In 1967 bracht Aretha Franklin met I Never Loved a Man the Way I Love You haar eerste plaat uit op Atlantic, en daarmee begon ze aan een indrukwekkend rijtje albums voor het label. Het absolute hoogtepunt wist ze begin jaren '70 te bereiken voor mij, met eerst het straffe, door blues en gospel doordrongen Spirit in the Dark, en anderhalf jaar later, begin '72, dit album.
Young Gifted and Black, vernoemd naar een pareltje van Nina Simone, is een erg diverse plaat geworden. De blues en gospel van Spirit in the Dark zijn ook hier rijkelijk aanwezig, zoals onder andere te horen in de zinderende titelsong. De soul-achtergrond wordt door Aretha evenmin verloochend, en de funk-invloeden zorgen voor een heerlijke schwung op enkele nummers.
De opener van het album klinkt als de soundtrack van een lieflijk sprookje, waarna Aretha de song weergaloos naar haar hand zet. De sprookjesachtige bombast drapeert zich heerlijk om de zang, inspiratie hangt in de lucht. Day Dreaming is vervolgens de eerste van 4 eigen nummers op dit album. De wat hese samenzang van de backings aan het begin leidt de song schuchter maar mooi in, Aretha betovert én verovert daarna een goeie 3 minuten lang harten en oren. De instrumentale begeleiding is hier wat meer ingetogen, al trekt Hubert Laws met zijn subtiele edoch frivole fluitspel de aandacht.
Rock Steady is de tweede eigen compositie, en biedt de luisteraar een werkelijk onweerstaanbare blend van funk en soul. Dr. John verzorgt hier mede de speelse percussie, zusjes Emma en Carolyn versterken het effect dat Aretha genereert nog wat, de Memphis Horns zorgen voor schwung en de tandem Purdie-Rainey op drums en bas acteert op het gehele album fantastisch goed, maar hier lijken ze nog dat extra vleugje toe te voegen. Pure magie! De titelsong is, zoals eerder aangehaald, sober op instrumentaal vlak maar de vocalen van Aretha zijn extatisch; superieure gospel, met veel gevoel en "soul" gezongen.
All the King's Horses is alweer de derde Aretha-original. Dit nummer klinkt heerlijk dromerig, al doet men in het tweede deel flink z'n best om je wakker te schudden. Toch drijft deze song voornamelijk op de lieflijk klinkende stem van Aretha en het quasi kwansuis klinkende basspel van Chuck Rainey - uiterst charmant. A Brand New Me werd in 1969 op single uitgebracht door Dusty Springfield, maar deze versie vind ik knapper en krachtiger. Aretha weet het verhaaltje, over een meisje dat na een stukgelopen relatie (mijn interpretatie) een jongen ontmoet waarbij de vonk meteen overslaat. Het prille geluk, de wat naïeve blijheid: ze weet het treffend te vertolken.
De B-kant van de plaat wordt geopend met April Fools, een Bacharach/David-song, voor mij de minste van het hele album. De instrumentatie is nogal exorbitant, niet per se een minpunt (zo zijn hier nog wel songs te vinden), maar voor mij werkt het gewoonweg niet in deze setting. Alles klinkt me net wat te vrijblijvend waardoor het, hoe kundig ook opgevoerd, niet weet binnen te komen. Laws valt wel weer in positieve zin op, moet ik zeggen. Vervolgens krijgen we een smaakvolle versie van de Otis-klassieker I've Been Loving You Too Long te horen. Niet zo onverwoestbaar als het origineel, maar Aretha doet het nummer eer aan met een doorleefde vertolking. Haar lead vocals gaan erg goed samen met de wat getergd klinkende backings, wat gewoonweg goed past bij dit wat bitterzoete nummer.
First Snow in Kokomo is het vierde en laatste van Aretha's eigen nummers, en kan qua dromerige kracht wedijveren met All the King's Horses. Donny Hathaway begeleidt Aretha op deze song (en andere) op het Hammondorgel, gitarist Cornell Dupree plukt wat nonchalant aan de snaren van zijn gitaar. Ik sluit mijn ogen en zie de helwitte sneeuwvlokken langzaam naar beneden dwarrelen, als mijmeringen uit een vroeger leven. Schoonheid en onthaasting gaan een fraai huwelijk aan in dit nummer.
Met voorgaand nummer is een ijzersterk laatste deel van dit album ingezet. Het meest atypische en verrassende nummer volgt nu namelijk. Aretha staat er wel bekend om songs van anderen met een geweldige draai naar haar hand te zetten. Deze Beatlescover is een meesterlijk staaltje, het origineel is niet instant herkenbaar, maar de inherente kwaliteit wordt behouden, en daarenboven voegt Aretha met haar bonte gevolg een flinke dosis gospel/soul aan het nummer toe - dit is één van die songs die qua intensiteit gerust op haar live-plaat Amazing Grace had kunnen staan, ook al zo'n LP die ik uiterst hoog aansla.
Het album wordt afgesloten met nog twee covers die het origineel overtreffen. Didn't I (Blow Your Mind This Time) lijkt wel een pastiche van drie verschillende songs, met het praalvolle begin (ik moest gelijk denken aan A Whiter Shade of Pale bij de eerste zanglijn), de gemoedelijke, percussie-gedreven tussenstukjes en het verrassende refrein, dat mijns inziens weer een geheel andere toon aanslaat met een Aretha die wat verder/dieper reikt en de hogere regionen met een bezoekje vereert. Hubert Laws blijkt daar ook te zijn, en vervoegt het feestje aan het eind. Border Song (Holy Moses) is de slotsong, en Aretha benut de kwaliteiten van de song optimaal om er een gospelspektakel van te maken dat je de reflex bezorgt de plaat gewoon nog een keer op te leggen.
Young, Gifted and Black is, wat mij betreft, een mijlpaal in de Amerikaanse muziekgeschiedenis. De voornaamste troeven? Een uitgekiende songkeuze (bovenop de uitstekende eigen songs), een keur aan geweldige musici die voor diversiteit en een fraaie inkleuring en begeleiding zorgen maar vooral: een sowieso al fenomenale zangeres op de absolute top van haar kunnen. Intens en inspirerend, maar evengoed dromerig en betoverend mooi.
4,5 sterren