Met een kalme intro zet ‘Eternal Turn of the Wheel’ in. De huilende wind op de achtergrond, akoestische gitaar op de voorgrond. De wind verstomt, een klaterend beekje laat zich horen. De rode loper wordt uitgegooid voor het eerste volwaardige nummer, ‘Breath on Cold Black Soil’. Dat valt meteen met de deur in huis; een agressieve, repetitieve gitaarriff scheurt alles open, de drummer mept er lustig op los, blastbeats niet uit den boze. Wanneer Thurios invalt, klinkt hij boos, agressief, emotioneel. Verdomd, wat een strot, de vocalen komen echt als een natuurkracht op je af, en niets of niemand is bij machte om het tegen te houden, je moet ondergaan. Een heerlijke lijdensweg volgt, maar, als je je er op een andere manier voor openstelt, een heerlijke wandeling door de ongerepte natuur, met meerdere adembenemende panorama’s.
De hoge mate van herhaling in de riffs en het drumwerk kunnen aanvankelijk een struikelblok zijn, maar zijn al bij al slechts schijn. ‘Breath of Cold Black Soil’ alleen al bevat meerdere geweldige twists, tempoveranderingen en verschillende sfeerschakeringen. Van koude agressie gaat het over een melancholiek eerste lentedaggevoel naar een epische storm. De klokken worden geluid. De achterliggende gitaartjes zijn geweldig, altijd weer. Samen met de bas het houvast van deze plaat. De song lijkt langzaam uit te doven, maar de fantastische laatste minuut moet dan nog beginnen. Een half gebroken riff wordt ingeluid, het tempo wordt langzaam de hoogte ingejaagd, en met een abrupt einde schakelen we meteen over naar de volgende song.
‘When Gods Leave Their Emerald Halls’. De storm keert nog eens terug, tot een beest van een riff invalt. Thurios draagt bij aan de sfeer, zoals in het vorige nummer, maar de echte kracht ligt weer in die achterliggende gitaarlijntjes, die zich achteloos lijken te verbergen in de nevelige achtergrond. Bij momenten klinkt ‘Eternal Turn of the Wheel’ als een wat monotone geluidsbrij, maar laat je daar vooral niet aan vangen; er zit meer dan genoeg muzikaliteit en afwisseling in dit werkje, de versnelling die meermaals opduikt in dit nummer is daar een sterk voorbeeld van.
Ik heb gelezen dat Drudkh met dit album meer teruggrijpt naar ‘Autumn Aurora’ en andere platen uit die periode. Wat ‘Autumn Aurora’ betreft, kan ik dat volledig beamen; de andere platen van Drudkh ken ik helaas nog niet, maar daar zal zeker verandering in komen. ‘Autumn Aurora’ vind ik nog beter dan deze; waarom, dat zal ik ten gepaste tijde daar wel bekend maken. Hier gaat het over ‘Eternal Turn of the Wheel’, natuurlijk.
‘When Gods Leave Their Emerald Halls’ is m’n favoriete nummer op de plaat. Als de song halfweg is, is er al zoveel gepasseerd dat je denkt; dit is toch al een volwaardige song, niet? Maar neen, Drudkh gaat gewoon door op het elan, en dat kan soms verkeerd uitdraaien (te langdradig etc.), maar hier is dat niet het geval. Het nummer blijft de volle 9 en halve minuut begeesteren, beklijven, onder huid kruipen, koude rillingen langs je nek sturen, noem maar op. Een vat vol emoties trekt deze song elke keer weer open bij mij. Na 6 en halve minuut maakt al het epische geweld even plaats voor de natuur, die toch ook een prominente plaats inneemt op deze plaat. De paganfeel, lees ik weleens. Krekels, in dit geval, als ik me niet vergis. Ik ben geen insectkundige. De gitaar, die subtiel weer kwam opzetten, zet een tandje bij, en escaleert vol vuur. Uiteindelijk mondt ook deze song weer uit in een monumentaal slotstuk.
Op de hoes zie ik ook dat achter de titels tussen haakjes de maand staat waarop de song betrekking heeft. ‘Farewell to Autumn’s Sorrowful Birds’ hangt samen met de maand oktober. De herfst. Het valt me ook op dat de gitaarlijnen op deze song weemoediger klinken. De heimwee naar de zomer, met zijn kolkende natuur. ‘Breath of Cold Black Soil’ speelt zich overigens af in de lente (maart), ‘When Gods Leave Their Emerald Halls’ in de zomer (augustus) en de afsluiter in hartje winter (december).
“Autumn’s sorrowful birds”, de kraaien. Zij pikken hun laatste graantje mee, vooraleer alles dicht gaat vriezen. Het land wordt geteisterd door die rotbeesten, en Thurios doet z’n uiterste best om ze weg te jagen. Ik begrijp niets van de teksten, en in mijn CD-boekje staat ook geen Engelse vertaling, dus ik gis maar wat; ik laat m’n fantasie werken. De hoes is trouwens fraai, en research heeft me geleerd dat zo goed als elke Drudkh-hoes de moeite waard is. De natuur speelt altijd een glansrol.
In de outro van ‘Farewell to Autumn’s Sorrowful Birds’ (na alweer een ijzingwekkende finale) horen we een laatste echo van de kraaien. ‘Night Woven of Snow, Winds and Grey-Haired Stars’ maakt z’n blijde intrede. Nou ja, blijde intrede. Als je een oerkreet en een desolate gitaarriff, geruggesteund door somber basspel en keiharde drums een blijde intrede mag noemen. Het winterseizoen is begonnen. De boeren vloeken, auto’s weigeren te starten, avonturiers wagen zich aan lange, lastige wandeltochten in ronduit prachtige omgevingen. ‘Night Woven of Snow, Winds and Grey-Haired Stars’. De titel alleen al is een gedicht op zich. Daar kan je je zoveel bij voorstellen, gewoon de ogen sluiten en genieten van de muziek, je in een witte, kille vallei wanen, verijsde beekjes en in de verte een duister, triest uitziend naaldbos.
De vier seizoenen van Drudkh. Het is een concept dat al veel eerder werd uitgeprobeerd (Vivaldi, anyone?), maar het wordt ook deze keer gesmaakt. Althans, door mij toch. Dat komt waarschijnlijk deels door het waarachtige geluid van Drudkh. Bijzonder sfeervol, een warme overjas of ijspriem in je gezicht, al naargelang de stemming. Je kan in ieder geval onmogelijk zeggen dat er niets gebeurt, en ik blijf er nog altijd van genieten, al heb ik ‘m nu al heel wat luisterbeurten gegeven, en in de laatste minuten van het album, met weer die huilende wind en een gitaartje dat ergens in de verte klinkt, tegen een laag van noise, zit ik nog altijd even erg te genieten als tijdens de rustige intro. Drudkh heeft het met deze ‘Eternal Turn of the Wheel’ klaargespeeld mij te intens te raken, en daar gaat het toch allemaal om?
4,5 sterren