Geïnspireerd op het zg. Pillar Festival, oftewel de Onbashira Matsuri, waar dit album zich thematisch gezien voornamelijk op focust, is dit een behoorlijk traditioneel Kitaro-album te noemen. De oorsprong van dit festival verschijnt voor het eerst zo'n 1200 jaar geleden in het eerste boek wat over het ontstaan van Japan is geschreven, nl. de Kojiki. Onder deze naam heeft Kitaro al een eerder album uitgebracht. De mensen die toentertijd in de provincie Shinano-No-Kuni (het tegenwoordige Nagano) woonden, zouden elke zeven jaar aan dit festival deelnemen.
Op dit album vallen, naast de gebruikelijke Kitaro-klanken, ook een hoop Japans getinte invloeden op terug te horen. Die zijn al meteen hoorbaar op "Yamadashi" die bestaat uit 2 secties, teweten "Tanne" en "Prayer". De muziek bouwt zich heerlijk langzaam op, daar waar natuurgeluiden al ruim daarvoor hun intrede hebben gedaan. Een rustige melodie zoals Kitaro ze regelmatig uit z'n mouw schudt, doet zijn intrede, even later ondersteund door een electrische gitaar. In de overgangsfase volgt wat traditioneel gezang begeleidt door trommels. De eindfase is een ritmisch stuk waarin alle elementen samenkomen tot een dynamisch geheel.
"Misty" is een rustgevend, typisch ingetogen, oosters klinkend en mythisch Kitaro-pareltje die bij vlagen erg mooi, maar ook een tikkeltje ongrijpbaar en geheimzinnig klinkt. Zeer fraai!!
"Gaia" gaat op een onderhuidse manier spannend van start, met een traditioneel stuk, wat vervolgens overgaat in meer bekend Kitaro-terrein. Vooral het tweede gedeelte doet zelfs erg denken aan het nummer "Fire", afkomstig van Kitaro's debuut Ten Kai.
Het mooie, zweverige en kabbelende "Wood Fairy" zorgt andermaal voor een zeer aangenaam rustpuntje. Vooral het mooie pingelende gitaarwerk valt in positieve zin op.
Meer traditioneel, vooral erg percussie-gerichte klanken duiken op in de vorm van "Satobiki". Dit is Kitaro zoals ik hem persoonlijk niet per se graag hoor, aangezien dit materiaal is die nog meer tegen zijn Japanse roots aanliggen, dan normaal. Toch klinkt het zeer authentiek en smaakvol en is het op z'n tijd lekker om naar te luisteren en bij weg te dromen.
Het album eindigt op vertrouwder terrein, met "Kiotoshi", waarop herkenbare en pakkende, typische Kitaro-melodieën ondersteunt worden met hier en daar opduikende Japanse 'klaagzang' (om het zo maar eens te noemen). Dit nummer weet die typische ingetogen melodielijnen af te wisselen met meer bombastische stukken die dan weer wat dramatischer klinken. Wat dat betreft heeft dit nummer wel wat weg qua karakter van "Kokoro" van het Mandala-album.
Alhoewel ik dit album zeker niet zo goed vind als grandioze voltreffers als Kojiki, Mandala en Cirque Ingenieux, is het zeker geen slecht album te noemen. Het leunt allemaal wat meer tegen de wat tradionelere Japanse muziek aan, en is daardoor best wel een afwisselend album te noemen, aangezien ook de vertrouwde Kitaro-stijl om de hoek komt kijken. Al met al gewoon een degelijk album. Geen favoriet, maar ook niet verkeerd. Een gulden middenmootje.