Parma, de stad van de beroemde ham en kaas, maar ook bekend vanwege het werk van de componist Giuseppe Verdi. Sinds 2008 is de Italiaanse stad het domein van de RPI (Rock Progressivo Italiano) sensatie Unreal City. Na hun eerste EP in 2012 verscheen in 2013 het debuutalbum La Crudeltà Di Aprile, een album dat vooral de hoogtijdagen uit de Italiaanse progrock met Premiata Formeria Marconi en Banco del Mutuo Soccorso deed herleven. Op Il Paese del Tramonto (Het land van de zonsondergang) maken de veelal psychedelische klanken van de voorganger plaats voor een complexer en melodieuzer geheel. Het verhaal vindt daarbij de verbinding met Italië, van een liefdesmoord volgen we de moordenaar in een droomwereld en zijn op hol geslagen geweten. De Italiaanse teksten zorgen voor de passende theatrale atmosfeer, waarbinnen vernieuwingen in de progrock gecombineerd worden met de klankvolle opstelling van de Italiaanse meesters uit het verleden.
De openingsklanken van de Ouverture voeren zich via de wegebbende stemmen naar de piano. De hoofdpersoon van het verhaal heeft een moord begaan, waarvan hij zelf nog niet bewust is. Het klassieke stuk bouwt zich via prachtig uitgewerkte passages uit naar een samenkomen van orkestrale mellotron klanken en de diepzinnige tonen van de moog synthesizer. Drummer Federico Bedostri weet de impact vast te leggen in een wisselwerking tussen tempo’s en volume. Francesca Zanetta geeft een inkijkje in haar symfonische gitaarspel, klankrijk en meeslepend tegelijk. Het eerste lange nummer komt er in de vorm van Oniromanzia. Het schizofrene begin doet herinneringen aan King Crimson en Banco oproepen, maar ontwikkeld zich in de muzikale breedte tot in de droomwereld van de moordenaar. Het hammond orgel en het jazzy drumritme weten zich met de clavinet en elektrische gitaar tot symfonische hoogtes op te werpen. De grote man achter de band, Emanuele Tarasconi, zorgt ervoor met zijn zang dat de opera en klassieke muziek verbonden worden aan de complexe muzikale structuren. Van een groovy ritme van het orgel en het drumspel tot aan de breed opgezette synths en gitaarsolo’s, het nummer verrast van begin tot eind in tempo’s en klankstructuren. Caligari, referent naar de legendarische horrorfilm uit 1920, weet zich in vervreemde klanken van Dario Pessina’s basspel te ontwikkelen naar de hevige inslagen van drums en gitaren. Alom aanwezig zijn de klanken van de toetsinstrumenten, waarmee Tarasconi de muzikale richting van het nummer bepaald. De uitspattingen maken plaats voor de volkse klanken van de mandoline, waarin het verhaal in vol ornaat tot leven komt. De droomwereld blijft aanwezig en laat de schizofrene man als slaapwandelaar zijn slachtoffers kiezen. Theatrale klanken van de piano voeren zich met de gitaar tot een samenkomen van klassieke composities en de stevigheid van de progrock. Bij vlagen emotioneel en melodieus, maar naar het einde toe weet de totaal ontwrichte hoofdpersoon volledig te ontsporen en krijgt hij last van zijn geweten.
La Meccanica dell’ombra doet de gitaren naar voren dringen als klanken die zich bevinden tussen de sitar en de doedelzak. Het ondersteunende ritme van de drums weet met de mellotron de man door zijn schaduw te laten achtervolgen. Terugkerend is de folkmuziek, afkomstig van de mandoline en viool. Geen moment blijft onbewogen, net als het ritme je tot rust waant weet de schizofrene man een omslag in zijn gedachten te maken. Tarasconi weet zich als meester over de piano te ontfermen en het verhaal zijn vervolg te geven. De synthesizers en gitaren drijven het ritme op tot ondoordringbare proporties, in een complexiteit die je maar zelden tegenkomt. Van een ongekende solo op het hammond orgel van Tarasconi naar de meeslepende gitaarsolo van Zanetta, waarbinnen zelfs Camel zijn opwachting maakt. De wetten van de moordenaar zijn geweten maken een doordachte opleving in Il Nome di Lei. Met de klanken van het harpsichord krijgen de ondoordringbare wegen van de droom een muzikale verbreding. Het modernisme smelt samen met de klassiek oudheid, om zich in de steeds veranderende ritmes en melodieën tot een wonderschoon geheel te ontwikkelen. De band weet zich zonder moeite een langzaam ritme eigen te maken, door de akoestische gitaar en drums perfect op elkaar te laten aansluiten. Zowel de solo’s van Tarasconi als die van Zanetta brengen deze jonge muzikanten terug naar de muziek van hun voorgangers. Op Lo Schermo di Pietra (Kenosis) komt de moordenaar met zichzelf in het reine en geeft hij zich over aan Gods wil. De keyboardklanken graven zich dieper, om met de piano steeds maar weer die omslag te maken naar de klassieke muziek. De dramatische setting is een zoektocht naar de weg die de hoofdpersoon moet maken om weer tot zichzelf te komen. Terugkerende patronen verbinden dit karakter op sublieme wijze met de muzikale diepgang. Van de punk, rock en psychedelica naar complete theaterstukken.
Net als op de voorganger La Crudeltà Di Aprile sluit het album af met een episch slotstuk. Een slotstuk waarbinnen de band niet alleen hun muzikale zoektocht compleet maakt, maar het hoofdpersonage de weg naar verlichting afsluit. De uit vijf stukken bestaande epos Ex Tenebrae Lux voert zich via de dynamische klanken van de synths naar een symfonisch klankentapijt, om vervolgens in de jazzy klanken de tocht voort te zetten. De moordenaar begeeft zich in de muzikale lagen in verschillende processen, die hem uiteindelijk voeren naar de eeuwigheid. Geen simpele stof, maar een muzikaal ritme dat het verhaal volledig omsluit. Via funky baslijntjes naar een hammondorgel solo, om vervolgens het muzikaal universum in te zoeven met de mellotron, violen, moog synths en uitstekende gitaarsolo’s en drumpartijen. Referenties zijn er te vinden met het werk van ELP, King Crimson en de volledige Italiaanse progrock scene. In het complexe slotstuk weet Tarasconi in zijn hoge vocalen het album verhaaltechnisch op indrukwekkende wijze af te ronden en de moordenaar als een nieuw persoon uit zijn droom te laten ontwaken. Het atmosferische en grootse geheel weet uiteindelijk met de terugkerende themamuziek het verhaal op toepasselijke wijze af te sluiten.
Unreal City is een volledig doorontwikkeld geheel, waarbinnen de progressieve rock een verbinding legt met de folk, jazz en klassieke muziek. Kenmerkend zijn de complexe muziekstructuren, waarbij de diepgang van elk instrument wordt gezocht, om vervolgens via tempo- en volumewisselingen het beste uit het heden en verleden te combineren. Onder de leiding van Emanuele Tarasconi weet het viertal en de enkele gastmuzikanten op onnavolgbare wijze de meest sublieme, klankvolle en ontwrichte melodielijnen neer te zetten. Verhaaltechnisch slaagt Tarasconi er in de Italiaanse opera op glorieuze wijze te verbinden met de zwaar beladen, maar toch ook schitterend ontwikkelende gewetenskwesties. Unreal City probeert niet alleen de tijden van de vroegere Italiaanse prockrockmeesters te doen herleven, maar slaagt hier ook volledig in en weet zelfs invloeden uit de moderne tijd op perfecte wijze binnen de muziek te integreren.
4,5*
Afkomstig van
Platendraaier.