sxesven
2013 is het jaar waarin Hijokaidan overtuigd pop ging, en daarvan was Hatsune Kaidan het eerste tastbare resultaat. De cross-over van harsh noise en Jpop is een vreemde en vervreemdende, en hoewel dat enerzijds een mooi streven is voor experimentele muziek (vervreemdend zijn, dus; dat komt me toch niet vaak meer voor) wil het ook niet direct iets zeggen over hoe geslaagd het hele zootje verder is.
Op de twee eerste tracks vinden we letterlijk een cross-over tussen Jpop en noise. Redelijk doorsnee (en niet al te opmerkelijke) Miku-liedjes worden hier en daar doorspekt met een portie noise, maar het blijft allemaal vrij braaf. De noise klinkt wat vlak, zeker i.v.m. de wat helderder klinkende popliedjes, en van een echt succesvolle samensmelting is ook niet echt sprake. De Jpop en noise blijven redelijk geïsoleerd langs elkaar heen lopen. Op de derde track vinden we geen reguliere popmuziek meer; hier horen we een spoken word stukje van Miku (waarbij je je nog het meest op een Japans vliegveld waant, waar een dame onverstaanbare boodschappen door de speaker fluistert), waarover langzaam een muur aan noise aanzwelt. Al een aardiger resultaat, hoewel de Jpop al direct uit het zicht verloren is.
Op de laatste track gaat Hijokaidan op de traditionele harsh noise-toer, hoewel dat helaas maar een kwartiertje duurt. Hier krijgen we een portie herrie gepresenteerd zoals ik die graag mag horen, al is ook hier de opnamekwaliteit niet denderend en klinkt het geheel wat vlak. De rol van Miku is hier wat onduidelijker, maar ik vermoed dat de krijsen hier en daar - zoals je die normaliter van Junko krijgt - van Miku zijn, wat wel een leuke tutsj is natuurlijk, maar het karakter van Miku wordt er niet echt in behouden, dus eigenlijk maakt het dan ook weer geen reet uit of het Miku is of niet.
Kortom: resultaat is zo nu en dan heel aardig, maar de toegevoegde waarde van Miku/Jpop is niet echt duidelijk. Aardig schijfje. 3,5*