In den paerschen aevontgloet
op den vochtigen acker
krioelt het voosch gebroet
oh, valschen knaeghenden racker
Met zulke teksten is de helft van de mystieke aantrekkingskracht van het album al geschapen. Alsof je een doek van Pieter Brueghel binnenstapt. De rest van de aanttrekkingskracht schuilt hem in een partijtje rommelig gespeelde black metal dat bij vlagen aan de oude Burzum herinnert. Zeker niet opzienbarend maar wel apart.
Lugubrum heeft een aparte kijk op zaken. Het improviseert er soms lustig op los. Op andere momenten volgt het weer de geijkte paden van zwartmetalen regels die in Noorwegen werd voorgeschreven. De bizarre toonzetting zorgt er voor dat ik het album niet zomaar terzijde kan leggen.
Lugubrum trekt zich nooit iets van iets of iemand aan. Black metal? Ja. Kwaadaardig? Nee. Eerder vreemd en op een merkwaardige wijze zelfs grappig. Ik verwacht dat alleen voor zielen die niet opkijken van krakkemikkig klinkende black metal hier iets mee kunnen.