Op de 'Aanbevolen voor jou'-pagina van YouTube kom ik soms verrassend leuke, mooie en intrigerende dingen tegen. Zo stuitte ik een hele poos geleden per toeval op
deze geweldige Playthrough video van het nummer 'The Garden of Fire' van het album
Sleep at the Edge of the Earth. Via een reactievideo was ik de week ervoor voor het eerst in contact gekomen met Wilderun via het nummer 'The Unimaginable Zero Summer' van de grandioze opvolger
Veil of Imagination. Het algoritme moet me kennelijk goed gezind zijn geweest, want toen ik de (tot mijn toentertijdse verbazing zeer jonge) bandleden 'live' aan het werk zag, was ik helemaal verkocht, voor zover ik dat nog niet was.
Omdat
Veil of Imagination veel bekender is dan zijn voorganger (en omdat dat op dat ogenblik het meest recente album van de band was), besloot ik me eerst daarop te richten, waardoor
Sleep at the Edge of the Earth automatisch figuurlijk in de ijskast werd gezet. En ondanks het feit dat
Veil - ik wil niet al teveel op de zaken vooruitlopen, maar toch - in mijn optiek een hedendaags metalmeesterwerk is, mag de voorganger en tweede album van de band,
Sleep at the Edge of the Earth er ook zeker zijn. Sterker nog: dit is een album dat mijns inziens, hoewel begrijpelijk, zeer onterecht in de vergetelheid is geraakt en daardoor absoluut onderschat wordt.
In mijn uiteenzetting over de voorganger van dit album,
Olden Tales & Deathly Trails, heb ik uitvoerig het 'Wilderun-geluid' besproken. Voor het gemak verwijs ik hier graag terug naar die beschrijving:
ABDrums schreef:
Het 'typische' Wilderun-geluid is hier namelijk al prominent aanwezig: een combinatie die primair bestaat uit symfonisch-orkestrale elementen en death-metal, doorspekt met allerhande folkinvloeden en aangekleed in grandioze, epische en progressieve songstructuren. De ogenschijnlijk moeiteloze inéénvloeing van metal en folk-symfonie is op Olden Tales & Deathly Trails al van een torenhoog niveau, maar wordt op de volgende albums nog verfijnder en smaakvoller uitgevoerd. Het meest opvallende van deze plaat is in mijn optiek dan ook het gegeven hoezeer Wilderun hier al als Wilderun klinkt in termen van stijl van componeren en schrijven van melodieën.
In feite neemt de band op dit album al deze karakterbepalende elementen die het op het debuut tentoonspreidde, om daar vervolgens nog een flink aantal scheppen bovenop te gooien. Het is helemaal in lijn met de uitstekende besprekingen van mijn voorgangers, waar ik eigenlijk niet erg veel aan toe heb te voegen. Om een herhalingsoefening te vermijden beperk me slechts tot enkele algemene opmerkingen.
Het overdreven jolige, mierzoete karakter van de folk-passages is, in tegenstelling tot het debuut, veel beter uitgekristalliseerd en opgenomen in het geheel op dit album. Bovendien valt op dat aan de symfonische passages meer en meer een leidende en centrale rol wordt toebedeeld, waar het gitaarwerk omheen lijkt te zijn gecomponeerd. Mijns inziens is dit de grootste stijlbreuk ten opzichte van het debuut, omdat daar de gitaarpassages leidend waren in het voortstuwen van de composities. Bovendien heeft de band mijn kritiekpunt op de voorganger kennelijk ter harte genomen, want de overgangen tussen de verschillende passages komen veel natuurlijker en oprechter over: alle overgangen en losse elementen vloeien beter in elkaar over en van fragmentarisme is absoluut geen sprake, met uitzondering van het nummer 'The Means to Preserve', een nummer dat, zoals
namsaap terecht opmerkt, meer aanvoelt als een verzameling losse ideeën dan als een coherent en gestructureerd geheel. Kortgezegd is de integratie van folk, symfonie en metal veel uitgebalanceerder, diepgaander en volwassener geworden dan het debuut, hetgeen als de grootste ontwikkeling van Wilderun op dit album kan worden bestempeld.
Naast de sonische ontwikkeling heeft de band ook op compositioneel niveau enorme stappen gemaakt ten opzichte van het debuut. Dat licht ik graag toe aan de hand van het epische vierluik 'Ash Memory', het even epische en grandioze 'The Garden of Fire' en het atmosferische 'Linger'. Ik bespeur hier namelijk drie verschillende manieren van componeren die Wilderun zichzelf eigen heeft gemaakt (voor zover daar nog geen sprake van was op het debuut), waardoor de band in staat is om ook op dat vlak onvoorspelbaarder en diverser te worden.
Op 'Ash Memory', dat de eerste paar luisterbeurten erg fragmentarisch overkwam maar waarvan de puzzelstukjes langzaam op hun plek vielen, laat Wilderun overtuigend zien een track van epische proporties te kunnen componeren die de lange speelduur absoluut rechtvaardigt en waarbij de losse 'parts' smaakvol worden samen gesmeed als één geheel. Dat de band niet beslist negentien minuten nodig heeft om episch uit de hoek te komen, bewijst 'The Garden of Fire'. Dit nummer is wat mij betreft het absolute prijsbeest van dit album en kan zich met gemak meten met het beste dat Wilderun bij elkaar heeft gemusiceerd. Hier komen de door
Apollo aangehaalde Opeth-invloeden, met name door het slepende gitaarwerk in een 6/8 maatsoort, het meest prominent naar voren. Storend vind ik het echter nergens, omdat de band die invloed weet te kanaliseren tot een eigen geluid en product. Het is een nummer waar ik keer op keer kippenvel van krijg. Ten slotte laat de band op 'Linger' zien dat het ook met één muzikaal thema prima uit de voeten kan, want in feite is dit nummer één lange aaneenschakeling van verschillende variaties op hetzelfde motief. Het is het sprekende voorbeeld van zowel de geluidstechnische als compositorische volwassenheid waartoe de band zich heeft ontwikkeld.
Een relaas over de tekstuele voordrachten op dit album zal ik de lezer besparen, daarvoor verwijs ik graag naar de uiteenzetting van mijn bovenbuurman. Desalniettemin ben ik nog niet klaar, want ondanks de onmiskenbare kwaliteit van
Sleep at the Edge of the Earth is er ook een kritiekpunt te vermelden, hoewel ik dat wat een te zware connotatie vind hebben voor het punt in kwestie. Het is eerder een punt van een orde, een persoonlijke smaakkwestie. De structuur van het album waar de band voor heeft gekozen vind ik namelijk niet optimaal. De twee korte instrumentale composities die het album openen en afsluiten vind ik waarlijk briljant. Door met hetzelfde thema te openen en te eindigen suggereert de band een overkoepeld verband, waardoor het album echt als een geheel aanvoelt. Ditzelfde trucje zal ook op Veil of Imagination worden toegepast, maar dan met spoken word. Maar door vervolgens met een lang epos ('Ash Memory') en een fabelachtige en beresterke track ('The Garden of Fire') aan te komen, maken de laatste twee volwaardige nummers ('Linger' en 'The Means to Preserve') nét niet genoeg indruk op me. Ondanks het feit dat laatstegenoemde nummers kwaliteit erg sterk zijn, met name 'Linger', voelen ze een beetje als mosterd na de maaltijd.
Ik rond af.
Sleep at the Edge of the Earth is een duidelijke stap voorwaarts ten opzichte van het debuut, hoewel het me wel enorm veel moeite kostte het album volledig te doorgronden. Dat gezegd hebbende bekruipt me nog steeds het gevoel dat
Sleep at the Edge of the Earth nog wel meer in het vat heeft zitten, hetgeen zich hopelijk na nóg meer luisterbeurten aan mij openbaart. Maar goed, persoonlijk vind ik juist de albums die hun geheimen langzaam prijsgeven en waar veel tijd in moet worden gestoken, het leukste om te beluisteren. Dan is de beloning namelijk ook het grootst. Wilderun laat hier zien kwalitatief mee te kunnen met de absolute top van de metal. Maar het kan nog beter, zo blijkt achteraf. Wordt vervolgd...
Tussenstand:
1. Sleep at the Edge of the Earth (4,5*)
2. Olden Tales & Deathly Trails (4,0*)