Met hun titelloze
debuut maakte Bloodgood in 1986 indruk op mij, met
Detonation ging er nog schepje bovenop. Zoals
Sir Spamalot schrijft, een
"mix tussen traditionele heavy metal en speed(y) metal", waarbij de whiskeystem van Les Carlsen een extra rafelrandje geeft.
Wel was het destijds even wennen aan de eigen, rauwe productie, zoals ik vier jaar eerder moest wennen aan de productie van Dio's
Holy Diver. Enkele draaibeurten later was ik definitief om: dit was simpelweg ijzersterk, zéker met die hoes (voor- en
achterzijde) erbij, ook al herinnerend aan Dio.
Bij podcast Metal Geeks kwam ik een
interview tegen met de zanger, inmiddels 76 jaar maar nog volop actief. Hij vertelt er dat ze van platenmaatschappij Frontline $20.000 kregen voor alles, opnames én
"sandwiches", wat het ruwere geluid verklaart.
Bovendien ontstond het idee om er een theaterproductie van te maken, wat enkele jaren later werd gerealiseerd; Carlsen startte namelijk zijn professionele carrière begin jaren '70 in rockmusical Hair, mogelijk de kiem om iets dergelijks in de hardere vorm van hardrock/metal te realiseren.
Verder leer ik dat Carlsen met zijn vrouw begin jaren '80 nog pop maakten onder de vlaggen
Carlsen-Macek en
Sticker, bekende namen in de regio Seattle. Via hun zoon ontdekten ze heavy metal. Kijk, zó kan het ook gaan!
Die dingen waren mij in 1987 onbekend. Ik hoorde simpelweg metal zoals ik die graag hoorde: hard, snel en passievol. Nieuw is drummer Mark Welling die hard mag werken, belangrijkste troef blijft gitarist David Zaffiro die alle ruimte krijgt voor zijn snelle solo's en een groot gevoel voor melodie heeft.
Hoogtepunten zijn er te over, met de snelle nummers
Battle of the Flesh,
Crucify (een knallend hoorspel met familieleden in gastrollen) en
Live Wire als favorieten;
Eat the Flesh en het emotionele
Alone in Suicide zijn andere toppers. Zwakke nummers ontbreken, al had/heb ik minder met het langzame
The Messiah.
White metal groeide in omvang en kwaliteit, ondanks de kritiek vanuit vooral christelijke hoek. Anders dan Stryper kreeg Bloodgood geen release via seculiere kanalen, waardoor de groep buiten de VS minder bekend bleef, al is er in Duitsland wél een redelijke fanschare. Voor mij hun beste album.