Goed, een inhoudelijk verhaal, gezien mijn enthousiasme over een groot deel van de muzikanten op deze plaat voel ik me genoodzaakt hier wat uitgebreids over te schrijven..
Eerst even iets uitgebreider over wat deze plaat precies is. Wie precies de grondlegger van de Europese tak van freejazz is geweest zullen we nooit weten, en is waarschijnlijk ook niet echt te bepalen. Wat we wel weten is dat "Machine Gun" toch een van de eerste platen is waar je als liefhebber van de wat extremere vormen van chaos tegenaan loopt als je in de historie duikt. Deze plaat kwam in 1968 uit, gemaakt door Duitse, Nederlandse, Britse en Zweedse musici, en gaat alle kanten op. Vanaf dat moment is Peter Brötzmann eigenlijk continu wel actief, po verschillende manieren. Allemaal freejazz, maar lang niet allemaal zo chaotisch als Machine Gun, en sommige dingen zelfs chaotischer. Of het nu gaat om "zijn" experimenten in grote groepen, zoals het Globe Unity Orchestra van de jaren '60 en '70. Of over zijn minimalere dingen (Zoals het geweldige Schwarzwaldfahrt met Han Bennink), of zijn muziek in kleinere bands, teveel om op te noemen (Last Exit en Sonore zijn aan te raden), altijd is hij betrokken geweest bij de verdere ontwikkeling van freejazz.
In de jaren '90 begint hij zijn Chicago Tentet, een wisselend tiental muzikanten met een voorliefde voor enorme herrie, maar wel ontzettend muzikale herrie. Waar dit tiental eerst voornamelijk Amerikaans was, zitten er tegenwoordig ongeveer voor de helft Europeanen in.
En in 2011 werd Peter Brötzmann 70. En 70 is oud, en als je oud bent krijg je respect (voor zover ie dat eerder al niet kreeg). En toen dus het festival in Wels (Oostenrijk) dat jaar ook nog 25 jaar bestond, besloot men hem curator te maken van dat festival, met een hoop experimentele en minder experimentele jazz, is op deze box een mooi overzicht gegeven van dat festival. De vergelijking met het eveneens door hem samengestelde festival "3 Nights in Oslo" met het bijbehorende album, dringt zich op. Wat ik erover kan zeggen is dat de bezetting op deze plaat veel diverser is, en dat dat zijn voordelen en zijn nadelen heeft.
Laat ik allereerst eens zeggen dat ik de opener echt een geweldige opener vind, waar Sonore nog wel eens van het hersenloos toeteren is, leveren ze hier een intiem kort nummertje dat perfect staat als opener van deze box (ergens middenin had het wellicht wat misstaan).
Een van de genoemde nadelen bijvoorbeeld is dat er ook het nodige aan mindere dingen opstaat, nu weten intimi dat ik al nooit echt een vibrafoon-man ben geweest, en laat die hier nou nu en dan langskomen. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het veel erger kan dan hier gebeurt, maar de nummers met Adasiewicz zullen nooit tot mijn favorieten behoren.
Ook wordt het experiment soms te ver doorgevoerd zoals door Haino (zeker het eerste deel, dat een paar minuten wel leuk is maar veel te lang wordt doorgetrokken) en het nummer van Hairy Bones, waarin Kondo, en in iets mindere mate ook Brotzmann zelf, volledig overstemd wordt door de bas. Ten slottehalen een aantal dingen niet het niveau dat ze eerder al wel gehaald hebben. Zo haalt Satoh in zijn samenweking met Brotzmann/Moriyama in mijn ogen lang niet het niveau van de plaat van vorig jaar (Zijn solo-nummer is wel erg aansprekend). Ook Full Blast heb ik al veel beter gehoord dan hier. Deze dingen stellen me hier dus wat teleur. Dit betekent absoluut niet dat het slecht is, maar het verrast me zeker niet.
Maar verrassen doet de box toch, meer nog wel dan ik vooraf durfde te hopen. Samenwerkingen met musici die niet zo veel met de hele jazzscene te maken hebben willen nog wel eens geforceerd uit de hoek komen. Maar hier lijken de "outsiders" wat meer krediet/vrijheid te krijgen dan ze eerder wel eens kregen en dit wordt optimaal gebruikt. De sfeer die in de nummers met Mokhtar Gania (speelt guimbri en zingt) zit kan ik gewoon moeilijk beschrijven. Ik zou het wel wereldmuziekerig willen noemen, maar dan krijg ik vast de puristen op mijn dak. Dat wereld-gevoel laat het echter bij mij wel achter. Ook een erg goede zet om hem met Zerang en Drake (beiden meer van het tom-werk) op drums te laten spelen en niet met Nilssen-Love (meer snare en bekkens), dat komt de sfeer toch ten goede.
Over de Aziatische musici hier ben ik niet zo onverdeeld positief (Tomozumi en Honda vond ik niet echt een eigen identiteit hebben, en Haino gedeeltelijk zelfs slecht), maar hier zitten ook wel echte hoogtepunten bij. Zoals het 3e nummer, van Yagi/Lee/Fengxia. Dit gelegenheidstrio van Koto/Cello/Guzheng (Koto is een japanse liggende harp, en Guzheng de Chinese voorloper hiervan) weet een fantastische sfeer neer te zetten met her en der minimaal pluk- en knarswerk maar zeker naar het geweldige einde toe een soort bezwerende psychedelische jam met zelfs even zang.
Maar de grootste verrassing komt misschien nog wel van het Tentet zelf. Zelden heb ik zo'n afwisselende Tentet-set gehoord als het eerste van de twee hier, het begint overtuigend in de aanval, maar er zitten stukken stem/zang in (de helaas vorig jaar overleden Tchicai) die geweldig goed uit de verf komen en er gaat een fantastische klarinetsolo doorheen ergens in het midden. Maar het belangrijkste is nog wel dat een van de dingen die ik jammer vond ik oude opnamen eindelijk is verholpen... Eindelijk staat de cello wel goed erdoorheen gemixt en wordt pas echt duidelijk hoe mooi de bijdrage van Lonberg-Holm (ook cellist bij oa Wilco/Smog) is.
En ook het tweede nummer van het Tentet, ditmaal met Yagi, gaat een nieuwe kant op. Dit nummer is een van de 4 delen van het "Concert for Fukushima", met 4 verschillende betrokken Japanners (het hele concert van 2 uur is op DVD te krijgen las ik ergens). In deze nummers geven ze muzikaal uiting aan hun gevoelens over de ramp bij Fukushima eerder dat jaar. Yagi krijgt hier alle ruimte om te doen wat ze wil, en geeft hiermee een heel nieuwe sfeer aan het Tentet, bijna dromerig bij vlagen, onvoorstelbaar dat zo'n instrument in deze line-up kan werken, ook deze staat prachtig in de mix trouwens. Uit de
trailer die ik van de DVD heb gezien leid ik trouwens af dat Lonberg-Homl hier gitaar speelt in plaats van cello.
Om een lang verhaal kort te maken, waar ik juist van het Tentet wat "voorspelbaardere" bijdragen verwachtte kom ik daar bedrogen en zeer positief verrast uit. Ik kan iedereen die van variatie houdt en zich wel aan een avontuurtje durft te wagen van harte aan te bevelen deze plaat te luisteren en er zijn eigen positieve en negatieve dingen uit te halen.