Soms gaan dingen razendsnel. Van de week stuurde ik een Facebookberichtje naar Jim Moray om hem te complimenteren met zijn werk als producer van het album van Tir Eolas. En tevens de vraag wanneer ik een recensie zou kunnen schrijven over de opvolger van het prachtige solo album Skulk. Tot mijn verbazing kreeg ik binnen enkele minuten antwoord en was ik een Bandcamp downloadcode voor Salvor van False lights rijker!
False lights werd door hem en Sam Carter opgericht tijdens een avondje hangen aan de bar van een pub. Het idee was om een folk-rock groep in de stijl van de late jaren zestig op te richten. Beiden zijn al gevestigde namen in de folk en hebben al diverse solo albums op hun conto. Sam Carter behoort tot de beste finger-picking gitaristen van Engeland. Verder werden Nick Cooke (melodeon), Tom Moore (viool), Jon Thorne (bas) en Sam Nadel (drums) gerecruteerd.
De naam van de groep is ontleend aan het boek The Wreckers van Bella Bathurst. De valse lichten staan in dit boek voor nep vuurtorens om schepen op de klippen te laten lopen. En Salvor staat voor degene die wrakstukken bergt.
De meeste van de traditionals op Salvor zijn terug te vinden in de Round Folk Song Index, waarin bijna 25.000 songs zijn verzameld door de voormalige bibliothecaris, Steve Roud. Zijn index is een combinatie van de Broadside-index en de bronnen van Francis James Child (The Child Ballads).
Al in opener The wife of Usher’s well (Child ballade 79) wordt duidelijk dat je niet te maken hebt met een doorsnee folk-album, met name door het zeer aparte koortje en de energierijke manier waarop het gebracht wordt. Bekend geworden door onder andere Steeleye Span en Karine Polwart.
Mooi is het gitaarspel in Polly on the shore. Andere bekende vertolkingen hiervan zijn van Fairport Convention en van Trees op het vergeten klassieke folkalbum On the Shore. Bijzonder origineel is de toevoeging van een mondharmonica aan The banks of Newfoundland, geschreven door opperrechter Francis Ford in 1820.
Behoorlijk opzwepend is, vooral door de drums, Skewball, vernoemd naar een achttiende eeuwse paardenrace. De heerlijke instrumental The Charlesworth hornpipe, gespeeld in 3/2, is het meest moderne stuk op Salvor. Het is geschreven door Ian ‘Sam’ McGrady en is terug te vinden op zijn album Northern Frisk uit 1988.
Het gedragen, ingetogen en prachtig gezongen The indian’s petition, is ontleend aan het liederen- en hymneboek van William Walker uit 1866. Ook een religieuze achtergrond heeft How can I keep from singing? Op de cd compilatie Wake the valted echoes van Peter Bellamy vond men de traditionals Tyne of harrow en The maid of Australia. Oh death is een Amerikaanse folktraditional, bekend geworden door Dock Boggs. Heel mooi is afsluiter Crossing the bar, dat gedragen wordt door orgel en trompet.
Salvor krijgt overigens in Engeland al de nodige zeer positieve kritieken, waaronder van autoriteit op het gebied van folk, Froots. Zij beloonden Salvor met de maximale score, en spraken bovendien de verwachting uit dat het misschien tot een opleving van de folkrock kan leiden.
Salvor kenmerkt zich door gevarieerdheid, avontuur, originaliteit en de energie waarmee de songs gebracht worden. Tevens kan het gezien worden als een schatkamer van het (her)ontdekken van andere prachtige folk.