Tegenover zijn vorige album - Chicago - is dit volmondig Detroit. Minimaler, harder, dissonant. En bovenal: zwaarder. Sollman's vele uren achter de draaitafels in de panoramabar klinken hierin door. Het geheel is ook veel minder een studio album zoals Chicago klinkt. Het lijken veel meer losse nummers die afzonderlijk van elkaar - met wat tijd ertussen - zijn opgenomen. De opener is prachtig. Een boeiende trip met absurd weinig elementen (heerlijke baslijn, hihat, orgels). Verder Drexciya-achtige synths op Solaris, ook onderhoudend en knap subtiel. Daarna het loeizware Transducer, lijkt me heerlijk op de dansvloer. Het is allemaal vooral zo crafty, perfect geproduceerd. Heerlijke diepe kicks overal, de rest vakkundig gebalanceerd. Ik moet alles nog wat vaker luisteren om het op waarde te schatten - de tweede helft van het album komt nu wat flauwer over dan de eerste...
Maar, aan het eind van deze aangename diepe plaat vraag ik me af: wat is het precies nut? Zou deze muziek niet veel beter tot zijn recht komen op een serie EP's of wellicht slechts één EP met alleen de beste stukken? Het is lang niet zo'n 'luisteralbum' als Chicago...