Ik had gehoopt de aanstekelijke excentriciteit van Tin Hat Trio op deze solo-plaat van Rob Burger terug te vinden. De voortekens waren in elk geval veelbelovend: Burger is een veelzijdig muzikant die behalve de accordeon nog tientallen andere instrumenten beheerst, zoals het glockenspiel, de speelgoedpiano..affijn, bedenk maar een klavierinstrument en deze kerel bespeelt het alsof hij ermee tevoorschijn kwam op de dag dat hij geboren is.
Soms levert dat sprankelende staaltjes van virtuositeit op zoals op
Arturo, The Aqua Boy, waar hij de glockenspiel meesterlijk bediend op de tonen van een viool die zo vals krast als een krolse kat. Verder is daar nog
The Couching Episode, een wild jengelend nummer in de beste Tin Hat Trio-traditie.
Toch fijn om te horen dat Burger nog lekker tegendraads uit kan halen.
Tot zover goed nieuws, ware het niet dat "Lost Photographs" in bepaalde momenten oubollig en betweterig overkomt. Misschien heeft Burger iets teveel in oude foto-albums gekeken naar familiebruiloften in een ver verleden, of heb ik iets teveel naar de hoekige kamermuziek van THT geluisterd, maar soms neemt de nostalgie volgens mij iets teveel de overhand op dit album.
Toegegeven, klezmer-fanaten zullen zich ongetwijfels prima vermaken met nummers zoals
Youkali,
Mem en
Constantinople, en wellicht heeft Burger willen laten horen hoe mooi hij de accordeon in de beste Jiddische traditie kan geselen, maar desondanks vind ik de nadruk van Burger op "die goede oude tijd van weleer" soms iets teveel van het goede.
Burger mist op de genoemde nummers namelijk nét dat beetje extra beheersing van zijn favoriete instrument om in de traditionele muziek van zijn "roots" uit te blinken. Met een haast plichtmatige voordracht, lijkt hij iets teveel respect te hebben voor de basisvormen van deze muziek om een levendig muziekstuk te creëren. Het vonk sprong gewoon niet over.
Met andere woorden, daar waar hij weliswaar uitblinkt in het bedenken van gekke kronkelmelodieën, laat het fingerspitzengefühl op "basisniveau" hem in de steek.
Gelukkig vormen de piano-riedeltjes hier een dikke pleister op de wonde.
Linguist from Latvia en
The Cantor and His Grandson als afsluiter, zijn weliswaar vrij zwaarmoedig van aard, maar deze nummers klinken tenminste alsof het gevoel en het hart nu wel op de juiste plek zitten.
Kortom, dit is een plaat die bij mij zowel gevoelens van extase als lichte teleurstelling heeft opgeroepen. Een score van 3,5* lijkt me wel passend voor deze "mixed package".