In 1996 verliet Sammy Hagar voor mij onverwacht Van Halen. In 2002 is
Not 4 Sale alweer zijn vierde album daarna, waar Van Halen er nog maar één uitbracht. Ook deze vierde is prima, wat laat zien dat Hagar - zoals hij zelf aangaf na zijn vertrek bij VH - inderdaad druk bezig was én bleef met het schrijven en opnemen van nieuw werk. In dit geval een echt groepsproces: bij elkaar komen en spelen, waarbij ideetjes uitgroeien tot volwaardige nummers, zo vertelt hij
in het boekje.
De hoesfoto is mooi: heeft Hagar deze gitaar met de naam 'Red Rocker' op de hals speciaal voor zich laten maken? Wie zal het zeggen, kon er geen informatie over vinden. We zien de gitaar met uiteraard rode body ogenschijnlijk in een winkel staan, met de albumtitel als kaartje eraan hangend. Nogmaals: mooi plaatje!
Het is zijn derde met the Waboritas en wederom wordt sterk werk afgewisseld met minder, al blijft ook hier na afloop het positieve gevoel. Verschil met voorganger
Ten 13 is dat hier wat meer een akoestisch gevoel aanwezig is, alsof de basis van veel nummers daarop ontstond. Al is het wel degelijk een hard rockend plaatje met de altijd sterke stem van Hagar.
Midtempo en log rockt
Stand Up en als het halverwege intenser wordt, valt op hoe lekker de gitaren klinken. Productie van Bob Daspit met de groep. Iets sneller is
Hallelujah met daarin kritiek op mooidoenerij terwijl de wereld een zootje is - denk ik. Pakkend refrein in ieder geval.
Dan de voet weer van het gaspedaal in
Halfway to Memphis dat tegelijkertijd massief scheurt met melodieuze gitaarlijn. Uptempo en akoestisch begint
Things've Changed, waarin Hagar terugblikt en met enige spijt constateert wat de liedtitel zegt. Het is vrolijk en weemoedig tegelijk met een aangename melodie, zoals Bruce Springsteen ook zo goed kan: rocken met gevoel.
De eerste keer dat ik
Whole Lotta Zep hoorde, was de beste; had namelijk niet gezien hoe het nummer heette en was aangenaam verrast door deze medley 2.0 van klassiekers van Led Zeppelin. Normaliter haat ik medleys, maar hier werkt het wonderwel, ook als je inmiddels weet wat er komt. Het werkt omdat de muziek daadwerkelijk tot een eenheid is gesmeed, midtempo en stevig, in plaats van de nummers domweg aan elkaar te plakken. Een sterke ode aan Zeppelin, extra leuk als je weet dat Hagar in zijn jonge jaren het nodige werk van de groep coverde - hij werd begin jaren '70 zelfs tot de nieuwe Robert Plant gebombardeerd...
De tweede helft.
The Big Nail is wederom langzaam en nu gaat het me tegenstaan, want de melodie is niet sterk genoeg. Hier had het sneller gemoeten. Iets vlotter en zeker met betere melodie is
Make It Alright, maar nog steeds niet goed genoeg.
Niet getreurd, reeds na 153 seconden wordt het daadwerkelijk sneller:
Not 4 Sale is uptempo, scheurende gitaren met koortjes á la Michael Anthony in de dagen van "Van Hagar". Nog een schepje erbovenop in
The Big Square Inch met pakkende duetzang in de coupletten tussen Hagar en één van de groepleden (de hoes vermeldt niet wie) en bovendien een eenvoudige maar effectief scheurende riff.
Slotlied
Karma Wheel suggereert bij eerste beluistering dat het een groeiertje kan worden, wat blijkt te kloppen. Met name de bruggen, het refrein en de gitaarsolo hebben een slepende schoonheid. Anders dan Hagar ooit heeft gedaan, met zijn stijgende akkoordenreeks van pakkende klasse.
Wat ook zo lekker is: tien nummers van in totaal 42 minuten. De lengte van de gouwe ouwe elpee was eigenlijk heel prima, de cd leverde ons destijds te vaak uitgereikte albums die (mij) veel te lang duren. Sammy Hagar and the Waboritas laten horen hoe het ook kan, ondanks een enkele filler. Maar ook dat was vaak onderdeel in mijn nostalgische blik:
Things've Changed, zong ome Sammy, maar wat dat betreft is het net als vóór de komst van de digitale schijfjes.
Als Sammy & the Wabo's volgde
Live: Hallelujah.