De reïntegratie van Ward deel 18:
Het leuke aan een topic waar anderen platen voor je uitkiezen is dat je soms bij albums uitkomt die je normaal gesproken niet zou hebben beluisterd. Deze
Een Man Als Ik is er zo een. Een man als Guido Belcanto zie je niet elke dag: strak in een zwart pak gestoken en met een kapsel waar Jan Vayne jaloers op zou zijn. Alsof een ordinaire volkszanger poseert op een hoes van een Johnny Cash album. Dat is eigenlijk ook een goede weerspiegeling van de muziek zelf. Donkere weemoedige nummers gebracht in een country jasje en hij schuwt kitscherige strijkers en blazers allerminst. Zijn teksten zitten vol met levenslessen, maar gebracht met de nodige humor. Op papier zijn alle ingrediënten voor een fijne cultplaat aanwezig.
De toon wordt wat dat betreft meteen gezet met het gedragen
De zonde die ik nooit beging. Tussen de bombastische strijkers door vertelt Guido ons dat er geen zondes zijn die hij nooit heeft begaan. Als het op de lusten van het leven aankomt kunnen wij hem niets nieuws meer leren. Ik zal de nummers niet een voor een bespreken. Het album blinkt uit in weelderige country producties vol strijkers, blazers en steelguitar. Dat volle, bombastische geluid gaat er bij mij goed in, ondanks dat het regelmatig de grens van kitsch ruimschoots passeert.
Het kitscherige past ook prima bij de traditie van het levenslied waarin Guido zichzelf in plaatst met de verschillende covers die op het album staan. Die covers vind ik niet alle even geslaagd. Met het ingetogen
Dan ga ik weg voorgoed maakt hij een schitterende vertaling van Dylan’s
Abandoned Love. Een van de hoogtepunten van het album. Zijn versie van Dylan’s
It Ain’t Me, Babe wordt wel een erg plat meebrulnummer en zijn versie van
Summer Wine (
Toverdrank) is solide uitgevoerd, maar voegt eigenlijk niets toe aan het origineel. Daar staat dan weer tegenover dat het titelnummer, zijn versie van de Ierse traditional
I’m a Man You Don’t Meet Every Day, Guido op het lijf is geschreven. Die ironische zelfverheerlijking is puur genieten:
‘Wel mijn naam is Guido, meer bepaald Belcanto
de grootste ster die je ooit van zo dicht zag
Koning van het levenslied, dat ben ik, een ander niet
een man als ik ontmoet je niet elke dag.’
Tekstueel weet Guido sowieso aardig uit de hoek te komen. Zijn directe manier van verwoorden past goed bij het genre van het levenslied. Zijn bespiegelingen over vrouwen en relaties mogen dan niet hemelschokkend zijn, Guido weet het erg onderhoudend te brengen. Vooral doordat hij die levenslessen vaak onder een laag snedige humor verstopt, zoals in het erg vermakelijke
Een SMS of 3, waarin hij de invloed van moderne technologie op menselijke relaties hilarisch verwoord.
Al zijn er dus genoeg elementen aanwezig om een absolute cultplaat te zijn, is het voor mij dat persoonlijk helaas niet. Dit heeft voornamelijk te maken met Guido’s manier van zingen. Zijn stem zelf ben ik al niet kapot van, maar het grootste struikelblok is de manier waarop hij woorden uitspreekt (en dan heb ik het niet over zijn Vlaams accent). De manier waarop hij constant klemtonen in woorden verkeerd legt om qua metrum uit te komen werkt mij enorm op de zenuwen. Hierdoor loopt het nooit lekker door en komt zijn manier van zingen nogal gekunsteld over. Al klinkt het op papier misschien als een klein kritiekpunt, zorgt het in de praktijk er wel voor dat ik niet echt kan meegaan in de wereld van Guido Belcanto. Hierdoor blijf ik helaas steken op een nipte drie sterren.