Mssr Renard
'Warrior on the Edge of Time' lijkt op het eerste gehoor wat wisselvalliger dan 'Hall of the Mountain Grill'. Dat heeft een aantal oorzaken. Zo is deze plaat door de band zelf geproduceerd en niet door een gigant als Roy Thomas Baker. Dit uit zich in een zo nu en dan overdonderende sound, waar de band het ogenschijnlijk moeilijk vind om een goede balans te vinden tussen de instrumenten.
Omdat drummer Simon King een korte periode uit de running was, verving drummer Alan Powell hem tijdens de liveconcerten. Toen King weer terugkeerde, had de band defacto twee drummers. Dat hoor je duidelijk terug op deze plaat. Het is niet voor het eerst dat een band met twee drummers werkt (Grateful Dead, Allman Brothers, James Brown, John Coltrane) maar dan moet je dat wel iets beter aanpakken. Nu spelen beide drummers op sommige momenten even hard, en ook al zijn de twee drummers respectievelijk links en recht gepand in de mix, kan dat nogal chaotisch overkomen. Een producer had hier wat meer in kunnen betekenen.
De gitaar en de basgitaar staan ook wat voorin de mix, wat het voor Simon House, die na het vertrek van Dettmar de enige toetsenist is, naast de violist, soms wat moeite heeft van zich te laten horen. Nik Turner is in de mix ook niet altijd goed te onderscheiden, terwijl juist hij ook als instrumentalist enorm gegroeid is, en dan met name op de dwarsfluit. Het is allemaal niet heel erg storend, want zo'n nummer als 'Dagmu' waar de band echt alle registers opentrekken werkt echt heel goed. Een nummer als 'Spiral Galaxy 28948' had dan wel wat meer subtieler mogen klinken.
De productie werkt wat minder goed in de overgang van 'Assualt and Battery' naar 'The Golden Void' waar nét even te veel gebeurd om het aangenaam te laten klinken. En dat is best jammer, want het duo is zo een beetje het beste wat de band ooit heeft geschreven. Dit duo wordt dan wel vaak live gespeeld, dus het komt nog genoeg aan bod.
Ik wil nog wel het gave 'Dying Seas' aanstippen. Een nummer gepend door Nik Turner, waar het lijkt alsof de band echt alles in een nummer willen proppen, een intense bop-saxofoonsolo, een vioolsolo, heavy synths en wat dies meer zijn. Een nummer dat eigenlijk te kort duurt.
De band kiest op deze plaat duidelijk voor wat kortere songs, die conceptueel aan elkaar verbonden zijn, en ook in elkaar overlopen. Een aantal van die korte songs zijn voordrachten van schrijver Moorcock en Turner, vergezeld van geluidsmanipulaties, synth-swirls en opzwepende pauken en tomtoms. Dit type voordracht zal zangeres Bridget Wishart in een latere versie van de band ook doen. Ik vind het wel wat hebben en het draagt bij aan het kosmische karakter van het album.
Deze plaat zet in principe de lijn voort van de vorige plaat, maar mist de nuance en de uitstekende productie van de vorige plaat. Aan de andere kant klinkt deze plaat wel wat directer en rauwer, wat soms wel rommelig kan overkomen. Deze plaat heeft wel misschien de mooiste hoes van de band (met name als je het openklapt).
Nota bene: de rock'n'roller 'Kings of Speed' verscheen eerder al op 7'-single met als b-kant, het welbekende 'Motörhead'. Die laatste is niet op lp verschenen, maar zal wel ongetwijfeld de band's bekendste nummer zijn (naast 'Silver Machine'). Het sluit Lemmy's hoofdstuk bij de band af, en luidt daarmee ook een geheel nieuw hoofdstuk in; want Lemmy zal wereldbefaamd worden met zijn eigen Motörhead.