Volgens mij had Ulrich Roth geen Uli Jon Roth willen zijn maar Jimmy Hendrix.
Niet alleen zijn gitaarspel verraad dat, maar ook zijn eeuwige hippie-look uiterlijk en andere dingen.
Zo was de eerste Electric Sun plaat opgedragen aan de heilige Jimmy en hij had een soort van relatie met ene Monika Danneman die de vriendin van Jimmy Hendrix was en degene die hem voor het laatst in leven had gezien.
Ulrich Roth componeerde zelfs met Monika enkele Scorpions songs (waaronder "We'll Burn the Sky") en ze mocht de artwork doen van de Electric Sun platen.
Hoe dichterbij kan je bij je idool komen ?
Wel, richt een powertrio op (toen al jaren uit de mode) waarbij je zelf gitaar speelt en zingt en breng platen uit.
Ten opzichte van de eerste plaat is drumer Clive Edwards vervangen door Sidhatta Guatama en het is allemaal wat beter (helderder) geproduceerd.
Probleem is wel dat de afschuwlijke zang van Ulrich nog duidelijker te horen is, eigenlijk weet je niet wat je hoort zo slecht is dat.
In mijn eindwaardering trek ik ook 1 ster eraf door die zang (bij het debuut hield ik het nog op een halve ster aftrek).
De opener klinkt lekker, is up-tempo met heerlijk solo-gitaargeweld erop.
Een stuwende riff in "Indian Dawn" en het klinkt al wat freakeriger zonder dat het teveel wordt.
Wat ritmischer en afwisselende instrumentale stukken erin en een heftig snel eind, geweldig nummer !
Door het gebruik van het wah-wah effect en de manier van gitaarspelen klinkt het alsof je naar een plaat luistert uit het flower-power tijdperk.
Dat hoor je vooral op "I'll Be Loving You Always" met wel hele sterke Jimmy Hendrix invloeden.
Het titelnummer is een snel nummer waar zowaar wat akoustische gitaarpartijen in zijn opgenomen en luistert wel lekker weg.
Vage effecten dmv delay en feedback in het korte "Prelude in Space Minor" en een bombastisch begin van "Just Another Rainbow" waarin de geest van ..... ....... (zelf raden) weer stevig in rondwaard.
Even bijkomen met het rustige "Children of the Sea" om met "Chaplin and I" zo'n halfpratend nummer af te leveren waarin af en toe stevig gesoleerd wordt.
In het begin van "Hiroshima: Enola Gay - Tune of Japan- Attack - Lament " hoor je de Enola Gay opstijgen om naar Hiroshima te vliegen en na 4 minuten volgt een dreigend rustig stuk.
Je voelt als het ware de naderende bom dichterbij komen, de mensen slapen nog en zijn zich niet bewust van de verschrikking die hen wacht.
De bom vat na 6 minuten, destructie en chaos dmv instrumenten die op hol zijn geslagen (je ziet de aanval zo voor je).
Een gitaarsolo die niet weet waar het heen moet, twijfelende begeleiding en stuurloosheid kenmerken de komende paar minuten.
De slachtoffers beseffen niet wat hun overkomen is en zelden heb ik muziek zo treffend een verschrikkelijke situatie horen nabootsen.
Het is muzikaal het hoogtepunt van de plaat en zelfs te vergelijken met de sterkste intrumentale stukken op de Scorpions "Tokyo Tapes" live-plaat.
Deze plaat is opgedragen aan de vermoorde Egyptische president Anwar el-Sadat, een mooi gebaar van Ulrich vind ik zelf.
De bonusnummers zijn weer van dat project waarin Ulrich computer-gegenereerde pianomuziek componeerde (uit 1991) en zijn niet eens zo misplaatst na "Hiroshima", het geeft je wat rust om het een en ander te overdenken.
Mocht je de zang niet al te storend vinden dan is dit een heel goed album, ze gingen er wel voor wars van enige commerciele invloeden en de epic "Hiroshima" is eigenlijk al het kopen hiervan waard.