Het latere gefreak is wel al op dit debuut hoorbaar, maar ik stoor mij hier nog wel aan de productie.
Juist de herkenbare elementen zitten wel erg op de achtergrond gemixt.
Bij Dance, Dance, Dance is het meer de orkestachtige ondersteuning die er uit springt.
De drums hoor je erg zachtjes, gitaar is bijna helemaal niet hoorbaar, maar ook de bas is veels te weinig aanwezig.
Het Yowsah, Yowsah, Yowsah, klinkt kunstmatig, en ik moet hierbij juist aan Inspector Gadget denken, die dit later ook veel zal gebruiken.
Natuurlijk is Nile Rodgers later in de jaren 80 erg belangrijk, en bezorgt hij toch wel David Bowie en Duran Duran hun grote nummer een hits.
Maar ik denk dat de productie van de soundtrack van Saturday Night Fever bepalende is geweest voor het verdere geluid van Chic.
En natuurlijk I Feel Love van Donna Summer, maar eigenlijk van Giorgio Moroder; ook uit 1977.
Hij had ons twee jaar eerder al kennis laten maken met Love To Love You Baby, waarbij de disco ook al duidelijk hoorbaar was.
Nile Rodgers vertelde laatst in een interview op televisie dat ze vanaf het begin vooruitstrevende en vernieuwende muziek maakten.
Dat hoor ik echter op hun debuut absoluut nog niet terug.
Wat funk en fushion, maar het kenmerkende vette geluid is hier nog niet aanwezig.
Ergens klinkt een fluit er doorheen, maar dat deden onze eigen Focus en Golden Earring ook al.
Nog weinig disco hier.
Bij You Can Get By is wel het kenmerkende gitaarspel te horen, bijna hetzelfde als in Bowies Let’s Dance, maar daar hoor je de bas en drum te weinig terug.
Alle elementen zijn aanwezig, maar het geluid is een goede mix van dit alles.
Iets waar Chic duidelijk nog in moet groeien.