Postrock, het is een term waar de mannen van Toundra weinig mee kunnen. De Spaanse band schaart zich liever onder de experimentele rock. Na het eerste album uit 2007 ging het snel met de band, met uitverkochte podia in binnen- en buitenland. Het vierde instrumentale album vertelt het verhaal van twee vossen die moeten ontsnappen uit een bos, nadat er een grote brand is ontstaan.
Strelka opent in alle rust met akoestische gitaarklanken. We bevinden ons in een bos, waar de vogeltjes aan hun ochtendritueel beginnen. De vossen jagen om zich heen en blaffen wild. Dan plots ontstaat er paniek, terwijl het drumritme steviger wordt. Het gitaargeluid zwelt aan en de vlucht begint. Bomen lijken aan het einde van hun leven te komen en gaan langzaam in de vlammen op. De onstuimige wereld krijgt zijn vervolg met Qarqom, een nummer dat al snel volledig explodeert. Het is vooral het strakke drumritme dat de boel bij elkaar houdt en gitaarlagen die daarop de spanning versterken. De ondergang van de maatschappij is in volle gang als de mensheid niet van ophouden weet. De vernietiging van complete natuurgebieden maken de vossen witheet. De angst in hun ogen wordt vertaalt naar de totale chaos die in de muziek ontstaat. De samenhang is er nog, echter vluchten de dieren alle kanten op. Een kleine 10 minuten worden rustgevende momenten afgewisseld met totale desoriëntatie. In Lluvia zien we in slowmotion de chaos die de brand heeft achtergelaten. Terwijl de eerste regendruppels neerdalen kijken we vanuit de lucht neer op de verwoesting van de aarde. De schelle klanken van de gitaren en de strijkstok die over de viool heen jaagt benadrukken deze beelden.
Op Belenos gaat het opnieuw mis en breidt de brand zich weer uit. In de onheilspellende klanken is de angst van de dieren te horen. We horen ze naar adem happen wanneer er opnieuw chaos ontstaat. Rennend door de bossen proberen de vossen een uitweg te zoeken, maar het einde van het gebied komt niet in zicht. De toon van de muziek gaat van grauw naar angstaanjagend om af en toe weer in te zakken naar het moment waarop we op adem kunnen komen. De klanken van de gitaar begeven zich in hogere regionen op het doffe tromgeroffel dat hoorbaar is. Op het einde komt de vuurzee steeds dichterbij om in Viesca het verlies te verwerken. Het verlies van het bewustzijn van waar de mensheid mee bezig is, de vernietiging van het wonderlijke landschap om ons heen. Het orkest van blazers en strijkers versterken de triestheid, maar tonen ook een toon van opleving en verbetering. Kitsune (het Japanse woord voor vos) toont het beeld van de twee vossen en de vlucht die nog lang niet voorbij is. De brand mag dan geblust worden, de vossenjacht opent pas net. De zorgvuldig opgebouwde muziekstukken bestaan ook hier uit meerdere delen. Postrock blijkt toch wel de term die aan dit nummer gelinkt kan worden. Invloeden van Motorpsycho, Mogwai en aanverwanten worden hierbij al snel duidelijk. MRWING vormt een korte schakel naar het slotnummer Oro Rojo. De wilde en krijsende gitaarklanken gaan over in het progressieve slotstuk. Een blackout volgt, waarna de vossen levend en wel op zoek gaan naar een volgend leefgebied. Een nieuw begin die vroeg of laat weer verstoort zal worden door een nieuwe brand. Hoop doet leven.
Toundra vertaalt het verhaal van de vossen op een spannende en intense manier naar de muziek toe. De wat grauwe en chaotische muziekstukken gaan daarbij dieper in op vraagstukken over het milieu. Een mengeling van diverse muziekstijlen wordt samengeperst tot een krachtig geheel. De Madrilenen tonen aan niet weg te deinzen voor een concept en weten het geheel op een overtuigende manier te brengen.
4*
Afkomstig van
Platendraaier.