Djevel is één van de vele Noorse bands die opkomen in de black metalscene. Met ‘Dodssanger’ hebben ze nu hun debuut afgeleverd, en het is een heerlijke, nostalgische trip van ruim 3 kwartier geworden, die volgens een recensent van goddeau doet denken aan Dissection, Burzum, Emperor en Dark Throne. Ik zou het niet weten, ik heb van die bands nog niet veel beluisterd, en zeker niet van de vorige eeuw. Van Burzum ken ik wel de laatste twee platen, en van Emperor’s Ihsahn ken ik het geweldige ‘After’. Maar goed, Djevel dus.
Djevel is het geesteskind van ene T. Ciekals (obscuur klinkende naam, trouwens); althans, hij wordt aangegeven als componist van de songs op deze plaat. De man die met zijn stem voor de nodige ijzingwekkende schreeuwen zorgt, is waarschijnlijk een wat bekendere naam voor metalliefhebbers; het is namelijk Hjelvik van Kvelertak. Dat hij zich hier van zijn meest grimmige kant laat horen, valt ook te lezen in het hoesboekje dat bij de plaat hoort. “C. Hjelvik: Grimm dodsstemme”
Over de hoes gesproken, die is erg knap. Een soort mix van grijs, zwart en wit geven me de illusie dat het met van die waskrijtjes is ingekleurd (je kent ze wel), en de bokkenkop verwijst uiteraard naar Satan, één van de geliefkoosde onderwerpen van dit soort bands. Als je het boekje dan openslaat, krijg je duistere tekeningen te zien, en in een hanenpotengeschrift staat er Noorse tekst bij. Ik ken geen Noors, maar dat hoef je ook niet echt te kennen om je te kunnen indenken waar de teksten zoal over handelen. Satanisme, occultisme, hekserij, moord, duiveluitdrijving. In het midden van het boekje staat een wazige foto van de drie groepsleden, waarvan de middelste het donkerst is. Die heeft een lang, bot mes vast. De aandachtige luisteraar zal het scherpen van de messen aan het begin van opener ‘Ingen Vei Tilbake’ wel opgemerkt hebben.
Die opener is een soort intro voor de eerste echte song, ‘Djevelheim’. Gestoeld op een demonische gitaarriff, gaat het maar door en door, bijzonder intens allemaal. Wanneer Hjelvik zijn ding doet, klopt het plaatje al helemaal; een beklemmende sfeer wordt neergezet, de luisteraar wordt weggeblazen, naar de diepste krochten van de hel. Dat je zo’n song kan schrijven, die dat effect heeft, is al knap, maar dat heel de plaat dat doet? Bijzonder sterk.
De gitaarlijnen zijn het meest memorabel op deze plaat, en ook het meest overheersend. Wat me vooral opvalt, is dat ze erg krachtig en luid zijn ingespeeld, en daardoor ronduit angstaanjagend klinken. Ik heb dit jaar nog maar één keer een gitaargeluid gehoord dat zo hels klonk, en dat was op ‘Parasignosis’ van de Canadese band Mitochondrion. Als ik de goddeau-recensent mag geloven, moet ik dringend eens op zoek naar materiaal van Emperor, Dissection en andere legendarische Noorse black metalbands.
Het drumwerk klinkt erg strak en vooral intens en bruut. Het treedt niet zo prominent op de voorgrond als het gitaarwerk, maar zoals bij zoveel platen is een goeie drummer met goeie drumpatronen erg belangrijk. Deze drummer mept er danig op los, maar weet soms ook te “zwijgen”. Dan heb ik het over introotjes en dergelijke, waarin enkel gitaar weerklinkt. Want dat blijft het belangrijkste instrument op ‘Dodssanger’.
Ruim drie kwartier lang weet Djevel te overtuigen, zonder steken te laten vallen. Het enige wat ik kan opmerken, is dat het misschien wat teveel van hetzelfde is, maar dat vind ik niet echt een probleem, op voorwaarde dat dit soort kwaliteit voor je voeten wordt geworpen. Ik ben erg tevreden dat ik ‘Dodssanger’ in huis heb gehaald, hoe dan ook één van de betere metalplaten van het jaar tot nu toe, en qua intensiteit moet het enkel ‘Torn Beyond Reason’ van Woods of Desolation laten voorgaan, wat mij betreft.
4 sterren