"In de baarmoeder van moeder Friedberger moeten vroeger rare dingen zijn gebeurd. Of zouden Matthew and Eleanor misschien verwekt zijn met het zaad van buitenaardse wezens? Als The Fiery Furnaces maken ze in elk geval klankverbindingen die nooit eerder op aarde zijn bedacht. Of je hun muziek nu koestert of verafschuwt, bijzonder zijn hun muzikale creaties in elk geval.
Op het vierde volledige album Bitter Tea gaan broer en zus Friedberger naar een geluid dat ergens tussen Gallowbird’s Park en Blueberry Boat ligt. Minder pretentieus dan de wisselend ontvangen derde, Rehearsing My Choir, maar zeker zo avontuurlijk.
‘Pop’ is op Bitter Tea geen vies woord. Al hebben we het hier natuurlijk niet over liedjes van een Pink of Britney. Meerdere draaibeurten zijn noodzakelijk om de magie in de songs te ontdekken. Het blijft tenslotte vreemde muziek. Maar er is wel wat veranderd. Waar het vroeger een hele toer was om een album van het duo in één keer volledig te beluisteren, is dat met Bitter Tea geen probleem. Het slikt soepel weg. Al wil hier en daar nog wel een plaagstootje uitgedeeld worden.
Hoogtepunten zijn het wonderlijke ‘Benton Harbour Blues’ - dat in haar kalme momenten aan Belle & Sebastian doet denken - en het simpelweg briljante ‘Nevers’, misschien wel het beste Furnacesnummer ooit. Rondom een simpel basismelodietje wordt gegoocheld met grootse arrangementen, omgedraaide zanglijnen en aparte geluiden. En net als je denkt dat een grootse bombastische finale een einde maakt aan alle frivoliteit, weerklinkt een simpel orgeltje dat abrupt een einde maakt aan de pracht. The Fiery Furnaces is en blijft eigenwijs. Gelukkig maar!
Bitter Tea is een prima instapmoment voor eenieder die nog geen kennis gemaakt heeft met dit wonderlijke duo. Voor alle fans is het een welkome en uitstekende aanvulling op het snel uitdijende Fiery Furnaces-oeuvre. "
=====================================
=====================================
=====================================
"Slechts weinigen lezen poëzie. Zelfs tussen mijn studiegenoten, die net als ik Nederlandse taal en letterkunde studeerden en een vergaarbak vormden van literatuurliefhebbers van divers pluimage, waren er niet veel die zich met poëzie bezig wilden houden. Te moeilijk was daarvoor vaak de reden. Ik heb mezelf nooit als poëziemissionaris gezien, maar wel wilde ik daar altijd één argument tegenin brengen, namelijk dat poëzie ook gewóón mooi kan zijn, zonder dat je precies begrijpt wat er staat. Mooie woorden, mooie zinnen, zelfs mooie bladspiegels kunnen je al grijpen, zonder dat je daar betekenis bij nodig hebt. Ik moest daaraan denken toen ik naar Bitter Tea luisterde, het nieuwe album van The
Fiery Furnaces. Drie liedjes staan erop waarin de tekst achterstevoren in de liedjes gepuzzeld is: tussen teksten van voor naar achter en zoete melodieën. Geen duistere teksten, maar bedoeld onbegrijpelijke klanken. Ik vind dat niet moeilijk, maar avontuurlijk, net zoals ik de rest van de plaat vind. Net als je denkt, ah, hier hoor ik wat disco (om maar eens iets te noemen), vervormt de disco, neemt het lied een andere wending en moet je je luisteren aanpassen aan iets anders. Het is de poëzie van de muziek, waarin ik voel dat ik vriendelijk verzocht word mijn zoeken naar betekenis heel even uit te stellen. Bitter Tea als geheel zou zomaar als te moeilijk bestempeld kunnen worden, maar vergeet dat even. Het gaat hier om een weergaloze productie van elementen, die samen tot een bijzonder album versmelten. Origineel, avontuurlijk, spannend, zich van veel instrumenten bedienend – hoor ik daar een Moog? –, meanderend tussen allerlei uithoeken der popmuziek en rakelings alluderend op menig conventionele popplaat. Zeer bijzonder. En verschrikkelijk mooi."