De Penguin Guide bestempelt Coltrane’s meesterwerk
‘A Love Surpeme’ als het zwanenzang van een quartet in staat van ontbinding. Wie deze
‘Live at the Half Note’-sessie beluistert, van maar liefst een jaar later, kan niet anders dan het “stervende quartet” in twijfel trekken. Bij
‘A Love Supreme’ wordt op het scherp van de snee gespeeld, en gaat het quartet helemaal op in de escapades van de leider. Deze
‘One Down, One Up’ getuigt, wat mij betreft, veel meer van een formatie die aan zijn laatste stuiptrekkingen toe is – welke muziek ligt na dit geflirt met de modaliteit immers nog in het verschiet? Wonderbaar is dat het resultaat nog steeds doordrengd is van een onstuitbare levenslust, waar geen enkel quartet in de latere jazzgeschiedenis nog aan kan tippen.
Wil dat zeggen dat we
‘One Down, One Up’ unaniem moeten loven? Nee, want het eerste nummer is meteen al het soort exploot waarin Coltrane zich later wel vaker zou verliezen. Zelfs Garrison en Tyner houden het na een tijdje voor gezien, en de zwalpende sax van Coltrane wordt doodgewoon oninteressant.
‘Afro Blue’ is van een gans ander kaliber. Sedert het geniale
‘Afro Blue Impressions’ ben ik stiekem verliefd geworden op de machtige solo’s van McCoy Tyner, en ook hier staat hij weer garant voor een geweldige improvisatie met een dodelijke linkerhand. Daarna komt Coltrane ook binnen gevlamd, om de razende sound van het quartet naar ongeziene hoogtes te tillen. Dat de opname wordt afgebroken door de commentator is zuivere heiligschennis; en een grove teleurstelling voor de luisteraar.
Ook in de twee nummers van het volgende schijfje is het frappant hoe expressionistisch de solo’s van Tyner zijn. De bezetenheid waarmee hij zijn improvisatie in
‘My Favorite Things’ aanvuurt, is van een schrikwekkend Cecil Taylor-gehalte. Hier is de zinsnede “de laatste stuiptrekking van een quaret” totaal misplaast; ik slik mijn woorden dus beter terug in.
In zijn geheel het tweede deel van deze cd bovendien meer indrukwekkend dan het eerste.
‘Song of Praise’ klimt naar een hypnotiserend hoogtepunt, met de zwalkende begeleiding als stevig fundament.
In
‘My Favorite Things’ lijkt Coltrane het dan weer over een meer abstracte boeg te houden. De meer 'bezeten' inbreng van kort daarvoor maakt nu plaats voor een tastende rondrit doorheen het thema. Ook McCoy Tyner verleent het basismateriaal met wat chromatische wendingen een extra zwaarte, wat de bekende compositie alsnog een spannend tintje geeft.
Ook hier komt Alan Grant echter onverbiddelijk tussen beide, om met zijn dwaze
“Stay beautiful!” een einde te maken aan bijna anderhalf uur onversneden energie.
Geen legendarische uitgave (zeker niet voor leken), maar een must voor de Coltrane-liefhebber.