Het eerste wat opvalt aan dit album van Jim Kirkwood is naast de prachtige hoes het aantal tracks en de korte duur ervan. Over het algemeen maakt hij lange tracks waar je zo lekker in kan verzuipen als het ware. Even wennen dus en daarnaast roept het de sfeer op toen Tangerine Dream voor het eerst kwam met een album met korte tracks. Niet alle fans waren daar even enthousiast over. En nu Jim Kirkwood dus. Ook de titel van de album doet wat vreemd aan, The Cello Tree, maar is toch een mooie als je bedenkt dat niet alle hout geschikt is om een cello te bouwen en het maken van het instrument een behoorlijke tijd in beslag neemt. Zo is het op juiste “dikte” schuren van het materiaal tot een ware kunstvorm verheven. Ja, en zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan met feiten omtrent het strijkinstrument, maar dat lijkt me niet de bedoeling hier. Voor de muziek op dit album liet Jim Kirkwoord zich inspireren door het werk van JRR Tolkien en met name de verhalen van Midden Aarde.
En na deze introductie is de hoogste tijd voor muziek. Out on the Brandywine River begint erg klassiek met orgelklanken. Niet lang hierna volgt een sprookjesachtige sfeer. Cello klanken zijn er te horen op weidse en ingetogen klanken uit de elektronica winkel. Ondanks dat het mooi klinkt roept het ook iets droevigs op. Iets van vergane glorie. Qua muziek doet het mij wat aan Enya denken. Dreaming in Crickhollow begint een tikje duister, maar al snel zijn er harpklanken te horen op een sfeervol klanktapijt. Rustgevende muziek op even lekker op weg te dromen. Daarnaast roept het sfeer op van New Age. Rustige harpklanken op subtiele muziek. Leaving Shire begint met het nodige laag en roept daarmee een beeld op van vroeg in de morgen. De verdere instrumentatie heeft wat statigs en ook iets wat een triest gevoel oproept. Verder is het haast klassiek te noemen wat als een warme deken uit de boxen straalt. Al qua titel is The Trollshaws mooi te noemen. In een ietwat spannende sfeer begint dit stuk. Het heeft daardoor iets filmisch. Als ik mijn ogen sluit zie ik op een groot witdoek een fantasie volk tot leven komen. Daarnaast roept het ook een sfeer op van een tijd ver voor de jaartelling als het ware. Kortom; het heeft wat mysterieus.The Long Road Home from the Havens begin eveneens in een klassieke sfeer waarbij ik een gevoel krijg of het erg vroeg in de morgen is. Qua muziek gebeurt er niet zo gek veel, maar de sfeer die het uitstaalt is bijzonder mooi te noemen. Ik krijg althans zin om een boek van Tolkien uit de kast te pakken. The Dark Hour of Gondolin begint met veel laag en de nodige niet direct te plaatsen klanken. Het roept daarmee een unheimische sfeer op. Ieder moment kan een kwade geest opdoemen om het leven flink zuur te maken. Muziek technische gesproken is het hier knap te noemen met hoe weinig Jim Kirkwood hier in staat is deze sfeer op te roepen.
The Sea Bell is een uiterst delicaat stukje muziek te noemen. Warme sfeervolle klanken uit een cello op muziek die wat aan de kosmische muziek van weleer doet denken doen mij wegdrijven op de golven van de zee. In een ietwat dromerige sfeer begint The Party Tree. Het blijft aan de rustige kant en het roept voor mij een beeld op of de zon stukje bij beetje aan de kim verschijnt. Verder is het dus een en al rust wat er te horen is. All Seems So Sad begint wat duister, maar eenmaal op gang is er rustige aan de treurige kant muziek te horen. Er spreekt voor mijn gevoel iets treurgis uit. Op de een of andere manier doet het mij denken aan een begrafenis. Met dreigende tonen begint A Moment of Light in a Dark Place het lijkt wel of donkere wolken samenpakken. Verder doet het mij denken of de aarde ieder moment kan vergaan. Gedurende de compositie wordt de sfeer wat opener en de muziek wat vriendelijker, maar de dreigende sfeer krijgt naar verloop van tijd weer de overhand. Met een paar vriendelijke fluittonen begint Gladden Fields waarna er uitgesponnen synthesizerklanken zijn te horen.. Verder roept het voor mij een beeld op of ik naar een sciencefiction film zit te kijken waar een droeve scène te zien is. Qua muziek gebeurt er niet zoveel, maar het voelt wel aan als een warme deken.
The Barrow Downs begint met zware bassen en verder wordt er mooi sfeerbeeld geschetst doormiddel van lange golvende tonen. Af en toe meen ik een uil te horen. Verder doet hij mij wat denken aan Mysterious Semblance at the Strand of Nightmares van Tangerine Dream. Mysterieuze muziek de niet gelijk te vatten is. Haast klassiek is het begin van Children of an Elder Age te noemen. Een fraaie dwarsfluit, vogels en harpklanken zijn te horen en de geur van de natuur komt als het ware de speakers uit. Met me ogen dicht waan ik me dan ook in een park waar het verhaal over de bloemetjes en de bijtjes prima zou passen. Verder hoor ik mooie golvende muziek die een en al rust uitstraalt. Behoorlijk desolaat is het begin van Flame of Udun te noemen. Qua geluiden die ik hoor moet ik aan een haven denken waar men bezig met zwaar staal. Dit alles op een zwaar bewolkte dag waar het noodweer ieder moment kan toeslaan. De vreemde geluiden die in het stuk zijn te horen versterken deze sfeer nog eens. Ja en dan is daar ineens de laatst track er. Osse trekt de sfeer mooi door van de vorige track. Hier dus ook geluiden die aan zware industrie doen denken en zeemeeuwen die de zee bevolken. Verder is Osse een sferisch stuk muziek te noemen met geluiden van de zee en een sfeer of er ieder moment het noodlot kan toeslaan. Jim Kirkwood ten voeten uit.
En daarmee komt er na een dik uur een fraai einde aan dit album. In het begin van dit bericht schreef ik nog dat ik het even wennen was die korte tracks op een album van Jim Kirkwood, maar daar heb ik tijdens het luisteren geen “last” van gehad, want dit album luistert als één verhaal en de stiltes die vallen tussen de tracks is niets meer dan dat een bladzijde even moet worden omgeslagen om vervolgens verder te gaan.