Bú-Tik, oftewel 武徳 (wǔ dé) van Chthonic is een meesterwerk. De muziek is bruut, de instrumentatie is geweldig, en de teksten gaan echt ergens over. Met deze plaat hebben de heren en dame van Chthonic bewezen dat zij de positie van Dir en grey als beste metalband van Azië overgenomen hebben.
De muziek van Chthonic is een combinatie van zowel traditionele als hedendaage Taiwanese volksmuziek en het soort moderne metal dat Arch Enemy, Children of bodom, Cradle of filth en Dimmu Borgir spelen. Wat de teksten betreft bestaan er twee versies van deze plaat, eentje in het Engels en eentje in het Taiwanees Hokkien. Opmerkelijk genoeg zijn beide talen op beide versies van Bú-Tik te horen.
Om te begrijpen waar Bú-Tik over gaat is enige kennis van de Taiwanese geschiedenis nodig. Voor wie die niet heeft: in 1895 werd Taiwan door het Chinese keizerrijk onder de dynastie van de Qing met een strik eromheen cadeau gedaan aan Japan bij het vredesverdrag van Shimonoseki. Hierop volgden 50 jaar Japanse kolonisatie, een tijd die discriminatie en een politiestaat met zich meebrachten, maar ook orde en economische ontwikkeling. Vele Taiwanezen vochten al dan niet vrijwillig mee in het Japanse leger in de Tweede Wereldoorlog. Na de Japanse overgave werd Taiwan, zoals op de conferentie van Caïro besloten was, ‘herenigd’ met de Republiek China onder leiding van de Chinese Nationalistische Partij oftewel Guomindang. Voor de Taiwanezen was dit eerder een nieuwe kolonisatie dan een bevrijding. Zij werden door de Chinezen geweerd uit het bestuur van hun eigen land.
De Guomindang was niet minder gewelddadig en discriminerend dan de Japanners, wel armoediger en minder competent. Op 28 Februari 1947 leidde dit tot een grootschalige opstand die eindigde in een bloedbad waarin duizenden doden vielen. De noodtoestand en dictatuur zouden tot 1991 voortduren, lang nadat die partij de macht over het Chinese vasteland in 1949 verloor aan Mao Zedong. De meeste nummers op Bú-Tik bezingen Taiwanezen die zich tegen de dictatuur van de Guomindang en andere buitenlandse overheersers hebben verzet. Bijvoorbeeld Defenders of Bú-Tik Palace, een nummer dat na een minuut of 5 van ijzersterk gitaar- en keyboardspel afgesloten wordt met een opsomming van namen van slachtoffers van het bloedbad van 28 Februari.
Tijdens het componeren van de nummers van Bú-Tik is Chthonic, in tegenstelling tot bij eerdere albums, begonnen met het componeren van de folkmelodieën in plaats van de metal. Dit is goed te horen op Between Silence and Death waarin de metalinstrumentatie mooi in dienst staat van de fluit en de erhu. Het beste nummer van Bú-Tik is waarschijnlijk Next Republic, en dan vooral vanwege het goede gitaarspel. Het is volkomen terecht dat gitarist Jesse Liu een Golden Music Award heeft gewonnen voor zijn spel op deze plaat. Chthonic won ook de prijs voor beste band en Bú-Tik won de prijs voor het beste rockalbum. Volkomen terecht. Dit is, zoals Pantera al aangaf, een weergaloze plaat.