Met een groepsnaam als The Montgomery Express verwacht je haast een soort tienkoppige groep, maar in werkelijkheid gaat het gewoon om twee blinde zangers, Paul Montgomery & Charles Atkins, ergens in de 20, afkomstig uit kleine dorpje Indiantown in Florida. Wat er met hen gebeurd is, schijnt niemand te weten. De instrumentalisten, die nergens credits krijgen, schijnen lokale tieners te zijn.
En die credits, die vormen, zo blijkt, wel vaker een probleem op dit album. Ondanks de achterkant van de hoesfoto je wil doen laten geloven dat het allemaal zelfgeschreven nummers zijn, is bijna de helft puur jatwerk! Steal away is, zoals Principal2000 al aangeeft, bijna een regelrechte kopie van Let it be van de Beatles. Maar dan zijn we er nog niet. Gotta make a comeback is overduidelijk gebaseerd op het gelijknamige nummer van Eddie Floyd (vergelijk voor de grap de refreinen eens!), en I’m standing by is een aftreksel van het bijna gelijknamige nummer van Al Green. Eigenlijk vind ik vooral de rip-offs van de Beatles en Al Green helemaal niet geslaagd, en zelfs een beetje misplaatst zo. De Eddie Floyd ‘bewerking’ (ik zal het voor het gemak even een bewerking noemen), is alleraardigst en is een prima diepe soul ballade – maar ook deze kan niet tippen aan het origineel, al vind ik deze nog best wel oké.
Ondanks het gebrek aan originaliteit, is hetgeen The Montgomery Express ons voorschotelt niet eens zo slecht. De instrumentale opener, The montgomery movement is bijvoorbeeld best leuk, vooral het laidback jazzy sfeertje maakt dit een prima opener. Het tweede nummer, Who, is een charmant stukje muziek geworden vanwege zijn sobere karakter. Die hoge stem van één van de twee zangers die af en toe opeens tevoorschijn komt (later wordt die bij het refrein van Steal away nóg duidelijker aanwezig) irriteert me wel een beetje overigens (ik ervaar het als een soort afbreuk), alsof hij ergens gegrepen wordt waar je niet gegrepen wilt worden, zeg maar. Precious wing is, hoewel een beetje glad en zoet, ook een prima (zwijmel)nummer, al balanceert de tekst qua clichématigheid op het randje. Het tweede en laatste instrumentale nummer Party fever is dan wel het meest funky, maar hij is naar mijn smaak te lang uitgesponnen om interessant te blijven. De eerste twee-en-een-halve minuut zijn aardig, maar nadien dwalen mijn gedachten af. Vind deze minder dan het openingsnummer. Dan is er nog afsluiter Left me with a memory, en dit is samen met Who mijn favoriete nummer. Vooral de lage stem van de zanger klinkt zo verdrietig, zoals het hoort, een prachtige afsluiter. De uithaal halverwege het nummer zorgt bij mij voor het enige échte kippenvel-moment van het album. Dat had ik graag wat vaker beleefd.
Ik weet het niet zo met dit album, eigenlijk. Toch een (ruime) voldoende.