In the Pocket is een album dat weinig lof oogstte of op z'n best wat in de anonimiteit bleef. Ook hier op MuMe kan er maar het maar net boven de 3 sterren komen. De altijd scherp-kritische
Wilson & Alroy's Record Review komt niet verder dan een magere 2 sterren. Recensent
Kit Rachlis van het blad
Rolling Stone schreef in 1976 een vernietigende review over de plaat met zinnen als:
... he has failed to write a single memorable melody, and on a record that is more that 40 minutes long, the result is inevitable — boredom.
To say that a performer hasn't taken any risks has become the prime cliché of rock & roll criticism, but there is no other way to describe James Taylor's current failure.
If In the Pocket were his first rather than his seventh album, it would hardly cause a ripple or receive a review of this length.
Zo kan 'ie dan wel weer, want het was duidelijk dat de singer/songwriter in dat jaar geen goed meer kon doen. Werd er op de redactie nog wel echt geluisterd of meenden ze, op basis van vooringenomenheid zelf de trend te kunnen zetten? Zo werd het makkelijk scoren voor de opkomende nieuwe muziekgeneratie. De oude had immers afgedaan. Al met al werd het Taylor's minst succesvolle album in verkoopcijfers sinds zijn debuut.
Dat was niet verdiend. Want In the Pocket behoort tot het beste wat Taylor heeft te bieden. Hij schreef bijna alle nummers zelf,
Don't Be Sad 'Cause Your Sun Is Down samen met Stevie Wonder en er is slechts één cover:
Woman's Gotta Have It van Bobby Womack. Verder zijn er nogal wat andere grootheden die meewerkten aan de plaat. Ik denk aan Art Garfunkel in duet op
A Junkie's Lament, David Crosby en Graham Nash, Bonny Raitt, Linda Ronstadt, Michael Brecker op sax en de onvermijdelijke gitarist Danny Kortchmar en drummer Russ Kunkel. Niet te vergeten de vocale bijdrage van echtgenote Carly Simon.
Poeh, dat klinkt indrukwekkend, maar daarmee hoeft het toch nog geen goed album te zijn? Helemaal waar. Alleen, in dit geval, is het wél goed. Bijzonder relaxt, dat is zijn handelsmerk. Nog nooit een kwaaie schreeuw van de man gehoord. Melodieus niet vernieuwend, maar verfijnd, uitgekristalliseerd. Tekstueel wat minder diep, wat vlakker in de emoties, maar beter in kwaliteit dan op eerdere platen van de man. Voor wie dat allemaal te saai vindt: geen probleem, laat dit album liggen. Het is natuurlijk wel een tijdsdocument. 1976. Beetje leefkuil, gesetteld hippiedom, lekkere Westcoast-niks-aan-de-hand muziek is het ook wel. Beetje spelen met funk hier en daar, maar dat was de tijd. En dan die productie: boterzacht maar wel erg smakelijk. En over welke budgetten konden producers nog beschikken om zo'n setlist in te zetten. Een gouden tijd.
Zoals gezegd, goud werd het niet en het zou het laatste album zijn voor Warner Bros. Het contract verliep en Taylor zou hierna met wat meer succes verder gaan bij Columbia.
Nu zou ik een lijstje nummers willen noemen die er bovenuit steken en een paar andere die minder zijn, maar daar kom ik echt niet uit. Iedere song heeft voldoende kwaliteit om in de
repeat te zetten. Maar van m'n stoel vallen doe ik ook niet. Nou vooruit: opener
Shower the People is toch wel erg fraai.
Boredom? No way!
Nog maar weer eens opzetten.