De plaat opent met 'Feestfanfare', een instrumentale fanfare-versie van de gekende Will Tura-cover. Onwetenden zouden kunnen denken dat ze een carnavalsplaat in huis hebben. Een misvatting die nog wordt versterkt door de circusfoto's op de voor- en achterkant van het album.
In de titeltrack maak zanger Stijn Meuris-zeur-es meteen duidelijk dat hij niet zo'n feestbeest is. Mistroostige Meuris lijkt wel de achterneef van Maarten van Rossem en Lou Reed. Maar hoera, hoera, hij beschikt ongetwijfeld over meer rekbare stembanden dan z'n twee vermeende grootooms.
'Stil Verdriet' knalt ook lekker, al had de achtergrondzangeres wat meer spinazie mogen eten. Of betreft het een foutje van de producer?
'De Telefoon Weent' is wellicht een betraande knipoog naar een Franstalig bleitliedje dat ooit door een Vlaamse schlagerzanger en een kindsterretje in de eigen taal werd vertolkt. Dat Nederlandstalig niet klef hoeft te zijn, bewijst Noordkaap hier met verve. Ik had in het pre-internet-tijdperk een relatie met een Italiaanse. Meuris die de telefoonfactuur ter sprake brengt, was voor mij een vorm van (h)erkenning.
'Muiterij aan Boord' is nog een hoogtepunt. Het begint verhalend maar dan volgt de parallel tussen schipbreuk en een gestrande relatie. Geen beeldspraak waarmee je de Nobelprijs literatuur in de wacht sleept of erger: mijn Italiaans drama doet vergeten.
Nee 'Rücksichtsloos' is geen punt maar de gitarist van dienst Lars van Bambost - leuke woordspeling hierboven,
c-moon - verdient minstens een vermelding in deze review. Behalve grens-Limburgers zijn Vlamingen
gar nicht vertrouwd met de Duitse taal. Bij de combinatie van een Duitse naam en Nederlandse teksten moet ik aan Tröckener Kecks denken. Ik hoop dat Noordkaap dit als een onvoorzichtig compliment zou beschouwen en Rick de Leeuw niet geschoffeerd zou zijn.
'Arme Joe' verscheen eerder al op het tribute-album
Turalura (1990). Daarop was Noordkaap de minst bekende uit de beet tussen o.a. Bart Peeters en Raymond van het Groenewoud. Het eerbetoon dat Noordkaap daar brengt wijkt door z'n stevig gebeuk meer af van het origineel dan de meeste andere nummers. Dat diezelfde cover op
Feest in de Stad het absolute prijsbeest is, vind ik geen schande.
'Paris Texas' vind ik door z'n a-ritme bloedirritant. Wou Meuris hier aan de wereld kenbaar maken dat hij een
Kulturmensch is en z'n filmklassiekers kent? Leve de cd en de skip-knop.
'Dans met Mij' is dan lekker uptempo met nu wel een geslaagd koortje. De tekst is wat (te) gemakkelijk maar ja, in m'n moerstaal let ik daar natuurlijk meer op dan en 't Engels. Muzikaal zit het wel even snor als Guy Mortier, de legendarische hoofdredacteur en bezieler van Humo's Rock Rally en
Turalura.
'Kippevel' moet tegenwoordig met een tussen-n geschreven worden, maar Meuris was dan ook een gefaalde student Germaanse filologie. Het tempo ligt hier wat lager - zoals de spreektaal in gans Limburg - maar het gedoseerd geschreeuw en de muzikale invulling maken er een boeiend luisterstuk van. Mijn armhaar komt bijna rechtop wanneer naar het einde toe een goede synth, de backings en een stukje acapella voor extra sfeer zorgen.
In 'Sta Me Bij' lijkt Meuris te lijden onder een zoveelste aanval van relationele verlatingsangst. De kreet "God sta me bij, nee niet met mij" is een voorloper van zijn latere afrekening met een opperwezen. Hier was Meuris blijkbaar nog niet volledig van God los.
'Pacific naar m'n Hart' is een song naar m'n hart. De ritmesectie geeft het tempo van het stalen gevaarte weer dat het Wilde Westen doorkruist op weg naar een havenstad aan de Grote Oceaan. De loeiende gitaarintermezzi beschouw ik als momenten van zintuiglijke opwinding onderweg. Een landschap of een verlangen. Na 'In een Klein Stationnetje' en 'Station to Station' is dit het treinlied dat de meeste impact op me heeft.
De haven is bereikt want in 'Scheuren in het Hart' doorboort een vaartuig het hart van de zanger. Misschien zijn die verhaaltjes over ludduvuddu en de beeldspraak over allerlei voertuigen wel een beetje
des Guten zu viel. Of om het anders te verwoorden: te weinig variërend en iets te universeel.
Noordkaap zou zich later ontwikkelen tot een meer evenwichtige band - met een minder prominente rol voor de gitaar en scherpere teksten. De ballad 'Regen en Ruïnes' lijkt als afsluiter een voorproefje op wat komen zou.
Best gek dat het tot 1991 heeft geduurd tot een Nederlandstalige mainstream band - althans in Vlaanderen - klonk als gewapend beton. Voor dit debuutalbum neem ik m'n circushoedje af. Daar staan vier sterretjes op afgebeeld.