Afgelopen zomer was ik op Waterpop. Een leuk festival in Wateringen (vlakbij Den Haag) waar vaak leuke artiesten optreden voordat ze 'ontdekt' worden.
Ik liep lekker in het zonnetje toen ik vanuit het kleinste podium een ontzettende bak herrie hoorde komen. Dat moet ik even checken, dacht ik.
Het bleek te gaan om Dÿse, een tweemansformatie uit Duitsland. Gitaar en drums. Dÿse maakt in tegenstelling tot de meeste tweemansformaties geen bluesgeoriënteerde rock maar snoeiharde rock die tegen de metal aan schurkt.
Na het optreden stonden de bandleden hum merchandise te verkopen in één van de kraampjes. Ik heb toen dit album gekocht en natuurlijk meteen laten signeren.
Het album begint met Zebramann. Eerst hoor je een stem praten, de drums en de gitaar even testen/stemmen, de stem zegt na 30 seconden: "Geht los". En dat doen ze. De eerste vette riff knalt uit de luidsprekers. Het wordt vrij snel weer rustig waarbij de zanger monotoon zingt of spreekt. Het duurt niet lang voordat het gaspedaal weer wordt ingetrapt en de zanger zijn schreeuwstem opzet. Dat klinkt lekker. De teksten zijn in het Engels en Duits. Ik geef de voorkeur aan het Duits. De uitspraak van het Engels is daar debet aan. Er is trouwens niet veel tekst, ook niet bij de overige nummers zo zou later blijken.
Festung is ook een nummer met rustige stukken en vette riffs. De verschillen van zacht naar hard en omgekeerd zijn wel minder groot dan bij de opener. Met genoeg variatie houden ze mn aandacht wel vast.
Treppe maakt duidelijk dat de zanger het beste uit de verf komt als hij uit volle borst schreeuwt en het echte zingen beter kan laten. Het zingen is overigens niet zo erg dat het stoort. De riff van dit nummer doet mij denken aan Sugar van System Of a Down. Die kent ook zo'n riff waar je wel op moet springen.
Na de drie knallers komt Trick, een rustmomentje. Wat mij betreft totaal overbodig. Het is een nogal saai nummer waarin de zang nu wel irriteert. De blazers aan het einde maken het ook niet meer goed.
Dyschenfischdyse begint meteen erg lekker met een rollend gitaarloopje en dito drums. Dit blijft zo tot halverwege het nummer waarna het gitaargeweld weer opkomt. Het nummer eindigt nogal chaotisch op een manier waarin het lijkt alsof ze maar wat doen.
De bedoeling van Music ontgaat mij volledig. Er wordt hier een minuut lang dezelfde zin herhaald. De laatste 10 seconden proberen ze nog wat harmonieën maar dit pakt niet zo goed uit. Is volgens mij ook niet serieus bedoeld.
De overgang naar Shop Sui is hierdoor wel enorm. Dit hakt er meteen behoorlijk in. Goede gevarieerde riffs en drums. Na een kleine anderhalve minuut daalt het tempo en de kwaliteit van het nummer iets. Jammer dit had echt het beste nummer van het album kunnen worden.
Supermachineeyeon is een heerlijk nummer. Het begint sfeervol maar na iets meer dan een minuut zetten de drums aan. Even laten ook de gitaar. De zang laat het hier toch wel weer een beetje afweten. Na 3:15 komt de eerste SUPERMACHINEEYEOOOOOOON!!!! Heerlijk. Goede riff ook weer. Nu begint het nummer pas echt. Op een gegeven moment blijft de zanger zonder muzikale begeleiding 40 seconden lang supermachineeyeon schreeuwen. Dit stuk herinner ik mij nog goed van het festival. Voor mijn gevoel duurde het toen wel 2 minuten. Ik vond dat echt gaaf en op dit album pakt het ook goed uit.
Krakenduft is electronisch geneuzel. Niks aan.
Hey, hoor ik nu vogeltjes fluiten? Zo begint Hans Georg. Verder een steeds herhalend stuk dat mij doet denken aan een epische gebeurtenis. De gitaar wordt nu ondersteund door een trompet en dat klinkt zeker niet slecht. Het nummer sluit af met een ingetogen trompetsolo en drie minuten getjilp van vogels.
Baubaubau is de afsluiter op mijn cd maar wel een bonustrack. Ik had dit nummer zeker niet willen missen. Het begint knallend maar eindigt net als Shop Sui een beetje teleurstellend doordat het tempo omlaag gaat.
Dit is toch wel een band om in de gaten te houden. Als ze de volgende keer nummers als Music en Krakenduft weg laten krijgen ze van mij 4 sterren.
Nu zijn dat er 3,5.
3,5 *