In 2011 was er een Facebookpagina over boerenrock die ik volgde. Die site was rond 2013 van de ene op de andere dag verdwenen, maar bracht een prima kennismaking met namen die alleen in het Nedersaksische deel van Nederland bekend zijn; daarbuiten niet. Eén van die namen was Bökkers en vanwege
Badstoffen Gedrocht kocht ik hun debuut-cd.
Die groep leerde ik kennen als Bökkers Dût Normaal (
voorheen Normaal Coverband) met covers van... juist. Geleidelijk echter stak eigen werk de kop op. Bökkers ontwikkelde een eigen scheurende stijl, nog altijd geschoeid op r&b, rock 'n' roll, boogie en noem meer rockende stijlen. Weliswaar in de voetsporen van Jovink & The Voederbietels, de vorige groep van Hendrik Jan Bökkers, maar dan een Sallandse variatie - al hoor ik als westerling de taalverschillen niet. Nedersaksisch is een taal met z'n eigen dialecten.
Een sterke opener is het log rockende
Ik Hoef Oe Bier Niet Klootzak waar je bovendien meteen weet dat het productioneel dík in orde is met knisperende gitaren, sterk gevolgd door het swingende
Nooit Duurt Heel Lang. Naast Hendrik Jan Bökkers spelen Erik Neimeijer op slaggitaar, broer Bastiaan Bökkers op bas en Arjan Mulder op drums. De vier zetten een geluid neer dat dezelfde sfeer heeft als het AC/DC van de jaren '70, rauw, puur en spontaan. Met een grotere dosis blues echter wel degelijk anders dan de Australiërs.
Het midtempo
Ik Goa Oe Kriegen bevat een ijzersterke riff, oorwurm van de buitencategorie. Bluesrock in
Heel Mooi Deerntie, waarna mijn überfavoriet
Badstoffen Gedrocht met z'n humoristische én spijkerharde tekst volgt:
"Zie denkt dat ik alleen mar denk an drank - Mar wat wo'j anders met zo'n badstoffen gedrocht op de bank." Met heerlijke achtergrondzang van Josefien Terburg.
In scheldlied
Ik Neuk Wel Ja krijgt opnieuw een dame (of is het dezelfde?) uit de pan, waarna de midtempo groove van
Stukkie van de Film Kwiet onweerstaanbaar blijkt. Het van Johnny Cash gecoverde
Cocaïne Blues krijgt een eigen verhaal met daarin het cachot van Zwolle en alweer glimlach ik om de directe teksten inclusief zelfspot.
Zolte Hering is minder spannend,
Kluizenaar ademt blues net als finalenummer
De Duuvel Heft Dost, waarbij de eerste elektrisch en het slotlied akoestisch is.
Dit was 2011. Nadien werd Bastiaan molenaar en ik kan verzekeren dat in zijn
Mölle niet alleen heerlijke broden en zoetigheden en goede koffie zijn te vinden, maar ook véél streekbieren. Een beetje de sfeer van dit debuut van Bökkers.