Er was in 1972 een rare situatie ontstaan voor Fairport Convention. Van de band die nog maar 2 jaar eerder Full House opnam, het laatste baanbrekende album van ze, waren alleen nog violist/zanger Dave Swarbrick en bassist Dave Pegg over. De laatste leden van het eerste uur, Richard Thompson en Simon Nicol, waren respectievelijk begin en eind 1971 vertrokken, gevolgd door drummer Dave Mattacks. Zowel Thompson, Nicol en Mattacks doken samen met de al in 1969 vertrokken Ashley Hutchings weer op in diens regelmatig van line-up wisselende Albion Country Band, waardoor dat gezelschap bizar genoeg meer originele Fairport in zich had dan de band die onder die naam opereerde in 1972.
De beiden uit Birmingham afkomstige Swarbrick en Pegg hadden oude maten van hen gevraagd toe te treden - er moesten optredens gedaan worden - en zo kwam de vergeten, rommelige line up met drummer Tom Farnell en gitarist Roger Hill tot stand - Fairport bestond uit 4 Birminghamnezen, terwijl de groep oorspronkelijk uit Londenaren bestond. Volgt u het nog? ...
Na een paar maanden was het exit Hill, en kwam de Canadese ex-Mountain gitarist David Rea bij de groep. Met hem werd een album opgenomen, dat echter nooit uitgebracht werd - alle partijen waren ontevreden over het resultaat en muzikaal klikte het niet. Exit Rea en Farnell.
Waarop Swarbrick en Pegg het in de nazomer van 1972 maar probeerden met oude vrienden en sessiemuzikanten als Richard Thompson, Sandy Denny, Timi Donald en Gerry Conway. Hieruit groeide echter een geheel nieuwe, stabiele Fairport - nieuw waren de Australiër Trevor Lucas en de Amerikaanse gitarist Jerry Donahue, beiden eerder actief in Sandy Denny's band Fotheringay (Lucas was ook nog eens de echtgenoot van Denny). Drummer Mattacks zag het ook wel weer zitten en keerde terug op de drumstoel. Fairport Convention was herboren.
De plaat Rosie is een afspiegeling van het rommelige jaar 1972. Het klinkt zeker niet als een coherent geheel; zelden is de op de hoes afgebeelde groep in aktie, eerder een allegaartje van voormalige en toekomstige FC/Fotheringay leden. Er staat zeker prima werk op - het misschien wat schmaltzige titelnummer, Lucas' fraaie ballad The Plainsman, Swarbrick's instrumentale Hens March - maar daar staan opvullers tegenover als de gezichtloze stamper Knights Of The Road en het vrij tenenkrullende Hungarian Rhapsody - tekstueel op zijn best een beetje lollig ("We ain't yer Rolling Stones, we ain't yer T-Rex/Actually we're only here for the beer"), maar hier zijn de hoogtijdagen van Liege & Lief wel erg ver weg.
Deze line up komt echter tot wasdom op de opvolger Nine, waarna Lucas' echtgenote Sandy Denny terugkeert voor Live Convention en Rising For The Moon - waar meer in had kunnen zitten. In 1976 gevolgd door een evenzo rommelig jaar als 1972. In elk geval kun je niet zeggen dat de stamboom van Fairport Convention saai is.
3 sterren voor Rosie; gezien de omstandigheden is het album wel presentabel, maar geen klassieker.