood is hier dan ook niet al te vrolijk te noemen. Van de desolate tonen die uit de boxen komen krijg ik dorst en zie onder bloedhete omstandigheden bouwvakkers uit lang vervlogen tijden ploeteren met grootte stenen die maar niet vooruit lijken te komen. Zodra een steen op zijn plaats staat is er even rust. Dit wordt mooi verbeeld door sferische muziek die is te horen. In gedacht zie ik de zonnestralen op de grootte steen schijnen en mogen de bouwvakkers even rusten na de gedane arbeid. Lang kunnen ze daar niet van genieten er wachten nog vele immens grootte stenen die op hun plaats moeten worden gebracht. In de muziek van Jim Kirkwood is de uitzichtloosheid goed te horen. Hoeveel mensenlevens zijn er nog nodig op deze Sisyphus arbeid te voltooien. Even is er wat hoop te horen in de muziek, maar de uitzichtloosheid voert hier wel de boventoon. Mentaal is The Giants of Baalbek letterlijk en figuurlijk niet de vrolijkste muziek die ik ooit heb gehoord. Edoch het vertelt op een zeer desolate manier hoe grootte bouwwerken zijn ontstaan in de oudheid die heden ten dagen nog de vraag oproepen: welke idioot was de opdrachtgever en hoeveel mensenlevens heeft het gekost?
Het is dus geen vrolijk album dit Playing in an Age of Stone van Jim Kirkwood, maar wel eentje die erg aangrijpend is door de verhalen die het uit de oudheid oproept. Dus de volgende keer als ik in Drenthe ben en een hunebed zie denk ik daar heel anders over. Volgens mij heb ik daar nog in mijn jonge jaren nog verstoppertje in gespeeld zonder daarbij na te denken hoeveel moeite het heeft moeten kosten om een dergelijk bouwsel te realiseren.