Toen The Dresden Dolls een kleine drie jaar geleden met hun debuutalbum op de proppen kwamen waren ze vooral een groep die enkel kon omschreven worden als "veelbelovend". Het muzikaal talent was reeds overduidelijk aanwezig, maar door gebrek aan zelfbeheersing durfden de nummers soms wel eens verloren lopen in de ambitie van de groep. Desondanks was "The Dresden Dolls" een zeer interessante, en in feite ook wel een vrij, euhm, fijne plaat.
Zangeres Amanda Palmer, een 12-jarige uitgave van Karen O, was toen in feite gewoon de groep: zij schreef en zong de songs, stond centraal in de podiumact en nam ook nog eens de piano, het overheersende instrument in het groepsgeluid, voor haar rekening. Op "Yes, Virginia..." weet zij zich een klein beetje in te binden, wat meer dan ruim voldoende is om het andere groepslid, Brian Viglione op drums, de kans te geven zijn stempel te drukken. De drums klinken zonder overdrijven fenomenaal en kunnen dit keer wél de strijd aan binden met de piano, mede geholpen door de uitstekende productie. De songs zelf klinken cleaner, compacter en melodischer: enfin, het zijn popsongs geworden - maar dat is in dit geval absoluut een compliment.
Neem bijvoorbeeld "Backstabber": een melodietje zo simplistisch dat het gevaarlijk dicht in de buurt van Avril Lavigne & consoorten komt. Maar doordat de Dolls aan de juiste kant van de 'grens der smakeloosheid' blijven levert het een fantastisch nummer en een eerste hoogtepunt op.
Een andere uitschieter, "Shores of California" werkt op gelijkaardige wijze: een simpele melodie die op magistrale wijze uitgebouwd wordt. Ook hier is de songtekst een stuk minder abstract/betekenisvol dan we gewend zijn van de Dolls, maar Palmer slaagt erin zinnen als "The girls are crying and the boys are masturbating..." te laten klinken als grote poëzie: het kenmerk van een uitzonderlijk vocalist.
De krankzinnigheid wordt enigzins opgedreven in "Dirty Business" en "My Alcoholic Friends" wat twee schoolvoorbeelden oplevert van de magistrale mélange tussen cabaret en punk die The Dresden Dolls op hun beste momenten weten te creëren. En dat alles in de vorm van een popsong.
Deze techniek wordt geperfectioneerd in "Mandy Goes to Med School", dat op het eerste zicht nochtans vrij ver weg lijkt te blijven van een popsong: het onderwerp is "abortusje spelen" en er valt niet meteen een duidelijk uitgesproken refrein te bespeuren. Bij nader inzien is het nummer echter gewoon een voortdurende opstapeling van refreinen en door dat er zoveel woorden te gelijk op de luisteraar afkomen aan een dergelijk verschroeiend tempo blijft het nummer zelfs uiterst genietbaar voor mensen die een onderwerp als geïmproviseerde abortus-operaties niet meteen weten te appreciëren in een lied.
Niet dat die mensen een Dresden Dolls-plaat zouden kopen, want de crackwhores & used condoms zijn ook dit keer, zelfs in de meer ingetogen nummers, niet van de wind. Het is tijdens die rustigere nummers dat het echt duidelijk wordt hoe sterk deze groep gegroeid is sinds hun debuut: "Delilah", treffend in het hart van het album geplaatst, is een meeslepende ballade zoals ze nog te weinig gemaakt worden en "Me & the Minibar" is een pathetische maar tegelijk glorieuze klaagzang vanuit een eenzame hotelkamer.
Ook "First Orgasm" slaagt er, ondanks het onderwerp en zinnen als "There never was a second coming", te ontroeren. En tot slot mag er ook af ten toe nog eens gebeten worden: "Mrs. O" is een cynische aanval op alle leugenaars die deze wereld rijk is. Van holocaustontkenners tot mensen die beweren dat de kerstman bestaat. Het album haalt hier ook zijn titel: "Yes, Virginia..." is het begin van een in de VS intussen legendarische antwoord op een brief aan een Amerikaanse krant, geschreven door een klein meisje dat zich anno 1897 afvroeg of de kerstman echt bestond.
En of de kerstman nu bestaat of niet, er is duidelijk nog wel magie aanwezig in de wereld: ze is zelfs verkrijgbaar op een glanzend schijfje en ligt op dit moment in de winkel op u te wachten. En als u dit album niet voor uzelf wil kopen, doe het dan voor Virginia. Zij rekent op u.