MusicMeter logo menu
MusicMeter logo
poster

Hijokaidan featuring Akira Sakata - Made in Studio (2012)

mijn stem
4,25 (2)
2 stemmen

Japan
Avant-Garde / Jazz
Label: Doubtmusic

  1. NJQ (10:21)
  2. Copper Median Co. (14:02)
  3. Uroboros in a Klein Bottle (4:57)
  4. Auto-Noda-Fe (30:25)
totale tijdsduur: 59:45
zoeken in:
avatar
sxesven
2012 was een prachtig jaar voor Hijokaidan en Incapacitants (de twee projecten zijn nauw verwant: Incapacitants-leden Toshiji Mikawa en Fumio Kosakai spelen al sinds jaar en dag in Hijokaidan; Mikawa zelfs al sinds het prille begin). Incapacitants bracht een hele zwik nieuw materiaal op de markt en natuurlijk de statige Alchemy Box Is Stupid, die alle Alchemy-albums verzamelde en daarbij wat nieuw materiaal en twee DVD's stopte. Hijokaidan bracht zowaar twee nieuwe CD's op de markt (vergezeld van een bonus-CDr bij de eerste 300 bestellingen): Made in Japan en Made in Studio.

Jojo Hiroshige, Hijokaidans voornaamste man, heeft altijd een haat-liefde verhouding met jazz gehad. Hoewel hij zeker interesse in de muziek had en zijn eigen soort muzikale improvisatie - in de vorm van noise - er misschien niet eens zo ver vanaf lag, werd hij door de jazzmuzikanten die zijn Hijokaidan aanschouwden uitgekotst. In nietsverhullende bewoordingen schreven ze zijn muziek af. Voor Jojo echter geen reden tot droevenis: dat zijn muziek blijkbaar niet binnen traditionele muzikale (rock, jazz) kaders te vangen was voor hem een teken dat hij op de goede weg was. "It's you guys who play ordinary free jazz."

Eind 2011 verscheen een opmerkelijke Tweet van de hand van Jojo: "Played at Shinjuku Pit Inn - now I'm a jazz guy." Samen met Otomo Yoshihide, bekend om zowel zijn noise als jazz, had hij daar op 30 december een optreden gegeven. Een gig in deze vermaarde jazztent: waarschijnlijk geneerde Jojo zich er zoveel om als hij zich erdoor gevleid voelde.

Het jazzverhaal eindigde echter niet met dit optreden. Ergens na de release van Sakata's meest recente solo-album op Doubtmusic, merkte Jojo tegen labeleigenaar Numata Jun op dat hij weleens met Sakata wilde spelen. Numata leek het een prachtig idee, maar hij dacht niet dat het ook daadwerkelijk eens gebeuren zou. Hij bleek echter ongelijk te hebben. Al gauw kreeg hij bericht van Hiroshige: op 9 april zou hij tezamen met Sakata en drummer Sabu Toyozumi in Shinjuku Pit Inn een set spelen. Aan Numata het verzoek of hij een studioversie van deze samenkomst wilde uitbrengen op zijn label. Numata twijfelde hierover geen moment, maar stelde één voorwaarde: dat ook de livesessie opgenomen en uitgebracht zou worden. En zo geschiedde.

Die livesessie, of althans: het tweede deel ervan (het gehele concert duurde zo'n twee uur), is uitgebracht als Made in Japan. Het is een fantastische plaat: alles en iedereen schreeuwt en krijst, met als resultaat een bulderend, verpulverend stukje jazznoise. Voor Made in Studio deed men iets later alles nog eens dunnetjes over, maar de plaat verschilt wezenlijk van Made in Japan. In plaats van een enkele sessie met alle muzikanten zoals gedocumenteerd op Made in Japan vinden we hier vier verschillende sessies met vier verschillende line-ups.

Op de opener ontbreekt de electronica van Kosaki en Mikawa; hier vinden we Sataka op klarinet, Jojo op gitaar, Junko op krijs, en Futoshi Okano op drums. Het is een redelijk gewelddadig stukje muziek, dat even gedreven als kraakhelder voortstuwt. De drums van Okano leggen een meesterlijk fundament: hoewel Sabu op Made in Japan uitstekend is, vind ik Okano persoonlijk een stuk toffer - hij ratelt en ramt en roffelt zoals dat mijn drummershart sneller doet kloppen. Daaroverheen de gebundelde krachten van Jojo, Junko en Sakata, die elkaar op briljante wijze weten te complementeren en aan te vullen. Een nietsontziende, meesterlijke opener.

Op Copper Median Co. speelt Sakata samen met de rest van Hijokaidan, d.w.z. Kosakai en Mikawa. Electronica meets sax. Kosakai en Mikawa staan voornamelijk bekend om hun geluidsmuren (draai een gemiddelde Incapacitantsplaat en je weet genoeg) maar zijn hier verrassend ingetogen: zonder ooit te vervallen in - simpelweg - ritme, bieden zij een opmerkelijk ritmisch tegenwicht aan Sakata's spel. Een intrigerende samenkomst: alles botst evenveel als het samensmelt. Pure fucking magic, folks.

Uroboros in a Klein Bottle is uitzonderlijk: hier enkel Junko en Sakata. Beide piepen en krijsen de hoogte in, in een soort screaming match waarvan je eigenlijk nooit weet wie de winnaar is, of wie er uberhaupt aan het woord is: op de beste momenten hoor je het duo haast versmelten. Uitermate geschikt voor liefhebbers van hoge piepjes, zoals naastgetekende - ik zou hier wel een volledige CD van lusten.

Afsluiter Auto-Noda-Fe is de werkelijke kers op de taart: hier vinden we alle spelers tezamen. Jojo, Sakata, Junko, Mikawa, Kosakai en Okano. Hier neemt de noise, meer dan waar ook elders op de plaat, het over. Mikawa en Kosakai vliegen het rood in, en hun suizende white noise rijt alles aan stukken. Okano drumt weg als een razende; Sakata blaast als een bezetene; Jojo's gitaar giert als nooit tevoren. In de verte krijst Junko zich een weg de mix in. Je hand grijpt naar de volumeknop, en je draait eraan, harder en harder en harder, en eens te meer weet je: Hijokaidan is God, en hierom is het zo. Verblindend, verzengend, het witte licht: The Noise, The Jazz, The Bliss.

avatar van The Scientist
4,0
Tijden na dit als tip te hebben gekregen van bovenstaande user het maar eens opgezet. Op papier zou een hoop chaotische herrie mij natuurlijk altijd moeten bevallen, en dat doet het ook zeker! Het doet aan de meer herrie-ige momenten van SYR 8 denken, met een dichtheid om u tegen te zeggen.

Tussen de nummers zitten ook de nodige verschillen, en gelukkig maar, want in mijn ogen is het nadeel aan de plaat dat binnen de nummers zelf eigenlijk vrij weinig variatie zit, een probleem dat ik bij Sakata wel vaker heb, er zit een aan-uit knop op, maar nauwelijks een volume-regelaar. Als ie speelt is het vol erin knallen, maar dynamiek mist ie een beetje (tenminste op de samenwerkingen die ik van hem ken)... een gevoel dat ik bij veel "echte" noise ook nog wel eens heb, hetgeen Sakata alleen nog maar meer meetrekt.

Het eerste nummer kom ik dan ook moeilijk in, vooral in het begin klinkt het me een beetje als los zand, Sakata valt een beetje uit de toon en lijkt wel solo-stukken te spelen die er later door zijn gemixt. Naar het eind toe begint het iets interactiever en pakkender te worden.

Daarna twee zeer fijne stukken, vooral het tweede nummer is echt geweldig. Hoewel nog steeds een enigszins monotone Sakata doet ie het op saxofoon een stuk beter, wellicht geholpen door het feit dat de elektronicamannen ook de intensiteitsknop een stukje omlaag draaien, bij elkaar maakt dit het veel avontuurlijker voor mijn gevoel dan het vorige stuk. Het derde nummer is een duet tussen stem en klarinet die om elkaar heen cirkelen en af en toe inderdaad een beetje versmelten.

Op de afsluiter gaan, zoals al gezegd, alle remmen los en hoewel zeker fascinerend en interessant vind ik dit toch niet het sterkste deel vanwege het eerder genoemde gebrek aan dynamiek, het gaat vrij uniform door de hele tijd, iets waar de noiseliefhebbers hier vermoedelijk minder moeite mee hebben dan ik. Dit wil natuurlijk niet zeggen dat er niks te beleven valt, vooral van de drummer ben ik behoorlijk onder de indruk, hoewel ie soms wat lastig onder de lagen herrie vandaan te halen is vind ik zijn spel getuigen van een grote diversiteit aan geluiden en stemmingen. Ik zou graag eens een meer jazzgeorienteerd ensemble met hem horen

Bij elkaar iets wat ik prima kan luisteren als ik mijn hersens even een beetje uit wil schakelen en er een beetje in wil verzuipen. Als ik meer in een muziekluister-stemming ben zal ik toch eerder iets opzetten met iets meer variatie in de stukken. (een magere 4* bij elkaar)

avatar van Supernormal
Leuk die uitgebreide besprekingen hier te lezen. Ga een van de dagen hier eens wat aandacht aan besteden! Heb een tijdje geleden in Japan een concert meegemaakt dat in de lijn lag van dit project: met Michiyo Yagi, Akira Sakata, Jojo Hiroshige, Tomaya Honda, T.Mikawa en Junko in Shinjuku Pit Inn. Zowat de hele bekende garde (diegene die ik kende althans) op improv/noise-vlak was er vertegenwoordigd.

Resultaat? Oorverdovende noise.

Maar een prachtig concert! In't begin waren het duo/trio-concerten waarvan Yagi/Honda/Sakata en Yagi/Junko het meeste indruk maakten. De anderen waren me soms wat té noisy en ongebonden. Maar toen in het tweede deel deze zes muzikanten allemaal tezamen hun mannetje moesten staan in deze 6-koppige band, werd het verschil tussen vrijheid en losbandigheid maar al te duidelijk. Er werd bijzonder goed geluisterd waardoor er heerlijke grooves ontstonden, net als fantastische dialogen en een kluwen aan geluid waar je letterlijk in kon verzuipen. Ik was wel behoorlijk verschoten van Junko, wat een krankzinnige vrouw! Heel de tijd van die freaky woordjes liggen krijsen in die mic. Fascinerend wel, maar misschien nog een graadje erger dan Mike Patton's vocals.

avatar

Gast
geplaatst: vandaag om 05:49 uur

avatar

geplaatst: vandaag om 05:49 uur

Let op: In verband met copyright is het op MusicMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.

Let op! Je gebruikersnaam is voor iedereen zichtbaar, en kun je later niet meer aanpassen.

* denotes required fields.