Virgin Steele maakte vanaf hun derde album Noble Savage (1985) enige furore met verhalende metal, waarin frontman David DeFeis voluit zijn fascinatie voor de antieke wereld en klassieke muziek combineerde met U.S. metal. Pas later gingen we dit power metal noemen, een subgenre dat een hele eigen aanhang heeft. Bij Virgin Steele leidde het tot een reeks albums die, als ik het goed heb gevolgd, tot en met The Black Light Bacchanalia (2010) enthousiast werd ontvangen. Daarna trad wisselvalligheid in. Of erger. Áls ik het goed heb gevolgd.
Nieuw in 1985 was gitarist Edward Pursino, die weliswaar razendsnel kan snarenracen, maar iedere robuustheid, timing, klassieke invulling en eigenwijsheid van zijn voorganger Jack Starr mist. Toch had ik zo'n tien jaar geleden ernstige heimwee naar de betere nummers uit de periode Jack Starr. Ik nam de gok en schafte The Book of Burning aan. Dit voor de acht tracks met nieuwe versies van nummers van de albums Virgin Steele (1982) en Guardians of the Flame (1983).
Qua productie waren die platen van (weliswaar betere) demokwaliteit, maar op ieder album werd ik steevast omver geblazen door de helft van de nummers. Die met verhalende metal en mythologische teksten, terwijl de groep daarnaast een bepaald soort partymetal opnam, waar ik dan weer niks mee had.
De helft van dit album bestaat uit heropnames van de eerste twee platen. DeFeis wijzigde zijn zanglijnen (niet verkeerd: minder gilletjes, meer laag, meer rauw) en toetsenarrangementen. Pursino is van het type shredder en zijn invulling is daarmee vloeiender en ronder dan die van zijn voorganger. Het geluid van de slaggitaren mist daardoor een echt rauw randje.
De cd ging al snel de kast in: de nieuwe arrangementen vond ik niks en vooral de invulling van Starr miste ik node. De remakes die ik tegenkwam zijn van Don't Say Goodbye, Children of the Storm, J.S. Bachs Minuet in G Minor (in 1982 het anonieme intro van Danger Zone), The Redeemer, instrumentaaltje Birth Through Fire, Guardians of the Flame en een akoestische versie van A Cry in the Night. Oorspronkelijk op de EP A Cry in the Night uit 1983 is de herbewerking van het majestueuze I Am the One.
Maar goed, een maand terug blies ik het stof van de cd en dan moet je ook je best doen. Dus heb ik het nog eens en nog eens en nog eens geprobeerd. En verrek, langzamerhand wenden de nieuwe jasjes.
Bijkomend voordeel is dat er mij onbekend werk op staat, dat meteen goed landde: de felle opener Conjuration of the Watcher op z'n speedmetals, een soortgelijke aanpak in Rain of Fire en The Succubus.
Soms werkt het totaal niet. Het spannendste deel van The Chosen Ones is het intro, want daarna komt een monotoon ritme en het slagwerk is dat van een saai geprogrammeerde drumcomputer. Hier hadden, net als in de eerste jaren, enkele tempowisselingen moeten worden toegevoegd. Ook Hellfire Woman kabbelt maar door, in Hot & Wild een ode aan de motor, mij te party. In The Final Days Defeis' apocalyptische visie op de wereld, verpakt in soms platte taal. Dan mis ik de epische lyrieken van weleer.
Voordeel is zeker dat de productie in tegenstelling tot die eerste twee albums in orde is. Fans van latere datum (dat zijn de meesten) zullen waarschijnlijk weinig kunnen met de jaren Jack Starr. Het is weer eens een smaakdingetje. Nu ik ben gewend, noteer ik een krappe 8.