Met: Joe Henderson (tenor sax), Mulgrew Miller (piano), Ron Carter (bas), Tony Williams (drums)
Het leuke aan jazz is dat je nieuwe artiesten snel kunt ontdekken. Het jazzwereldje is namelijk groot en klein tegelijk. En zo ontdek je ene Mulgrew Miller in de band van Woody Shaw en gaat er weer een nieuwe wereld voor je open.
En dan is het een kwestie van bronnen raadplegen, bandsamenstellingen checken en kopen maar. En wat is dit dan een aangename verassin: Miller met een absolute topband. Vaak halen oude vedettes en jonge leeuwen het beste in elkaar naar boven en dat is ook hier het geval.
Mulgrew Miller is een pianist in de McCoy Tyner traditie. Daarmee kwalificeer ik hem niet als simpele imitator maar iemand die zijn inspiratie vond in één van de grootste jazzpianisten van de vorige eeuw. Miller speelt net zo vloeiend en ritmisch stuwend maar is toch wel heel duidelijk te onderscheiden. Hij beschikt in ieder geval over een angstaanjagende snelheid en techniek maar dat is nergens leidend in zijn spel. Het is slechts een onderdeel maar als Miller iets goed kan is het rust inbouwen en subtiel met melodieën spelen.
Iemand die meer aandacht verdiend dus maar toch even over de band.... wat een band is dit zeg. Wederom een diepe buiging voor Joe Henderson, die in deze periode nog hartstikke actief was. Henderson luistert.... en speelt dan pas. Zijn toon is iets zwoeler geworden dan in de ‘60’s en ‘70’s maar dat past juist heel goed in deze groep op dit album. Hij houdt nog steeds voldoende spanning vast in ieder geval. Williams en Carter doen vervolgens wat zij altijd door: ze leggen een kakstrak fundament neer waarbij met name Williams tussendoor ook naar vrijheid zoekt.
Een zeer toegankelijke en toch heel interessante plaat!