Toen ik de review van Masimo las, werd ik best benieuwd naar deze plaat. Thousands is een Amerikaans folkduo, die met hun nummers een combinatie van klaterende beekjes, fluitende vogels en donkergroene wouden oproepen. De plaat duurt drie kwartier en bestaat uit 12 songs, die het midden houden tussen intieme fluisterfolk en nonchalant doch warm gitaargetokkel. Muzikaal is het niet erg vernieuwend, en ook niet bijzonder spannend of zo, maar ik word telkens weer naar dit soort platen getrokken. Het is gewoon te mooi om te laten liggen.
Prima opener ‘MTSES III’ zet meteen de toon. MTSES staat voor “May the Sun Ever Shine”, en dat vraag je jezelf een goeie 45 minuten later spontaan af; “Wanneer gaat die zon nou nog eens schijnen?”. Het nummer doet me denken aan een ander duo, dat ik vorig jaar leerde kennen, namelijk Cocoon, een Frans bandje dat ook van dit soort folk brengt. Al is dat de meer poppy variant, waarin al eens mag worden geswingd met de heupen. Bij Thousands zal je af en toe bescheiden met je hoofd knikken, meer niet.
Maar meer moet dat ook niet zijn, want de muziek is gewoon goed zoals zij is, heeft iets betoverend, iets innemend, zoals een stoffige bruine deurmat met opschrift “Wees welkom!”. Garrard en Bergman nodigen de luisteraar uit om hun kleine wereldje te betreden, waar bijtjes aan bloemetjes ruiken, konijnen vrolijk rondhuppelen, maar toch altijd een dreigende schaduw achter het hoekje gluurt.
U merkt het, ik ben in een dromerige bui, maar dat is volledig te danken aan ‘The Sound of Everything’. Rustig gitaargetokkel, pakkende fluisterzang, en het feit da de nummers gewoon in de openlucht zijn opgenomen, het draagt allemaal bij aan de sobere sfeer die wordt neergezet. Tegelijkertijd kan je duidelijk merken dat de heren ook veel gevoel hebben voor ritme; af en toe word je plotsklaps verrast door een zwierig gitaarlijntje, of een aanstekelijke zangmelodie. Het zijn geen volledige nummers die door m’n hoofd blijven spoken, als wel fragmenten.
Zelden wordt er een ander instrument gebruikt dan gitaar en zang, maar als dat wel gebeurt, is het een schot in de roos. Zo is de titelsong echt een pareltje, met dat melancholische harmoniumgeluid en de zweverige zang van Garrard. Een beklemmend stuk muziek van 5 minuten. Zonder twijfel één van de sterkste nummers op de plaat. Daarna komt het wat luchtigere ‘Sun Cuz’ voor de nodige afwisseling zorgen; dit doet me weer denken aan die Franse band, Cocoon.
De tweede helft van de plaat vind ik net wat minder goed dan de eerste, maar die begint dan ook met drie geweldige nummers. Misschien komt het door het late tijdstip van schrijven, maar mijn oogleden beginnen moe te worden en langzaam over mijn ogen weg te glijden. Maar dat kan ook veroorzaakt worden door de liedjes, die minder boeiend zijn dan die in het begin van de plaat. Het blijft heerlijke muziek om naar te luisteren, maar het pakt me allemaal wat minder; een nummer als ‘Love Won’t Come’ staat kwalitatief toch op gelijke voet als ‘Red Seagulls’, maar beklemt me niet zoals dat nummer. Zo heeft het hees klinkende blaasinstrument dat wordt opgevoerd wel degelijk een meerwaarde, maar ik lijk het niet altijd even goed te beseffen. En die zeldzame keren dat ik het wel besef, vind ik het erg jammer dat ik het meestal niet besef. Maar buiten dit kleine euvel weinig tot niets aan te merken op deze voortreffelijke plaat.
Met ‘The Sound of Everything’ heeft Thousands één van m’n favoriete folkplaten van 2011 tot nu toe uitgebracht, een plaat die ik bovendien vrij vaak opleg, en blijf opleggen. Zo’n plaat moet je belonen met een hoog cijfer, natuurlijk. En voor ik het vergeet, heb ik al gezegd dat de ‘Where the Oceans End’ van Cocoon ook erg de moeite is, als je van deze plaat kan genieten?
4 sterren