Jonathan Jeremiah kreeg dankzij de samenwerking met het Metropole Orkest in 2011 en daarna de nodige extra publiciteit in Nederland.
Hier spelen ze samen
Lost van het debuut, uitgezonden bij de NTR. Die aandacht bleef toen ze samen musiceerden op zijn tweede album
Gold Dust. Dat heeft in mijn geval geholpen: langzamerhand raakte ik geïnteresseerd in dit album en de voorganger. Ik ben hem sindsdien blijven volgen en meestal was ik enthousiast.
Zoals vaker met het tweede album van een artiest heb ik het idee dat tijdsdruk een negatieve rol speelde. Daardoor wordt te veel geleund op liedjes die het debuut niet haalden of die bij het schrijven te weinig aandacht kregen. Alhoewel
Gold Dust qua stijl, sfeer en arrangementen naadloos aansluit bij
Solitary Man, is het desondanks minder spannend.
Gelukkig kiest hij niet in alle nummers voor een orkestrale aanpak, soms houdt hij het bij zijn gitaar en stem. In alle gevallen zijn het uiteindelijk de melodieën die het moeten doen. Die doen het goed in de volgende nummers:
Gold Dust met z'n ingetogen begin en groei naar een massief geluid;
Fighting Since the Day We Are Born redt het dankzij de koperblazers die het nummer nét wat extra's geven; slim is het om vervolgens
Shout ingetogen en lief te laten en dat te laten volgen door het opgewekte
Lazin' in the Sunshine dat dankzij de cello's warempel wel iets van ELO wegheeft. Tot zover is alles dik in orde.
Dan begin ik echter af te haken:
Everyday Life pakt me niet, ondanks de percussie die vanaf 3'06" meedoet. Dat houd ik bij de navolgende nummers. Akoestische gitaar en stem bepalen
All We Need Is a Motorway, een uptempo popliedje is
The Time of Our Lives, toch werkt het niet meer. De melodieën pakken me niet, zelfs de variatie tussen orkestrale en gitaarliedjes helpt niet; hetzelfde bij
You Save Me, terwijl ik de pianolijnen en koperpartijen op zich mooi vind.
Ik mis spanning: de melodielijnen van
Chatsworth Ave. en wiegeliedje
Forever Shall Be Ours worden zelfs irritant bij vaker draaien. Al zou ik daar misschien anders in zitten als ik een kleintje naar bed moest brengen, maar voor vaderschap ben ik te oud en mijn kinderen hebben mij nog niet tot opa gemaakt.
Het kakt verder in met
Caffeine & Saccharin. Wel kan ik me voorstellen dat mensen die The Beatles of het latere werk van de Beach Boys leuk vinden, of Van Dyke Parks (wie herinnert zich hem nog?), hier wél voluit enthousiast van worden. Het is een smaakdingetje, de tweede helft is me te bedaard. De instrumentale reprise van de opener verleidt ten slotte sluw om van voren af aan te beginnen.
Een kleine 7 of een dikke 6? U ziet aan mijn sterrenwaardering wat het is geworden. Dan hoop ik dat
bommel nog levendige herinneringen heeft aan zijn JJ-concert op de voorste rij en daar dertien jaar later iets over kan delen!