Total destruction, het tweede album van de New Yorkse noiserockers Unsane, is in grote lijnen een voortzetting van het eerste album. Minder origineel dus, maar wel met evenveel kracht en (niet eens blinde) furie gebracht.
Het trio bestaat uit zanger/gitarist Chris Spencer (Ja, Jon's broer), bassist Peter Shore en drummer Vincent Signorelli (beter bekend van zijn werk met Swans, Foetus en Lubricated goat), die het fenomeen Charlie Ondras (overleden aan een overdosis in 1992) vervangt.
Spencer, hoewel geen fenomenaal zanger, heeft middels een distorsiefilter en haast apathische, van alle illusies ontdane en nauwelijks verstaanbare schreeuwzang een bijzonder effectieve manier gevonden om de helse, decadente sfeer van hun muziek extra kracht bij te zetten. Zijn gitaarspel is zoals altijd lomp, ruw en kakofonisch, en is eveneens sfeerbepalend.
Signorelli doet weinig onder voor Ondras met zijn meedogenloze, hamerende beats, en Shore is eigenlijk de enige die nog de schijn van een melodie probeert te pompen in deze godvergeten bak herrie.
Body bomb is meteen één van beste nummers, een inktzwart, dissonant bluesbacchanaal.
Straight, dat het tempo een paar tandjes opschroeft, en
Black book bevatten fantastisch drumwerk van Signorelli, in alweer een paar overdonderende, nietsontziende aanvallen op de trommelvliezen.
Trench is een traag, duister nummer (samen met
Straight de enige die de 4 minuten aantikt), een soort soundtrack voor een naderende catastrofe. Bas en drums heersen in
Dispatched. De pure kracht en furie die uit deze nummers spreekt is haast ongeëvenaard.
Throw it away, een rustpuntje in het geheel, is haast melodieus te noemen naar Unsane-maatstaven. Het korte
Broke gaat daarentegen weer onverminderd hard door.
Road trip bevat een smerige, lelijke basrif, alsmede een 'duet' tussen gitaar en drums, als het ware het refreintje van het nummer

.
Wayne en
S.O.S. zijn wat minder indrukwekkend, maar in
Get away en
455 zijn de heren weer ouderwets op dreef. De laatste bevat een voiceover en geluidseffecten van één of andere motorrace, maar de muziek is, vooral wanneer de ultrazware bas erin komt, duisterder dan ooit.
Total destruction mag dan minder grensverleggend zijn dan het debuut, het geheel doet er eigenlijk nauwelijks/niet voor onder. Ook hier wordt weer een tragische, pessimistische wereldvisie neergezet die zijn weerga niet kent. Potverdrie, wat hou ik toch van deze klereherrie!

Dikke 4/5