Wat een geweldige band vind ik dit. Toevallig enige tijd terug tegenaan gelopen, maar ik verbaas me dat deze muziek niet meer bekendheid heeft gekregen. De sound is herkenbaar uit duizenden. In een review op Sputnikmusic van vrijwel exact 15 jaar geleden lees ik dat deze band toen ook 'tragisch' ondergewaardeerd werd. En voor het eerst lees ik dat ze ook toen al 'non-actief' waren, vermoedelijk door een te beperkte fanbase. Maar wat is het spijtig dat de zanger Ray Schuler in het jaar erop, 2011, overleed. Nu weten we dat er later op basis van opgenomen materiaal nog wat nummers zijn uitgebracht op een derde album, en ik ben heel benieuwd of ze anders alsnog bredere bekendheid hadden gekregen die de muziek verdient.
Met het debuutalbum hiervoor hadden ze direct een heel eigen geluid neergezet. Een erg goed album met Warflower als ijzersterke track. Op dit album weten ze op een bijzondere manier het kenmerkende eigen geluid te behouden, maar toch wat zijweggetjes en andere geluiden te verkennen. En daar lijken ze met overtuiging in te gaan. In de aangehaalde review lees ik dat met een toegankelijker geluid en kortere nummers de eigen, originele sound van het debuut grotendeels de nek werd omgedraaid. De verrassende en eigenzinnige introductie van (nu-metal-achtige) rap in enkele nummers op het vorige album zouden ze hier achterwege hebben gelaten omwille van de eigen fans.
Er zal een kern van waarheid in zitten, maar ik vind de muziek er niet slecht(er) op geworden. Uiteraard verrast het album minder dan het eerste. Maar de zang is ook hier overwegend vrij monotoon en (heerlijk) deprimerend, maar de voldoende afwisseling geeft de nummers een eigenaardige ziel mee. De instrumentatie op dit album klinkt wat optimistischer in de oren dan op het vorige album. En dat gaat gek genoeg goed samen met de zang.
In tegenstelling tot de hier bovenstaande review uit vervlogen tijden vind ik hier veel sterke songs op staan. To Kill a Priest is een prima sferische opener, de daaropvolgende beukende Terrorist is (een van) de sterkste op de plaat. Heerlijke gitaar, een onherleidbaar accent in de eerste zinnen, een goeie opbouw en een heerlijke climax. Tick, tick, boom! met de gitaar erdoorheen... De melodieuzere klaagzang op het sterke Ventrilaquist is meeslepend emotioneel en bijna bezwerend. Gosia klinkt op verschillende vlakken wat traditioneler (heerlijke outtro van het nummer ook, bij de inzet bijna Coldplay-achtig), maar juist daardoor krijgt de zang weer een compleet nieuwe betekenis. Het best bijzondere en lekkere Bondage is wat steviger en ritmischer, en wordt naar het einde toe alleen maar beter. De jammerzang van 'Ray Ray' op het emotioneel langzaam opbouwende Jack Nicholson is weer doordringend en geloofwaardig, en op Recon opnieuw, dat mooi is in z'n rust en eenvoud. Op Self Storage wordt nog even duidelijk dat een elektrisch gitaarsolootje een nummer net de extra jeu kan meegeven.
Jammer dat ik ze nooit live zal kunnen zien. Sterker, ik mag al blij zijn als ik de muziek ooit nog ergens op CD te koop vind.