Nightlife is eerste plaat van Thin Lizzy met twee gitaristen in de bezetting, maar vergeleken met voorganger
Vagabonds of the Western World of de single-met-Moore
Little Darling is dit flets.
Gitarist Gary Moore was zo'n vijftien maanden de vervanger van Eric Bell geweest, echter te onrustig om zich in te voegen in Lizzy, zo lees ik in biografie Cowboy Song (2016) van Graeme Thomson. Wel nam hij nog
Still in Love with You op, een liedje van frontman Phil Lynott over diens instortende relatie met Gal, het meisje van
Look What the Wind Blew In op hun debuut.
De band tourde vervolgens met twee tijdelijke gitaristen door Europa. Als één gitarist je verlaat, kun je altijd nog met z'n drieën verder, redeneerden Lynott en drummer Brian Downey. De sfeer was echter zo slecht, dat de tour werd afgebroken en Downey bijna de band verliet. Manager Ted Carroll haalde hem over te blijven.
Via audities werden Brian Robertson en Scott Gorham gevonden. Ondertussen maakte Lynott tijd om zijn eerste poëziebundel Songs for While I'm Away uit te brengen. Dit op zijn vijfentwintigste verjaardag, 20 augustus 1974.
Bij het beluisteren van
Night Life schiet de term 'soft rock' door mij heen. Dat genre kan pareltjes opleveren, hier is dat nauwelijks het geval. Opgenomen in Los Angeles, hun eerste album in de Verenigde Staten ingeblikt, lijkt het erop dat Lynott te veel onder de indruk was van de Amerikaanse cultuur. Gladgestreken voor de Amerikaanse FM-stations, waar producer Ron Nevison op mikte. Deze mocht dan bekend zijn dankzij zijn werk voor Eric Clapton, hij nam de drie weken met Thin Lizzy niet serieus, vertelt Gorham in zijn biografie Thin Lizzy: The Boys are Back in Town (2012). Zo deed hij geen enkele moeite om de onervaren gitaristen te helpen in de wereld van de opnamestudio.
Op
Nightlife ontbreken opwinding en avontuur. Het enige wat daar wél aan voldoet is de fraaie hoes, wederom getekend door Jim Fitzpatrick. Was dit de band die tijdens de tour met Slade had geleerd dat er meer moest worden geknald? De gitaargeluiden lijken nogal eens op die van The Allman Brothers, een groep in Nederland bekend van
Jessica, de tune van autoshow Top Gear. Fijn kabbelend in het beste geval, te tam voor Lizzy.
Twee nummers zijn steviger.
It's Only Money is voor even aardig,
Sha La La zou uitgroeien tot een liveklassieker maar is hier veel te ingetogen. In de titelsong wordt loungeblues ondersteund door een vioolorkestje. De fraaie zang van blue-eyed r&b-zanger Frankie Miller op
Still in Love with You en de solo daarin van Moore slagen er maar even in de gezapigheid weg te nemen.
Banshee is niet meer dan een instrumentale schets, een compositie waar Nevison de band had moeten forceren er meer uit te halen. Op afsluiter
Dear Heart is de elektronische piano echt teveel, al is het teruggekeerde vioolorkestje nog wel aardig.
Inmiddels heb ik het meest met twee buitenbeentjes. Ballade
Frankie Carroll heeft een fraaie melodie, ingebed in piano en strijkers. Het weemoedig folkrockende
Philomena, een eerbetoon van Lynott aan zijn moeder, slaat een brug tussen
Whisky in the Jar (1973) en latere nummers als
Emerald of
Black Rose.
Ten opzichte van voorganger
Vagabonds is
Nightlife een forse stap terug. Nieuwe platenmaatschappij Phonogram wilde zelfs geen single uitbrengen, uitgezonderd in Duitsland waar
Philomena jammerlijk flopte. Wat had ook hun tweede platenbaas een geduld met Lizzy!
De energie en eigenheid die Thin Lizzy zouden onderscheiden van de rest ontbreken hier nog.
Nightlife is 'Calm and Cocktailish' en nog lang niet
Live and Dangerous. Wél geschikt als laatavondplaat, maar dan ken ik betere alternatieven.