Producers: Dr.Dre en anderen.
Releasedatum: 25-02-2003
Na Helter Skelter herpakt The D.O.C. zich weer met het vermakelijke Deuce. Het moge duidelijk zijndat we niet meer te maken hebben met The D.O.C. van weleer, maar Deuce is een zeer degelijke plaat geworden waar The D.O.C. perfect roeit met de riemen die hij heeft.
Zeven jaar na de deceptie Helter Skelter heeft The D.O.C. zijn carrière weer grotendeels op de rails gekregen met zijn derde album, Deuce. Natuurlijk, een album gelijkwaardig aan No One Can Do It Better zal er nooit komen, maar als wordt gekeken naar de laatste tien jaar van de carrière van de man in kwestie is dit album een verassing, in positieve zin.
The D.O.C. heeft van zijn fouten op Helter Skelter geleerd. Waar dat album nog lijdde aan een gebrek aan gasten met enige toevoegende waarde en producers die toepasselijke beats konden maken, heeft The D.O.C. voor dit album weer de hulp ingeroepen van enkele oudgedienden die al eerder met The D.O.C. gewerkt hebben. Een daarvan is Nate Dogg, die de aftrap van het album, Big Dick Shit (Concrete Jungle), gelijk tot een uitstekend begin van Deuce maakt, door te doen wat we van hem kennen: eenvoudige en verzorgde refreinen zingen die de hele dag in je hoofd blijven zitten. The D.O.C. lijkt niet alleen een stuk meer tijd gestoken te hebben in het vinden van goede producers en gastartiesten, maar weet ook beter om te gaan met zijn deels slecht werkende stembanden. Zolang hij het rappend rustig aan doet, zoals hier, is de schade die The D.O.C. een kleine vijftien jaar voor dit album heeft opgelopen in een auto-ongeluk nauwelijks hoorbaar. Het is hooguit een tikkeltje slap, maar dat is al een verademing vergeleken met zijn schorre stem op Helter Skelter, die dan ook vaak niet om aan te horen was.
Vervolgens komt The Shit, een nummer met een gastenlijst waar je u tegen zegt. Niet alleen N.W.A.-leden MC Ren en Ice Cube komen langs, maar ook nog Snoop Dogg levert een bijdrage. De eenvoudige drumpatronen, pianotonen en sinistere strijkers maken het geheel af, want met zulke rappers is er op instrumentaal gebied ook niets meer nodig dan het net genoemde. Een ander hoogtepunt is Mentally Disturbed, waar The D.O.C. over een effectieve G-Funk beat op zijn nieuwe en kalme manier van rappen de luisteraar duidelijk maakt dat zijn imago onveranderd is ten opzichte van het verleden. Het is nog steeds een flinke kerel, die het spel volgens de regels speelt en intussen flink wat geld verdient. Maar The D.O.C. is voor zijn genre een van de betere tekstschrijvers die er rondlopen en hoewel het inhoudelijk niets nieuws is bieden de teksten genoeg luistervermaak.
Verder biedt het album op de succesvolle reünie met Dr.Dre na, die het vlotte en funky Guerilla Pimpin produceert, weinig noemenswaardigs en allicht had The D.O.C. er beter aan gedaan een klein aantal nummers te schrappen, want twintig nummers is iets te veel van het goede. Maar doordat The D.O.C. het tamelijk rustig aan doet wordt het nooit vervelend om naar te luisteren en is het een uitermate geschikt album om op de achtergrond te draaien.
The D.O.C. weet op Deuce het maximale rendement uit zijn stem te halen, door deze zo min mogelijk te verheffen en gedurende de twintig nummers die het album telt vertelt hij op zijn nieuwe manier, die rustiger is dan voorheen, over dezelfde onderwerpen als voorheen: opschepperij, in het verleden behaalde resultaten en de andere gebruikelijke onderwerpen voor het gangsterrap genre. De producties zijn vaak ongecompliceerd doch vermakelijk, vooral op de momenten dat er een echt instrument in het spel lijkt. Zo creëert het gitaartje dat op Ghetto Blues te horen is de perfecte rustgevende sfeer die hier typerend is voor The D.O.C..
Het is tegenwoordig niet meer de harde westcoastrap die de klok slaat in het rapwereldje, maar de clubbangers, voornamelijk afkomstig uit het zuiden van de Verenigde Staten, hebben de overhand in de verkooplijsten. The D.O.C. gaat hier totaal niet in mee, wat al duidelijk wordt uit de intro van het album, waar hij zijn haat jegens de poenerige muziekwereld van vandaag verkondigt met de regel “The music business is full of chicken shit money hungry motherfuckers”.
Moge duidelijk zijn dat we niet meer te maken hebben met The D.O.C. van weleer, maar Deuce is een zeer degelijke plaat geworden waar The D.O.C. perfect roeit met de riemen die hij heeft.