“Het Japanse antwoord op Kraftwerk” Althans dat zegt een user boven mij. Ik vind het echter geen gekke opmerking! Hoewel je de muziek van Yellow Magic Orchestra daarmee ergens tekort doet, vat het i.i.g deze plaat goed samen. Zeker als je kijkt naar de ontstaansgeschiedenis van The Yellow Magic Orchestra.
Deze band is namelijk het geesteskindje van Haruomi Hosono. Hij begon begin jaren 70 als folkmuzikant, Gaandeweg verwerkte hij meer elektronica in zijn muziek, wat onder meer leidde tot een elektrojazz
album en een
exotica-plaat met veel synthesizers. Tevens was Hosono bezig aan de soundtrack voor een fictieve
Bollywood-film. Op al deze platen speelde een jonge student van de universiteit van Tokyo als sessiemuzikant mee: Ryuichi Sakamoto. Yukihiro Takahashi was voorts de drummer van de Beatle’esque Sadistic Mika Band. Deze band liep rond 1978 echter op de klippen. Sakamoto was sessiemuzikant op het
debuut van Takahashi. De heren kenden elkaar dus al langer. Hosono wilde een commerciëlere, discogedreven plaat maken om succes in het westen te behalen en beide heren stemden toe. The Yellow Magic Orchestra begon zich te vormen! Rond juli 1978 vonden de eerste opnames voor dit debuut plaats en de rest is - zoals ze zeggen- geschiedenis. Dit album is kortom echt opgezet als een eenmalig zijproject om te kunnen wedijveren met de grote namen uit het westen. Gezien het massale succes kunnen we zeggen dat ze uitstekend zijn geslaagd in hun opzet. (
1,
2).
Dit heeft ook te maken met de goede interactie tussen de drie heren. Elke muzikant voegt wel iets interessants toe aan het totaalgeluid. Zo komen de conceptuele en frivole elementen van deze plaat overeen met het solowerk van Hosono (
Cosmic Surfin' komt zelfs oorspronkelijk van ‘Pacific’ ). Sakamoto weet vervolgens een opvallende stempel te drukken door middel van goed getimede traditionele melodieën en Takahashi voegt slim wat popsensibiliteit toe. Het resultaat is synthpop met pakkende, bondige ritmes en puntige spanningsbogen.
De ijzersterke interactie tussen de drie heren komt het sterkst tot uiting in
Firecracker. Aanvankelijk lijkt dit een simpele popknaller, maar we blijken eerder van doen te hebben met een verdomd intelligente adaptatie met een idealistisch randje. Het (op ietwat westerse wijze) coveren van een stereotiep Aziatisch
nummer is immers nogal ironisch. In wezen wil de band zo met een knipoog een oprechte (gelijkwaardige) muzikale interactie tussen het westen en Japan opstarten (
3). Verder is afsluiter
Mad Pierrot een fijne oorworm. Een sprankelende rondtedans met smaakvolle vocoders. Op
Tong Poo laat Sakamoto bovendien al zien dat hij een uitstekend componist is. Een heerlijk stomend discoritme vormt hier de perfecte ondergrond voor tegendraads synthesizerwerk.
Hoewel het album veel mooie muziek bevat, voelt het totaalplaatje ietwat slordig aan. Oneerbiedig gezegd, bevat deze plaat voornamelijk aan elkaar geplakte probeersels. Weliswaar zijn het erg geslaagde experimenten, maar de muziek is desalniettemin schetsmatig van karakter. Dat laat echter onverlet dat deze muzikanten zich zo goed internationaal op de kaart hebben gezet. Hoewel dit Japanse antwoord op Kraftwerk nog op het antwoordapparaat kon blijven hangen, moest iedere muziekliefhebber bij het volgende album toch zekers opnemen.