Terwijl de Franse muziek populairder wordt in Nederland (steeds meer Franse artiesten die in Nederland optreden, in maart 2027 zelfs Camille in Paradiso) vergeten we onze eigen Dick Annegarn. Ja Dick Annegarn, geboren in Nederland, daarna een tijd in Brussel gewoond, vervolgens in Parijs waar hij halverwege de jaren 70 een paar grote hits ("Bruxelles", "Mireille" en "Bébé éléphant") scoorde . Met zijn blues folk was hij een wat vreemde eend in de bijt in de chansonwereld, zeker zijn wijze van zingen en zelfspot en humor waren in Frankrijk vrij uniek. Een gouden toekomst leek voor handen, maar Dick Annegarn moest niets hebben van de commerciële muziekwereld en al die regels die daarbij gelden. Hij bleef een wereldreiziger, letterlijk en figuurlijk. Hij verbleef in Zuid Frankrijk, had een eigen boot, was een hele hele lange tijd in Marokko. Optreden deed hij amper meer, de laatste optredens waren in voorsteden van Parijs in 1978, maar platen maakte hij nog wel. Bij onbekende uitgeverijen, vaak redelijk experimenteel en de invloeden van al zijn wereldervaringen mee laten spelen. Uiteindelijk pikte het geweldige label 'tot au tard' hem op en motiveerde hem om door te gaan. Toch lijkt uit de titel van dit album (het 18e) 'soleil dus soir' (avondzon) dat de productiviteit wel op zijn einde liep. Hoewel het label Dick aanmoedigde liedjes te blijven maken en te blijven gitaarspelen, kwam er niet zo veel meer van terecht. De betrokkenheid van Vincent Frèrebeau van het label Tôt ou Tard, producer van Dicks laatste vijf albums, is zeker een factor in het succes van dit nieuwe project. Dick Annegarn: "Vincent moedigt me periodiek aan om te schrijven. Deze keer spoorde hij me aan om mijn gitaar weer op te pakken. Ik verveel me als ik alleen gitaar speel. Maar toen hij zei: 'Ik ga je met een gitarist laten samenwerken', was ik aanvankelijk beledigd." En toen ontmoette ik Freddy Koella, een Elzasser die naar Californië was geëmigreerd en die Bob Dylan en Willie Deville had begeleid, en het was een ongelooflijke vreugde om met hem te spelen. De magie van dit album komt voort uit deze ontmoeting tussen twee gitaristen.”
Door Freddy Koella keert Dick Annegarn ook weer wat terug naar de blues folk van de begin jaren, maar de wereldse invloeden blijven niet geheel achterwege. Ergens las ik een prachtige typering van de muziek van Dick Annegarn in deze periode : 'polder-fado'. In ieder geval krijgt Dick weer inspiratie en levert een meer dan voortreffelijk album af mede door de wisselwerking van twee complementaire technieken: Dicks heldere en levendige stijl en Koella's vruchtbare ingetogenheid, uitgedrukt op de dobro of banjo. Het album werd opgenomen in de Sears Sound Studios in New York en was in vijf dagen klaar, waarbij Dick sommige nummers in het heetst van het moment componeerde.
En zo blijft het toch een echt Dick Annegarn album, muzikaal en tekstueel. Dick Annegarn is tekstueel niet met een andere artiest te vergelijken, een geheel eigen stijl. Op dit album weer prachtige nummers : 'Jacques' is een ode aan de grote Jacques Brel, bij 'Theo' kruipt hij in het hoofd van Vincent van Gogh, die een brief naar Theo stuurt. Een prachtig nummer, met een heerlijk plat refrein : "Théo, een levend schilderij is prachtig, Théo, je moet me wat geld sturen".
Velen zien het als een soort come back, maar Dick Annegarn was nooit weggeweest, enkel totaal zijn eigen weg gegaan. Op de achterkant van het hoesje zie je Dick Annegarn als een soort pelgrim naar de 'einder' lopen, een prachtig beeld.
Er valt nog zoveel te schrijven over dit album, maar voor dit moment is het wel goed zo. Wie weet dat toch een aantal MM-ers nieuwsgierig worden en de muziek van onze landgenoot eens gaan beluisteren.