Een algemeen iets bij de latere Neuronium albums is dat ze warmte missen. Dit zeg ik niet omdat er op de hoes een blote vrouw is te zien die door een buitenaardswezen wordt opgetilt. Nee, dit schrijf ik omdat ik dat gevoel heb. De synthesizers die op dit album klinken missen iedere vorm van warmte. Terwijl dat wel mogelik is, albums van Tangerine Dream en Klaus Schulze klinken niet kil.
Ondanks de killie klanken op dit album zijn de composities goed te noemen. Michel Huygen weet me aardig bij de les te houden met klanken die het midden houden tussen iets baroks en puur electronisch. Dit alles wordt met een behoorlijke gedrevenheid gespeeld, maar helaas blijft er tussen mij en de muzikant een dun gipswandje staan waardoor de spreekwoordelijke vonk mij niet kan bereiken. Dat is behoorlijk jammer te noemen, omdat ik wel een bepaalde gedrevenheid hoor die in de studio aanwezig was.
Na vele jaren dit album niet gedraaid te hebben, denk ik dat het bovenstaande vooral komt door het ontbreken van de nodige bassen die muziek warmte geven.