We schrijven 1976, het tijdperk van de plateauzolen en kitscherige kleding, totaal over de top, passend bij de disco. Soul wist de mensen niet langer te boeien. Zelfs de meest succesvolle labels als Stax en Motown en diens ‘grote namen’ hadden moeite hun naam in eer te houden, om nog maar te zwijgen over de niet-succesvolle artiesten. Hearts Of Stone waren al ruim zes jaar verdwenen en vergeten, voor zover de überhaupt al bekend waren bij de mensen. Vanuit het niets wordt er opeens dan toch een album uitgebracht. Ditmaal onder de vernieuwde naam: Floyd Lawson & The Hearts Of Stone, met naast de originele bezetting, drie nieuwe groepsleden. Waarom krijgt Floyd Lawson die vermelding? Leadzanger was hij toch zes jaar eerder ook al? O wacht, dit album verscheen op een onafhankelijk label waarvan de eigenaar, je raadt het al, Floyd Lawson was. Alles heeft zijn prijs, zo blijkt maar weer.
Ondertussen is er het een en ander gebeurd. De groep, oorspronkelijk uit Philadelphia (Pennsylvania, USA) om vervolgens te belanden in Detroit (Michigan, USA), is ondertussen woonachtig in Quebec (Canada). Hier nemen ze met een klein budget hun tweede LP op (die nog raarder is dan hun eerste). De beperkte oplage die op vinyl wordt geperst is eigenlijk puur bedoelt voor promotionele doeleinden, om concerten door het land te werven. Het is inmiddels een veel gezocht collectors item geworden.
Voor dit album nam de groep, net als voor het vorige album, een aantal covers op. Helaas zijn ze ditmaal niet zo geslaagd als de vorige keer, en heeft het album als geheel een karaokeachtige sfeer, en klinkt hij helaas dus nogal amateuristisch. Opener en cover
Theme from S.W.A.T. (origineel is van Rhythm Heritage) is nog niet zo onaardig gedaan, en klinkt veelbelovend, maar wanneer de covers
K Gee (origineel is van de Nite Liters), en/of
That’s the way I like it (origineel is van KC & The Sunshine Band) voorbij komen, klinkt het toch een stuk minder overtuigend. Ze proberen nu met een wat frisser geluid te komen, maar in plaats daarvan klinkt het eerder oubollig. Een vlot instrumentaal nummer als
Oil in the ground of
Rated X is veel te chaotisch en rommelig om luisteraars te binden met hetgeen ze horen, terwijl rustige nummers als
Love won’t let me wait of
Sunshine makkelijk wegluisteren, zonder dat het ook maar één moment memorabel wordt. Eigenlijk is dat van toepassing bij dit hele album.
Lees
hier het eerste deel.