De Zwitserse vulkaan Rorcal barstte zo’n 3 jaar geleden uit z’n voegen met ‘Heliogabalus’, een wel erg ambitieus project. Een album van een dik uur, dat je kon opvatten als één lang nummer, over een veelbesproken, decadente Romeinse keizer. Alleraardigst, maar toch iets te groots opgezet, naar mijn mening. En dus niet over de gehele lijn geslaagd.
De opvolger, ‘Világvége’, is een ander paar mouwen. Hoewel ook erg hard, kruipt deze veel meer onder de huid. Ondanks het feit dat de plaat is opgedeeld in 8 hoofdstukken als het ware, voelt dit meestal aan als één lang nummer. De titel van het album staat synoniem voor Apocalyps, Armageddon. Het einde der tijden. Het is geen muziek om rustig op de achtergrond te spelen, onder het genot van een glaasje witte wijn en een zomers romannetje. Het is muziek die je onderdompelt in de onheilsvertelling die de Apocalyps is. Duivels, episch, ronduit angstaanjagend.
Wat meteen opvalt, is de naamgeving van de nummers. Romeinse cijfers, maar enkel opener en afsluiter komen overeen met hun Arabische soortgenoten. Geen idee wat hiermee bedoeld wordt, het is wel intrigerend. Dat zorgt ervoor dat je je automatisch gaat afvragen wat hier de zin van is, terwijl dat helemaal niet nodig is. Het enige dat nodig is tijdens het beluisteren van deze plaat, is zoveel mogelijk kippenvel op je armen te kweken. En de zwarte gal in je kolkende binnenste te laten zegevieren.
De cover van het album is lekker vaag en mistig. Voor mij vertaalt de cover de boodschap van het album op treffende wijze. Het einde der tijden is nabij, volgens de Zwitsers, en dat zal geen lachertje worden. Alles loopt kriskras door elkaar, chaos heerst weerom, het hele Zijn wordt één immense grijze zone.
De gitaren houden nauwelijks halt, en de vocalen razen maar door en door. Dit is in veel gevallen teveel van het goede, maar hier werkt het meer dan prima. ‘Világvége’ is als een wilde lynchjacht, en de luisteraar is het doelwit. Het einde van ‘V’, waarin een soort van bombastische operapassage weerklinkt, zorgt voor een beetje verpozing. Maar dan toch zeer relatief, en ook niet lang, want met ‘IV’ (inderdaad, ná ‘V’) begint alweer een monster van een song. De adrenaline die in ‘V’ wordt opgeslagen, komt hier in een dikke 3 minuten helemaal vrij. En zo voelt het als een vreemd soort verlossing. Het einde der tijden kan dus ook vanuit die hoek belicht worden. Dat trucje wordt overigens nog ‘ns toegepast bij het einde van ‘VII’. De plotse overgang van bombastisch operagezang naar heftige black metal houdt de luisteraar wakker.
In een bepaalde review, op het net te vinden, wordt het album afgedaan als “het zoveelst black / doom metal album over de Apocalyps. In mijn ogen is het dus toch wel wat meer. ‘VII’ is één van de strafste songs, met verrassend veel melodieus gitaarwerk, maar ook het logge, doomy karakter van een track als ‘D’. U merkt het, de titels maken het wat abstracter, maar laat dat de demonische pret niet bederven!
Rorcal is een Zwitserse band (geen Zweedse dus, zoals soms verkeerdelijk wordt aangehaald) die black en doom op een zeer geslaagde manier weet te combineren, en tot een hels geheel heeft gesmeed. Hun benadering van de subgenres is erg interessant, en komt bovenal ontzettend hard aan. Uitstekende plaat, dus.
4 sterren