Sinds de oprichting van Rempis' eigen label (Aerophonic) gaan we volgens mij een gelijkaardige stroom van releases voorgeschoteld krijgen zoals tot nu toe het geval was bij zijn collega-saxofonist Ken Vandermark. In een interview met hem las ik dat hij er 5 per jaar zou proberen uit te brengen en da's toch al wat. Het is een getalenteerde saxofonist die bij langdurige improvisaties kan blijven boeien (toegeven: dit is slechts weinigen gegeven). Het bewijs daarvan ligt hier.
De duo formatie tussen drum en sax heeft in de loop van de geschiedenis al meermaals tot vonken geleid. Van de fantastische duoplaten van John Coltrane/Rashied Ali en Ed Blackwell/Dewey Redman tot actuele artiesten als Ken Vandermark/Paal Nilssen-Love. Het heeft iets. Iets rudimentairs. Ook al ben ik zelf enorm gehecht aan het sfeervolle baswerk die bij de ‘gestandaardiseerde’ trio line-up komt kijken; toch kan ik niet ontkennen dat ik enorm aangetrokken word door de sax/drum combinatie. Het is zuiver ad hoc en omdat de instrumenten nogal ver uit elkaar liggen krijg je een boeiend contrast. De fascinatie en stimulans van het ritme en de geladenheid van de saxofoon.
Rempis vliegt er meteen in bij het eerste (en erg fijne!) nummer. Hier merk je meteen de muzikale kwaliteiten van Tim Daisy. Hij laat het blaaswerk niet in ritmische grooves vallen (zoals een PN-L dat doet) maar blijft redelijk subtiel aan de oppervlakte met fijne tikken en subtiele roffeltjes die de koperklanken vlotjes laten verteren. Een frisse benadering is het. Rempis kan er eigenlijk wat losse frases uit toeteren terwijl Daisy gefocust (en dus snel) kan antwoorden. Het merendeel van dit album bestaat eigenlijk uit rustige en abstracte improvisatie stukken maar je vindt er net zo goed lyrische miniatuurtjes (‘For R. Barry’) en agressieve freejazz (waaronder ‘Three Flags’).
Het kookpunt bevindt zich in het middendeel ‘Three Flags’. Wat een fantastische track! Bijzonder intens. Hier bouwt Rempis geleidelijk op in toonhoogte waar hij blijft hangen en zijn klanken er hysterisch lijkt uit te wringen. Geen rempedalen hier, gewoon doorstoten in alle aspecten. De staccato (lage) blaasklanken doen me wat ‘Machine Gun’-achtig aan.