Een erg sterke release dit debuut, van deze Argentijnse zangeres, wonende in Polen. Deze kamer-folk is gebaseerd op tape-music, orkestrale begeleiding, orgal drones, en middeleeuwse cadenza's.
De plaat opent met een slechts een gitaar, wie een claustrofobisch rif-je speelt. Haar stem zingt met de overtuiging van een 'trobairitz'. De gitaar, vocale candenza en minimale orkestrale begeleiding zijn gedurende de eerste 2 nummers de basis thema's, wat vergelijkbaar is met Tim Buckley zijn free-folk, in een Aziatische ornament. In 'Paulos Raptis' worden voorzichtig Afrikaanse ritmes toegevoegd, wat zich evolueert in Ode to Plethora. De ritmes zijn hier niet meer 'Afrikaans', maar bestrijken het domein van de punky principes zoals de Ramones en The Clash, dit deden eind jaren 70.
'Check My Computer' flirt met de postpunk scene van de jaren 80. Haar stem wie in het begin nog een bereik had van een mezzosopraan, heeft nu het karakter van een punkster. Ze klinkt boos, oprecht en primitief. In Puntzi & Maureen betreed ze de noiserock scene van begin jaren 90, wat zijn oorsprong vind in Cop Shoot Cop's post-harcore en Royal trux hun avant-noise.
In 'Explode a Little bit in to My Arms' gaat ze terug naar haar de roots van de freefolk. De gitaar bestrijkt weer het minimalistisch getokkel, wie een sfeer schept, zoals te horen is in de feministische indie-folkrock van de jaren 90. Echter is de noiserock vervangen met Roy Montgomery 's evaluerende psychedelische trances.
In Explode... wordt de luisteraar tevens voorgesteld aan de eerste uitstapjes richting de electronische low-fi.
'Haunting Carabe' een Gotische hommage, wat zijn inspiraties vind in de kosmische electronische muziek. Waar eerst de gitaar het fundament was, wordt deze plaats overgenomen door het orgel, wie het centrale instrument van dit nummer is geworden. Het orgel speelt een progressieve athem, wat doet denken aan Klaus Schulze zijn kosmische muziek.
De afsluiter houdt vast aan de galactische orgel drones maar voeren nu slechts het ornament van de compositie. Haar stem is vervangen door een vrome trombone solo. De plaat klinkt hier niet meer primitief en nostalgisch, maar eerder futuristisch.
Erg veel verschillende genres, stijlen en thema's passeren de revue. In elk nummer wordt op een minimalistische wijze de basis gelegd voor een natuurlijke mutaties naar het volgende thema en genre, wat zich op haast compleet natuurlijke wijze evolueert en tot het maximale wordt uitvergroot. Toch vervalt dit niet in een verstrooide kakofonie. Een prachtige hommage aan tape-music. Heel indrukwekkend!
Het album is in zijn geheel te beluisteren op Bandcamp
link.