Stijn_Slayer
Ietwat experimentele klassieke plaat van Jack Nitzsche, uitgevoerd door The London Symphony Orchestra. Niet direct wat je verwacht van Jack Nitzsche op basis van zijn hits en producties en arrangementen voor o.a. Neil Young.
Van huis uit is Nitzsche opgegroeid met klassieke muziek. Hij is klassiek geschoold op piano en heeft kortstondig orkestratie gestudeerd. Die invloeden zijn in bijv. 'Expecting to Fly', 'A Man Needs A Maid' en 'There's a World' natuurlijk ook terug te horen. Die laatste twee nummers waren ook met The London Symphony Orchestra. Niet toevallig, want in 1974 zei Nitzsche zelfs dat hij alleen aan die twee nummers meewerkte zodat hij de kans kreeg om met The London Symphony Orchestra te werken. Hij kon ze daarna gratis gebruiken op zijn eigen album, en dit is daar het resultaat van.
In 1981 zei Nitzsche dat hij tien jaar na dato wel iets originelers had kunnen schrijven. Ik deel die mening niet echt. Ik hoor toch voldoende eigen creativiteit en er is niets mis mee om voort te borduren op tradities. Dat kan ook bijna niet anders. Op de een of andere manier heb ik altijd interesse in popmuzikanten die zich ook in het klassieke genre staande houden, en dit album is daar een goed voorbeeld van.
Het album is opgenomen in een kerk met meer dan 100 muzikanten. Een optimale situatie om met hard en zacht contrasten te spelen, wat veel voorkomt op deze plaat. Het is een album dat zich constant ontwikkeld, vervolgens weer een beetje inhoudt, en weer verder gaat. In bijv. '#3' wordt dit bereikt doordat de contrapuntische werking een gevoel van spanning en progressie oproept. Gedurende het hele album zorgt die spanning in combinatie met de mooie, of op z'n minst boeiende melodieën ervoor dat je aandacht constant getriggerd wordt. Áls je al een keer wegdut ben je snel weer bij de les als de percussie ineens hard aanzwengelt.
Reprise was er weinig verrassend niet zo blij mee en Nitzsche heeft nooit meer een plaat voor ze uitgebracht.