Mosaic is misschien wel het mooiste jazzlabel dat er is. Het label staat onder de hoede van Michael Cuscuna (Blue Note) en is een waar begrip in de jazz-wereld. Zij poetsen oude jazz op, doen de remasters zelf (en dan doen ze geweldig), hebben vaak toegang tot archieven waar anderen geen toegang toe hebben en brengen dit vervolgens uit in de mooiste box series. Nadeel? Altijd in ‘Limited Edition’ vorm en rete-duur helaas. Je krijgt er wel een absoluut kwaliteitsproduct voor terug. Iets dat bij mij in een vitrine staat en waar ik dan obsessief en liefelijk tegelijk naar kijk. Mooi spul dus!
Afijn soms moet je jezelf verwennen dus dan koop je zoiets. Ik ben een groot liefhebber van Andrew Hill dus dan kun je hier niet omheen. De meeste Mosaic sessies zijn echter verzameld werk dat al eerder ooit is uitgebracht, zei het soms op een beroerde manier. Maar de beschrijving lezend stuit ik op het feit dat 80% nooit eerder het licht heeft gezien, de rest ooit op een obscure LP. Dan beseffend dat het allemaal Blue Note opnames zijn (onder leiding van Rudy van Gelder), en de namen lezend (zie verderop in mijn review) begint het hart sneller te kloppen en weet je: deze moet ik hebben! Of zouden het allemaal zulke foutopnames zijn dat het niet zo gek is dat het nooit is uitgebracht? Integendeel! Tijdens het luisteren van deze set stijgt mijn verbazing dat dit nooit op Blue Note LP’s is uitgebracht. En tevens dat ‘Point of Departure’ (een uitstekende plaat hoor) zo’n cultstatus heeft en dat dit gewoon op de planken weg lag te rotten. Lang leve Mosaic, laten we beginnen!
Disc 1:
Charles Tolliver (trompet, flugelhorn) Pat Patrick (alt saxofoon, fluit, alt-klarinet, bariton saxofoon), Bennie Maupin (fluit, bas klarinet, tenor saxofoon), Andrew Hill (piano), Ron Carter (bas), Ben Riley, Paul Motian (drums)
De set gaat van start met het knetterende postbop-nummer 'Without Malice'. Heel veel meer Andrew Hill kan een compositie niet zijn. Een razende baslijn van Ron Carter (die hier meer in vorm is dan wat ik eerder heb gehoord). Charles Tolliver blaast de longen uit zijn lijf: hij zat hier ook midden in zijn Strata East periode. Ongeloofelijk hoe goed Tolliver is afgestemd op Ben Riley en Ron Carter. En Hill zweeft daar tussenin. Zijn solo is mysterieus en afwachtend. Maar ook voor deze hele sessie geldt: Pat Patrick! Wat een gigant. Komt uit de band van Sun Ra en daarbuiten heb ik hem ook zelden gehoord. En dat is jammer want het is voor mij de ultieme gevoelssaxofonist. Unieke sound met een diepe bluesvibe maar af en toe even flink buiten de lijntjes.
Het daaropvolgende Ocho Rios is nog veel boeiender. Carter duikt hier bijna een funky baslijn op en op deze sessie is het Paul Motian die de drums hier bedient. Het is heel bijzonder om te horen hoe zijn polyfone, maar laidback drumlijnen passen bij Hill's afwachtende soms bijna klassieke speelstijl. En hij zet hier een ziekelijke drumlijn neer. Dit nummer is weer typisch zo'n nummer waarom ik Hill verafgood. Ik kan het werkelijk nergens mee vergelijken! Het is zo totaal anders dan al het andere dat ik ken. Precies om die reden drijft het andere muzikanten ook vaak naar territoria waar ze normaal niet komen. En hoe ontzettend uniek en vernieuwend: Ocho Rios is best wel toegankelijk. Veel toegankelijker dan een 'Point of Departure'.
Een daaropvolgend 'Diddy Wah' is dan weer meer een 'The Sidewinder' Meets 'Bitches Brew'. Ik heb Andrew Hill nooit zo dicht tegen fusion aan horen zitten eigenlijk. Steeds meer merk je dat het ook Paul Motian is die de plaat in een andere dimensie duwt. Ook hier ligt de funk op de loer: Maupin op basklarinet en Pat Patrick op bariton zetten een toffe rif in. De solo’s van Hill komen hier weer minder uit klassiek voort maar neigen weer meer naar Monk. ‘Ode To Infinity’ is een nummer met de klassieke gekte van een Hill compositie. Mooi, lyrisch maar ook heel vreemd en onvoorspelbaar. Moeiteloos gaat het van een ballade over in swing en weer terug.
5/5 sterren
Carlos Garnett (tenor saxophone), Andrew Hill (piano), Richard Davis (bas), Freddie Waits (drums), Sanford Allen (violin, Selwert Clarke, Al Brown (viola), Kermit Moore (cello)
De raakvlakken van Hills muziek met klassieke muziek zijn vaak benoemd. Voeg een aantal strijkers toe en die connectie wordt nog duidelijker. Vooral op compositioneel vlak is die invloed direct herkenbaar. De eerste composities klinken bijna als modern klassieke stukken. Maar het klinkt wel heel natuurlijk allemaal. Nog bijzonderder wordt het als het strijkkwartet zijn bijdrage levert, terwijl freejazz saxofonist Carlos Garnett er overheen soleert. En zo bezield en geïnspireerd als op ‘Monkash’ heb ik Garnett nog nooit horen spelen. Hij bereikt een intensiteit en niveau van emotie die ik van Coltrane ken. Later zat Garnett veel vaker op het randje van kitsch en quasi spiritualiteit maar hier klinkt het allemaal zeer oprecht. Deze stukken schuren allemaal tussen freejazz, postbop en klassiek in en dat levert muziek op waar je constant naartoe wordt gezogen. Wederom een schitterende sessie met fascinerende muziek.
5/5 sterren
CD2:
Bennie Maupin (flute, tenor saxophone), Andrew Hill (piano), Ron Carter (bas), Mickey Roker (drums), Sanford Allen (violin, Selwert Clarke, Al Brown (viola), Kermit Moore (cello)
Wederom met strijkers maar nu met een andere ritmesectie en een andere saxofonist. En dat levert wederom een ander plaatje op. Van meer klassiek georiënteerd wordt het hier weer meer funky, soms bijna souljazz achtig met Bossa nova/samba achtige ritmes. De drummer die je dan het best kunt kiezen is uiteraard Mickey Roker. Luister eens naar zijn drumwerk op de laatste opnames van Morgan en je weet genoeg. Een uitstekende drummer. Maar saai is dit nergens, en conventioneel of gewoontjes ook niet. Neem de compositie Poinsettia die hoewel vrij toegankelijk ook weer allerlei kanten op schiet. Opvallend is trouwens wel dat de focus ligt op Hill hier. Bennie Maupin echter heeft hetzelfde als Garnett. Ook hem heb ik nooit eerder zo geïnspireerd horen klinken. En hoewel hij niet dezelfde intensiteit bereikt al Garnett (en dat zegt vooral wat over de laatstgenoemde) speelt hij fantastisch. Hoezo is dit in godsnaam nooit uitgebracht met bovenstaande sessie erbij? Bizarre keuzes worden er soms gemaakt….
4,5/5 sterren
Andrew Hill (piano, orgel, sopraan saxofoon), Ron Carter (bas), Teddy Robinson (drums)
In trio vorm zit Hill nog meer in zijn postbop/freejazz fase. Het tempo ligt hoog, de composities schieten alle kanten op en soms kun je nauwelijks onderscheiden wat nou het thema is en wat improvisatie. Erg toegankelijk is het niet langer maar oh zo goed. De ruimte voor Ron Carter doet zoveel goeds met hem. Hij durft zoveel meer dan met bijvoorbeeld McCoy Tyner in trio formaat. Nooit eerder hoorde ik hem zo veel uitproberen. Het is een verademing Hill in zijn Blue Note fase eens in trio formaat te horen. Want heel eerlijk gezegd: daar is hij absoluut interessant genoeg voor. Volledig op de voorgrond heb je een betere kans om eens goed te luisteren wat hij nou eigenlijk speelt.
Even schrikken voor mij was het orgel… daar hou ik dus echt nooit van. Of nou: Jimmy Smith komt er bij mij nog wel mee weg. Zet je een orgel in, in een freejazz situatie dan gaat het al snel de psychedelische kant op. En hoewel nog steeds niet volledig mijn ding weet Hill het toch weer om te zetten in iets fascinerends… Vanuit het klassieke naar het funky werk naar typisch jaren ’70 psychedelisch werk. Het klinkt uiterst freaky en daarom des te toffer. Waarom dit toch beter te behappen is dan een Sun Ra: bij Hill blijven de prachtige lijnen en melodieën in takt. Echt zielloos lopen rossen, gek doen om het gek doen, is het nergens. Een aparte luisterervaring wel.
Instrumentale duizendpoot, en man van het experiment pur sang, pakt Hill ook nog de sopraansax op. “Six At The Top” begint als knotsgekke freebop compositie waarin Carter en Hill samen volledig los gaan. Na een aantal minuten pakt Hill de sax en een waar succes is het niet. Tof is het wel en hij komt er na wederom 70 minuten klassemuziek wel mee weg.
4/5 sterren
Disc 3:
Woody Shaw (trompet), Robin Kenyatta (alt saxofoon) Sam Rivers (sopraan saxofoon, tenor saxofoon), Howard Johnson (bariton saxofoon, tuba), Andrew Hill (piano), Herbie Lewis (bas), Teddy Robinson (drums)
Op disc 3 is het echt wel gedaan met de ’toegankelijkheid’. Dit is de heftige, onnavolgbare Hill met een retestrakke impro groep. Het kraakt, schuurt en stuwt bij tijd en wijlen aardig het freejazz idioom in. Maar ware abstract avant-garde is het nooit. Hoewel moeilijk te bevatten vindt deze muziek toch altijd weer zijn weerslag in een diepe ziel. Het contrast is altijd zo groot als Hill na het enorme gebulder van de blazers invalt met zijn kalme solo’s, vol melodie en ruimte. Wat is Sam Rivers trouwens een gigant zeg: zo hard als hij kan spelen, zo mooi kan hij dat ook. Overigens ook een ’60’s avant-garde speler die grotendeels buiten de paden van grootmeester Trane bleef. Een unieke saxofonist. Kenyatta is prima maar niet uiterst bijzonder. Shaw is dat wel. En waar hij zich prima thuisvoelt in fusion of freefunk kan hij hier net zo goed zijn muzikale ei volledig kwijt. Nog even een kleine ode aan twee andere muzikanten hier: Howard Johnson… Soleren doet hij zelden maar nagenoeg elke plaat die ik heb met een tuba, daar wordt deze bespeelt door Johnson. Een meester op de achtergrond dus, en eentje die de muziek vaak nog meer bombast en power geeft. En de drummer… Teddy Robinson. Who the fuck is dat en hoe positief kan zo iemand dan verassen? Uitstekende, rete strakke drummer maar waarom ken ik niet meer van hem?
Deze muziek is niet voor de poes, maar in de juiste setting met wat concentratie behoort het tot het beste dat ooit is gemaakt. Klasse muzikanten, superinteractie, schurende solo’s en muziek die je alle kanten op slingert. Fascinerend en dus:
4,5/5 sterren
Robin Kenyatta (alt saxofoon), Sam Rivers (fluit, sopraan sax, tenor sax), Andrew Hill (piano, orgel), Cecil McBee (bas), Teddy Robinson (drums), Nadi Qumar (thumb piano, african drums, bells)
En ook de laatste sessie laat me verdwaasd achter. Wederom een andere kant van Hill. Misschien wel een samenvatting van wie hij is, maar hij duikt weer een andere richting in. Voor een deel gaat de muziek verder waar de vorige sessie ophield: stevige freebop die je af en toe flink door elkaar schudt. Maar als extra toevoeging nu Nadi Qumar die het geheel soms een Afrikaanse tint geeft. En weer Andrew Hill soms op orgel, en wederom is dat helemaal niet slecht. De meest Afrikaans aandoende compositie is Yomo, een soort Dollar Brand on Spacecake compositie waar Hill met orgel in valt. Op Prevue speelt hij wederom orgel. Dit is freaky spul dat alle kanten uit duikt. Goed, hier mag het duidelijk zijn waarom dit op de plank is blijven liggen: dit durfde Blue Note echt niet uit te brengen. Dit is echt en definitief freejazz. En zo omvat de box praktisch Hill’s meest en minst toegankelijke werk tegelijk. En hoewel het niet kan tippen aan de eerste disc of de andere sessies is het wel uitermate interssant. Muziek voor de koptelefoon, want de details zijn talrijk. Aandacht erbij en genieten. En deze stukken zijn dan weer van harte aan te bevelen aan de ware freejazzliefhebbers op Mume.
4/5 sterren
Een geweldige boxset dus met meer dan 3 uur aan luisterplezier. Hardbop, fusion, funk, postbop, freejazz en klassiek: het is hier allemaal te vinden. Maar vooral dit inkijkje in al deze bijzondere samenwerkingen is geweldig. Wat is Hill een gigant van een pianist: zo ontzettend veelzijdig, zo uniek, zo creatief, zo apart. Iemand die urenlang kan boeien mits je de aandacht bij zijn werk houdt. En oh zo onderschat. Ik denk zelf dat hij nooit werkelijk is ‘doorgebroken’ precies omdat hij zo’n vreemde eend in de bijt is. Omdat hij zo moeilijk te lezen is, zo onvoorspelbaar en daarmee wat onveilig is. Voor mij persoonlijk is het één van mijn grote favorieten in ieder geval. Er zijn maar 5000 van deze setjes geproduceerd, maar mocht je er één tegenkomen: twijfel niet! Een monument voor een legende! Set nummer 2008 zul je niet vinden, want die is van mij
