Goh, Shiina Ringo. Ze kwam op mijn radar ergens in 2006 gok ik - deels dankzij de lofzang van Sven hierboven - maar zoals wel vaker het geval: er was te veel andere muziek om te beluisteren en de aandacht die haar oeuvre ongetwijfeld verdiende, heb ik er uiteindelijk nooit aan gegeven. Terwijl de singles die ik door je jaren heen her en der heb gehoord toch stuk voor stuk behoorlijk tof waren. Gelukkig kan ik deze omissie in 2021 eindelijk recht te zetten. Dank voor het duwtje,
hoi123, en mijn welgemeende excuses aan Shiina dat ze zo lang op haar beurt heeft moeten wachten.
Op haar debuut
無罪モラトリアム (1999) kondigt Shiina zichzelf meteen aan als veelzijdige artiest; een muzikale duizendpoot die rock, noise en (J-)pop in de blender gooit en het resultaat vervolgens van een eigen smoel voorziet. Op opvolger
勝訴ストリップ (2000) omarmt ze de noise nog meer en lijkt ze definitief haar eigen pad te vinden. Maar waar die eerste platen nog een klein beetje vast zitten in een rock-keurslijf, zijn daar 4 jaar later op 加爾基 精液 栗ノ花 eigenlijk enkel wat gitaren van overgebleven. Voor de rest is dit toch echt een volle pop-plaat. Inclusief de bijna verplichte - maar hier gelukkig volkomen originele en eigenzinnige - piano-ballad.
Opener 宗教 is elke keer even inkomen. De eerste 3 minuten leunen, ondanks het bescheiden bakje noise, nog iets te dicht tegen de gemiddelde anime-soundtrack-J-pop aan. Als het nummer na 3 minuten echter langzaam begint af te brokkelen tot er bijna niks anders overblijft dan Shiina's stem en een soort vastgelopen beat, weet je dat er een bijzondere plaat aan zit te komen. En vanaf de eerste tonen die de inleiding vormen tot de eigenzinnige, bouncy J-pop waar ドツペルゲンガー bol van staat, is het eigenlijk instant liefde tussen mij en dit album. Na 56 seconden kan dit nummer niets anders dan helemaal uit zijn voegen barsten en alle duizend kleuren pop, die tevergeefs in bedwang werden gehouden, onherroepelijk over de luisteraar heen storten. Kyary Pamyu Pamyu heeft vast goed opgelet als tiener.
Het daaropvolgende 迷彩 voegt vervolgens een jazzy contrabass, een stoïcijnse didgeridoo, wat loslopende drums en een ontspoorde viool aan de mix toe, terwijl Shiina zich als een ware chanteuse naar de voorgrond van dit alles komt slingeren. Uiteindelijk komt een opgestoken aansteker een einde maken aan dit feestje, even snel een sigaret roken voor we verder gaan. En hoewel de schurende, piepende gitaar die na 1 minuut おだいじに binnenvalt klinkt alsof er dan toch weer een stevig rock-nummer ingezet gaat worden, trekt Shiina zich daar gewoon helemaal niks van aan en blijft ze onverstoorbaar haar ballad spelen. Op de achtergrond blijven er tegelijkertijd samples (die klinken alsof ze van de maanlanding afkomstig zijn?) om de aandacht van de luisteraar vragen. Het is een heerlijk tegendraadse combinatie die het nummer een unieke spanning geeft en voor de volle duur interessant houdt.
Dit gaat vervolgens net zo makkelijk over in de intro van やっつけ仕事, waar het geluid van een televisie en een stofzuiger de luisteraar bezighouden, voordat de opgeruimde chaos uiteindelijk plaatsmaakt voor een ware Disney-banger die klinkt alsof Akiko Yano en Van Dyke Parks samen de studio in zijn gedoken. Wie beweert stil te kunnen zitten of een glimlach te kunnen onderdrukken bij dit nummer, geloof ik voortaan nooit meer. Het onheilspellende 茎 was de enige track van dit album die ik al kende. Hier vormen een melancholische bass, doorleefde zang en een duister orkest een fascinerend en mysterieus klankspel. Alsof we ineens in een film-noir zijn beland die langzaam richting climax gaat. Het refrein is dan juist weer van een onverwachte schoonheid. Shiina blijkt een meesteres in het uitspelen van contrasten.
En zo kan ik nog wel even doorgaan. 意識 lijkt even te beginnen als een Stereolab-compositie, maar na 15 seconden besluit Shiina dat ze toch een andere kant op wil. Ze neemt heel even een stapje terug om zich vervolgens, voortgedreven door onder meer bass, didgeridoo, drums en een Japanse dwarsfluit, naar wellicht het meest swingende en zwoele refrein van de plaat te wervelen, waarin ze haar innerlijke chanteuse weer volledig de vrije loop kan geven. Met ポルターガイスト krijgen we vervolgens nog even een hypnotiserende draaiorgel-trip (oké, oké, het is eigenlijk een mellotron) waarvan de melodie in de verte zelfs aan
My Favourite Things doet denken. De spitsvondigheid van deze plaat is ongeëvenaard en ik ken weinig popplaten die zo volgepropt staan met creatieve liedjes vol inventieve wendingen.
Het moge duidelijk zijn, deze plaat bevat eigenlijk alles wat ik leuk vind aan pop-muziek. 加爾基 精液 栗ノ花 is speels, eigenwijs, plagerig, met hier en daar een ruw randje en met composities die constant verrassen en verwonderen. Er staan een paar uitschieters op waarvan ik nu al weet dat ze nog heel vaak langs gaan komen en wellicht (hoogstwaarschijnlijk) tot persoonlijke favorieten zullen uitgroeien. Shiina's stem gaat bovendien van manisch naar zwoel en van intiem naar speels, zonder dat het haar enige moeite lijkt te kosten. Ze speelt met taal, met de composities en met de luisteraar.
Met 44 minuten en 44 seconden heeft de plaat tenslotte ook nog eens de ideale lengte voor een pop-plaat. Ik hoopte al dat Shiina in mijn straatje zou liggen, maar bij deze is dat meer dan bevestigd.